Verslaggeverscolumn in Huis ter HeideMargriet Oostveen

Waarom veteranen zo graag naar vermiste personen helpen zoeken

null Beeld
Margriet Oostveen

Uit mijn stadsdeel verdween vorige week een jonge man, het zoeken duurde twee dagen. Toen vroeg de politie de vrijwilligers van het Veteranen Search Team erbij. Zij kamden met 120 man een polder buiten de stadsrand uit en vonden na een paar uur zijn lichaam.

Vier dagen later bezoek ik het oude defensieterrein in Huis ter Heide waar nu ook tijdelijk Afghaanse vluchtelingen zijn ondergebracht. Achterin komt het Veteranen Search Team samen. Hier houden de tweeduizend leden trainingsdagen, kopen ze uniforme kleding met het logo van een uil en hun motto ‘Quietis Semper et Paratus’ (‘Altijd kalm en paraat’). En drinken ze koffie aan tafeltjes waar zelfs de zakjes melk en suiker met militaire precisie zijn opgesteld.

Het was een volle week: vier keer rukten ze uit voor vermiste personen – binnen twee uur kunnen ze overal in Nederland beginnen. Eerst een meisje uit Arnhem (later thuis teruggevonden), toen een asielzoekerskind uit Castricum (was in Duitsland bij familie), en de nacht voor ons gesprek nog voor een dementerende man ergens in het zuiden van Nederland (de plaats noemen ze niet omwille van zijn privacy, hij is vlak voor hun aankomst gevonden).

Van links naar rechts: Rob, Dennis en Inno. Vooraan hulphond Henk. Beeld
Van links naar rechts: Rob, Dennis en Inno. Vooraan hulphond Henk.

Als de blaadjes vallen is het altijd druk en helemaal sinds corona: mensen lijken sneller verward, zeggen Dennis van der Kraats en zijn vrouw Mariska, de oprichters. Groepscommandant Rob Alink praat ook mee. En Inno Rutting, 25 jaar bij defensie.

In 2013 was ik voor de krant bij een zoektocht naar de verdwenen broertjes Ruben en Julian uit Zeist, in de bossen bij Doorn. Het was aandoenlijk en verschrikkelijk. Toen zochten nog gewone Nederlanders, honderd man onder leiding van de eigenares van een hondentrimsalon, en ze vertrapten ieder mogelijk spoor. Het tv-programma Medialogica maakte later nog een mooie reconstructie. Hier begon Nederland zich slachtoffers toe te eigenen.

De veteranen zijn kortom vooruitgang, al is het maar om te voorkomen dat de goedwillende amateurs weer opduiken. Ze kwamen voor het eerst in actie bij de vermissing van Anne Faber in 2017. De familie had om het leger gevraagd, maar dat ging niet. Zes dagen hebben ze toen op verzoek van de politie gezocht, tevergeefs, maar alle betrokkenen zagen wat ze konden toevoegen. Daarna hebben ze hun stichting opgericht. Het laatste jaar zijn ze al zestig keer ingezet voor een zoektocht. In de meeste gevallen ging het om verwarde mensen, van dementerend tot suïcidaal.

Zij werken uitsluitend op verzoek van de politie en willen zelf nooit contact met de familie, om het ‘gezond’ te houden. Zij zijn goed in gedisciplineerd in linies lopen, dus dat doen ze.

Interessanter is waarom ze dit zo graag willen. ‘De burger interesseert het allemaal allang geen reet meer’, zegt Dennis. Inno: ‘Die zegt ‘Oh wat zielig, maar ik moet toch langs jullie afzetting’.’

Dennis zat als militaire verkenner in Afghanistan, gevaarlijk werk, hij speurde naar Taliban. Thuis kreeg hij woedeaanvallen, een psychiater diagnosticeerde ‘morele verwonding’: trauma met gevoelens van tekortschieten.

Hangt vaak samen, zegt Mariska, met hoe veroordelend burgers reageren op veteranen. Zoals een vriendin die na zijn thuiskomst als eerste van Dennis wilde weten of hij mensen had doodgeschoten.

Groepscommandant Rob zat in Bosnië. En Inno is uitgezonden naar Bosnië, Kosovo, Irak (drie keer) en Afghanistan (ook drie keer). ‘Als je daarna hoort hoe Nederlanders zich hier druk maken, bijvoorbeeld over coronamaatregelen, dat maakt me soms woedend.’ Aan Inno’s voeten zit hulphond Henk, een zwarte labrador die hem waarschuwt als hij een herbeleving dreigt te krijgen.

Ze vertellen over de nep-veteranen die bij een coronademonstratie op het Museumplein opdoken. Toen de echte veteranen daar afstand van namen, zijn ze bedreigd.

In het Veteranen Search Team zitten ook oud-politiemensen, ambulancepersoneel en een paar boswachters. Zo’n 15 procent van allen is inmiddels beschadigd door dat werk. Maar allemaal knappen ze op wanneer ze bij een vermissing saamhorig op zoek kunnen gaan. Niet langer individuen op drift. Weer even één vertrouwd lichaam.

De rest van Nederland noemen ze ‘buiten’.

‘Het gaat om rugdekking’, zei Inno. ‘Buiten is er geen rugdekking.’

Meer over