ColumnLiesje Schreuders

‘Waarom schrijf je geen column over het schrijven van columns?’

- Beeld -
-Beeld -

‘Vroeger was een columnist nog iemand met een mening’, zei een columnist tegen mij, ‘maar tegenwoordig is iedereen columnist.’ Hij legde zijn hoofd nog net niet in zijn handen.

Diezelfde dag werd ik geappt door Bartje van Oosten. We studeerden samen literatuurwetenschap in de jaren van de tweede globaliseringsgolf. Bartje was een groot liefhebber van de postmoderne literatuurwetenschap, al had ik altijd het gevoel dat ze er maar de helft van begreep. Ze schreef haar scriptie over de bekende stelling van Victor Tales dat de postmoderne literatuurwetenschap niet bestaat, behalve op de maan.

Van Oosten bestreed deze stelling door de maan, in navolging van Ariosto, niet als symbolische plaats van gekte te beschouwen, maar omgekeerd als symbolische plaats van gezond verstand. In haar conclusie verwees ze naar Karel van het Reve die ze, als ik me goed herinner, de meester van de logische omkering en dus van het gezonde verstand noemde. Haar scriptie werd afgewezen, wat haar carrière in de journalistiek niet in de weg heeft gestaan.

‘Ze hebben me gevraagd voor een column’, appte ze nu.

‘Tof!’, appte ik terug, met de emoticon ‘enigszins blij’. ‘Waarover?’

‘Weet ik niet. Vervanging op de opinie-­pagina’s.’

‘Tof!’, appte ik nog een keer, nu zonder emoticon. ‘Dus over opinies?’

‘Ja. Ik wil de opinie ventileren dat ik geen opinie heb. Maar dat zijn meteen twee opinies, dat klinkt onbescheiden.’

‘Zoiets als ‘misschien is niets geheel waar en zelfs dat niet’?’

‘Ja, misschien.’

Ik hield haar voor dat onbescheidenheid een eerste vereiste is voor een columnist, althans volgens Ugo Joven, de Colombiaanse godfather van het genre. Bovendien loog ik dat het volgens mij niet onmogelijk is een column te schrijven zonder opinies. (Ik voelde me nog steeds schuldig dat ik haar destijds niet had bijgestaan tijdens haar onderzoek naar symbolische plaatsen in het werk van Van het Reve, omdat ik toen niet ter plaatse was. Gelukkig was onze vriendschap van dien aard dat ik nog steeds met haar kon lezen en schrijven.)

‘Waarom schrijf je geen column over het schrijven van columns?’, appte ik.

‘Dat is flauw’, appte Bartje terug met de emoticon ‘achterkant hand met wijsvinger naar links’. ‘Schrijven over schrijven, dat doen alleen schrijvers en bovendien, hoe kun je zo’n mening ooit onderbouwen? Je moet oppassen dat je geen neerbuigendheid wordt verweten, of onbescheidenheid.’

‘Een columnist mag alles zijn, behalve onbescheiden. Heb je het laatste boek gelezen van...’ Hier noemde ik een schrijver die iedereen wel kent. Bartje bekende dat ze van genoemde schrijver alleen zijn columns las. ‘Hij heeft een interessante mening over schrijven’, zei ze, ‘namelijk dat lezen eraan voorafgaat.’

‘Terwijl iedereen weet dat het omgekeerde het geval is. Vooralsnog.’

‘Vooralsnog. Lezen is een intellectuele bezigheid, schrijven niet. Hoe kan ik mijn column lezen, als ik hem niet eerst heb geschreven? Maar hoe kan ik mijn column schrijven, dat wil zeggen mijn mening geven, als ik mijn mening niet eerst heb gevormd? Wat wil zeggen dat mijn mening in ideale zin al ergens (be)staat.’

‘Jezelf kún je niet lezen’, zei ik met een stelligheid die mijzelf verbaasde. ‘Dat zegt althans de Italiaanse lithograaf Carmen Volli. Zij die het driedimensionale schrift heeft uitgevonden, je weet wel.’

‘Ja... ik weet niet.’

We begonnen ons af te vragen of alle meningen van alle mensen samen de perfecte, ideale column zouden vormen. We concludeerden dat de ideale vorm dit idee onmogelijk maakte. ‘Zo’n 700 woorden’, appte Bartje. ‘Meer niet.’

‘Misschien kun je jezelf inkorten op een schijnbaar willekeurige manier. En dan hou je toevallig die ideeën over die je je eigen kan maken door erover te schrijven.’

Ze zei dat ze daaraan had gedacht, maar dat willekeur en toeval haar tegenstonden, om onduidelijke redenen. Daarna had ze de mogelijkheid overwogen om haar column in dialoogvorm te schrijven.

‘Maar hoe weet ik dán zeker dat ik mijn eigen mening verwoord?’

‘Je naam staat er toch boven?’

‘Het klinkt allemaal behoorlijk... zinloos’, appte Bartje met de emoticon ‘zeurend gezicht’.

‘Er is geen intellectuele oefening die uiteindelijk niet zinloos is’, citeerde ik de schrijver met wie dit alles begon. ‘En daar blijf ik bij.’

Liesje Schreuders is schrijver en vervangt deze week columnist Daniela Hooghiemstra.

Meer over