Column

‘Waarom!’, roepen de patiënten, en ze hameren met hun bestek op tafel. ‘Waarom, waarom, waarom!’

null Beeld Thomas van der Meer
Beeld Thomas van der Meer
Redactie

‘Moet je kijken’, zegt Paultje (58). Hij ritst zijn tas open en haalt er een stapeltje foto’s uit. ‘Kijk dan, Thomas. Dit ben ik. Zie je?’

Op alle foto’s draagt hij dezelfde bodywarmer en een Unox-muts. Die muts heeft hij nu ook op. Zijn houding is ook op elke foto hetzelfde: bolle buik vooruit, armen slap langs zijn lijf en een brede lach. Hij houdt me de foto’s voor als een handvol kaarten waaruit ik er één moet trekken. ‘Kies maar’, zegt hij.

‘Nee, die moet je zelf houden.’

‘Ah, toe. Je moet kiezen.’

Ik aarzel.

‘Alsjeblieft’, smeekt hij. Hij drukt de foto’s tegen mijn borst. ‘Kies maar. Welke vind je het mooist?’

Op een van de foto’s staat Paultje in zijn kamer. Een kleine kamer met een raam, een smal bed en een kledingkast die op slot moet, anders trekt hij al zijn kleren tegelijk aan. Paultjes kamer is hier, in de kliniek. Deze kliniek is mijn nieuwe werkplek.

‘Kies je die?’

‘Ja.’

Hij houdt zijn hand op. ‘Kost vijf euro.’

In deze kliniek wonen mensen met complexe psychiatrische problemen, bijvoorbeeld schizofrenie en autisme of een combinatie van verschillende persoonlijkheidsstoornissen. Paultje heeft schizofrenie en een verstandelijke beperking. Hij functioneert als een kind van drie.

Sommige mensen wonen hier verplicht omdat ze tbs opgelegd hebben gekregen, anderen zijn hier terechtgekomen omdat ze niet voor zichzelf kunnen zorgen. De meeste bewoners hebben eigenlijk nooit voor zichzelf kunnen zorgen.

‘Die patiënten maken het hele rondje’, zegt mijn collega, en ze tekent een cirkel in de lucht. Ze bedoelt het rondje dat patiënten gedurende hun leven over het terrein maken als ze verhuizen van het ene naar het andere gebouw: van de jongerenafdeling naar de volwassenenkliniek, om te eindigen in de unit voor ouderen. Sommige mensen wonen hier al vijftig jaar.

De kliniek staat in het bos. Buiten waan je je op een landgoed of vakantiepark met dennenbomen, eikenlanen en groene sportvelden, maar binnen merk je daar niets van. Onder de lage systeemplafonds zijn de gangen lang en donker. Het linoleum op de vloer zit vol schroeiplekjes van sigaretten en verf bladdert van de muren. De geestelijke gezondheidszorg verkeert in een diepe financiële crisis.

‘Vijf jaar geleden zeiden ze dat dit gebouw binnen twee jaar plat zou gaan’, zegt mijn collega. ‘Nou ja, je weet hoe dat gaat.’

Mijn collega rijdt een kar de ontbijtzaal binnen met een dampende pan erop. De lepel die ze erin steekt blijft rechtop staan.

‘Is dat cement?’, vraag ik.

‘Pap. Ze eten hier pap.’

‘Je kunt er wel een poppetje van kleien.’

‘Hadden ze eerder uit bed moeten komen. Hoe langer de pap staat, hoe dikker hij wordt.’

‘Waarom pap?’, vraag ik.

‘Dat is al dertig jaar zo. Het is hier al dertig jaar hetzelfde.’

‘Waarom?’

‘Waarom!’, roepen de patiënten, en ze hameren met hun bestek op tafel. ‘Waarom, waarom, waarom!’

Mevrouw Hoedelmans (62) is een van de patiënten. Ze draagt een rieten hoed en een gebloemde jurk met een fleecevest eroverheen. ‘Ik heb een potje met vet’, zingt ze, en ze stampt met haar voeten op het ritme. ‘Al op de tafel gezet. Ik heb een potje, potje, potje, potje vet.’

Als het liedje uit is, roept ze tegen niemand in het bijzonder: ‘Uilskuiken!’

Zelf moet ze daar vreselijk om lachen. ‘Mongool!’, roept ze, en ze schatert het weer uit. Met pretoogjes kijkt ze de zaal rond of iemand anders het ook heeft gehoord. Ze ziet dat ik naar haar kijk.

‘Pedofiel!’, roept ze naar het plafond.

Ik schep intussen een homp pap op de borden en probeer zo neutraal mogelijk te kijken. Tevergeefs. Mevrouw Hoedelmans kijkt me glunderend aan. Ze weet dat ze een fan heeft versierd; ze ziet het in mijn ogen.

Mijn collega ziet het ook. ‘Je moet niet denken dat het hier altijd zo’n feest is’, zegt ze bits. ‘Morgen doen ze gewoon weer normaal.’

Thomas van der Meer is schrijver en werkt in een psychiatrische kliniek. Hij schrijft elke week een wisselcolumn met Arie Elshout. De naam in deze column is gefingeerd.

Meer over