VerslaggeverscolumnMargriet Oostveen in Rotterdam

Waarom postbezorgers Hein en Jan voor een kunstwerk opkomen

null Beeld

Ze waren een leven lang plaatwerker en pijpfitter, werden toen postbezorger en ze hielpen daarnaast jaren een van de mooiste kunstwerken van Rotterdam in leven houden.

Om niet.

Zelf zouden ze het natuurlijk nooit zo zeggen, ben je helemaal van de pot gepleurd. Maar zonder Hein Bouwmeester en Jan Schenk uit het Oude Noorden was alles waarschijnlijk wel anders gelopen.

Jan en Hein zijn de ‘collega’s van de post’, twee zinnen in een mooi verhaal dat Rutger Pontzen voor de Volkskrant schreef toen kunstenaar en postbezorger Wim Konings onlangs tien jaar deed wat hij doet: om 12 uur met grote precisie naar de kleine glazen vitrine lopen voor het leegstaande postkantoor op de Rotterdamse Coolsingel, het deurtje met een sleuteltje openmaken, de roestvrijstalen roeptoeter die erin staat oppakken, aan zijn mond zetten en dan ‘It is never too late to say sorry’ roepen. Waarna hij de toeter terugzet, het deurtje sluit en kalm wegloopt.

Wim Konings voert met ontzagwekkende toewijding het idee uit van het Scandinavische kunstenaarsduo Michael Elmgreen & Ingar Dragset. De eerste jaren was zijn performance dagelijks te zien, nu alleen nog op woensdagen.

In twee zinnen meldde het verhaal dat Wim Konings drie jaar geleden kanker kreeg en dat zijn collega’s van de post toen de vitrine met de toeter voor hem gingen schoonhouden. En dat nog steeds doen.

Dit leek me erg belangrijk.

Dus op een zeer vrolijke woensdagochtend, als de opgeknapte Coolsingel onder een strakblauwe hemel ligt te schitteren, spreken wij af op de houten bankjes bij de kleine vitrine: Jan en Hein vertellen hoe ze Wim leerden kennen, toen ze de laatste werkzame jaren tot hun pensioen postbezorger werden. Dat kon niet anders, omdat hun lijf door het zware werk versleten was.

Ze stapten net over toen de privatiserende post haar eigen mensen steeds slechter betaalde en behandelde. De ouderwetse loyale postbode die nog een eed aflegde, kon vertrekken. De postbode werd postbezorger, en die brengt de post en pakjes rond op tijdelijke contracten tegen een minimumloon: ‘Ik mocht 0,0 fouten maken voor 11 euro per uur’, zegt Jan. (Ja, heel gek dat er nu eindexamens zoek raken.)

 Hein Bouwmeester (links) en Jan Schenk. Beeld Margriet Oostveen
Hein Bouwmeester (links) en Jan Schenk.Beeld Margriet Oostveen

Er werkten daar behalve mannen zoals zij ook veel kunstenaars. Een Spaanse schilder, een componist, een dichter, plus Wim. En ze herkenden allemaal iets in elkaar. Wim woonde in het Oude Noorden net als zij en was voor FC Twente, dus dat gaf leuke gespreksstof qua Feyenoord. Maar dat was het niet alleen. Het was ook toewijding.

Dat Wim iemand is die erg veel van structuur houdt en heel zorgvuldig is, dat zag Jan meteen: ‘Mijn vader was net zo.’ Dus toen Wim na een auditie zijn performanceklus kreeg, zei iedereen: ‘Te gek, Wim!’ Ze kwamen kijken.

En toen Wim ziek werd, chemokuren kreeg en nauwelijks nog energie had voor zijn wekelijkse performance, begrepen Jan en Hein meteen dat die performance een houvast was. Dat zeiden ze natuurlijk niet: Jan en Hein zeiden dat zij die vitrine wel wilden schoonhouden, zodat Wim nog puf had voor zijn wekelijkse optreden.

Tweeënhalf jaar hebben ze het kastje geboend. En daarna waren ze er zo aan gehecht dat ze niet meer goed konden stoppen. ‘Als we nu even hier in de stad zijn, komen we altijd even langs’, zegt Hein. ‘En dan haal je toch even een zakdoekje langs het glas’. Wie zijn zaakjes netjes houdt, weten Wim, Jan en Hein, houdt de vernieling op afstand. Verloedering baart verloedering.

Toen de Coolsingel op de schop ging, hebben Jan en Hein de werklieden ter plaatse nog uitgelegd wat dat kleine kwetsbare glazen kastje allemaal betekende, ‘en toen hebben zij er een mooi klein kistje voor gebouwd, zodat ze hem niet per ongeluk met hun machines kapot reden’.

Dan begint Wim met optreden en zijn we even nogal geraakt. En daarna gaan we met zijn vieren koffie drinken en lachen om Post NL (‘We hadden allemaal een teringhekel aan dat bedrijf, dat schept toch een band’). En Hein vertelt nog voor de vuist weg waarom hij kunst belangrijk vindt: ‘Alles in de wereld verandert de hele tijd en een kunstenaar zorgt dat we verder komen. Hij probeert te vatten wát verandert en wat nu betekenis heeft. Waardoor je het ziet!’

En nu zag ik het ook.

Meer over