ColumnToine Heijmans in Nieuwegein

Waarom oud-militairen en veteranen, baretten op, aantreden bij coronademonstraties

null Beeld
Toine Heijmans

Bijna een jaar al verschijnen bij coronaprotesten halfgeüniformeerde mannen en vrouwen: ze staan vaak vooraan, baretten op, ook als de bijeenkomst is verboden. De vraag is waarom.

Twee leggen het graag uit, kernleden van ‘In Het Gelid Voor Vrijheid’, zoals ze zichzelf noemen. Erlynne Bakkers ontvangt in haar doorzonhuis, waar Raf Jansen nog druk is met een podcast voor De Andere Krant – ze krijgen aandacht van de ‘alternatieve pers’, zegt Erlynne, maar niet van de gewone. Daar worden ze als nepveteranen weggezet, en Kamerlid Derk Boswijk hekelt het ‘misbruik’ van uniformen: ‘veel militairen ergeren zich groen en geel’.

Dat begrijpen ze niet. Tegelijk kost het veel woorden te verduidelijken wat IHGVV nu precies is en doet: een ongeorganiseerde organisatie ‘met een duidelijke structuur’ en een eigen ‘handboek’, die zich ‘compleet apolitiek’ in het rumoer begeeft, zoals een zondag terug op het Museumplein in Amsterdam. Aangestuurd door een wisselende ‘commandant’, met een ‘hoofdkwartier’ elders in het land dat de situatie ‘monitort’, met een ‘buddysysteem’ en portofoons. Verkenners brengen het terrein van tevoren in kaart, ‘we werken goed samen met politie, gemeente en organisatie’, zegt Erlynne. ‘Je kun je ons het beste vergelijken met een vriendengroep’, zegt Raf.

Raf Jansen en Erlynne Bakkers. Beeld Toine Heijmans
Raf Jansen en Erlynne Bakkers.Beeld Toine Heijmans

Lastig is de stellingname dat ze geen stelling nemen. Wij willen een ‘symbolische buffer’ zijn tussen politie en demonstranten, zegt Raf, ‘op een vreedzame, geweldloze manier verbinding leggen’. Tegelijk is het een manier ‘om mijn stukje onvrede te manifesteren’, en hij begint over ‘lage IRF-getallen’ (sterftekans), terwijl hij ‘enorme misstanden tegen de menselijkheid’ aankaart. ‘Wij staan voor vrijheid en grondrechten.’

Het begon met Ard Daniëls, een oud-marinier die op Facebook de oproep deed en nog steeds ‘sturend is binnen het geheel’. ‘Het is een kwalijke zaak dat we ons geroepen voelen dit te doen’, zegt hij telefonisch. Ard was in vier jaar vijf keer in Afghanistan, tot 2006, nu is hij procesoperator en vrijwillig brandweerman. ‘Samen iets betekenen voor het land, die kameraadschap kan helend werken. Het is ook een beetje een ouwe-jongens-krentenbroodverhaal.’

Erlynne Bakkers speelde na een opleiding bij de pantserinfanterie tweeënhalf jaar koper in de muziekkapel van de Limburgse Jagers, werd daarna ingenieur en kreeg enige bekendheid als jurylid in het SBS6-programma Het beste idee van Nederland. Op tafel twee groene baretten: het is lang geleden ‘maar je leert er toch overleven op het slagveld’.

Raf Jansen belandde als ziekenverzorger bij Dutchbat in Srebrenica, 1994, hij was weg vlak voor de val van de enclave. Volgde een carrière in de dancemuziek, tot corona alles stillegde. Ook daarom haalde hij zijn plunjezak van zolder.

Kledingvoorschrift: baret van het eigen onderdeel, geen volledig uniform. Wel een embleem, geen onderscheidingstekens. Het ‘broederschapsinitiatief’ is vijftig mannen en vrouwen groot, zegt Ard, daaromheen cirkelen drie keer zoveel ‘aspiranten’. Leden zijn gescreend op hun militaire achtergrond. Tegelijk kunnen ze niet voorkomen dat gewone demonstranten tactische kleding aantrekken, wat onduidelijk maakt wie bij IHGVV hoort en wie niet.

Maakt niet uit, zegt de Amsterdamse politiewoordvoerder Sara Tillart, ‘het zijn gewoon demonstranten’ en ‘wij zijn wel een beetje klaar met deze mensen’. Drie werden er aangehouden, onder wie Raf, wegens ‘obstructie’. Een groep ging verhaal halen bij het cellencomplex, met geweld werd een agent uit zijn auto getrokken, ‘maar niet door iemand van ons’, zegt Erlynne. Tillart: ‘die demonstratie was gewoon verboden.’

Veteraan Hans Damen, veertig jaar bij Defensie, voer op Twitter uit tegen de ‘faketeranen’ en begon een kaartjesactie voor de aangevallen agent. ‘Ze overtreden de Wet op de Weerkorpsen’, zegt hij telefonisch. ‘Je tooit je met de autoriteit van iemand anders en dat kan niet.’ Het hunkeren naar broederschap begrijpt hij, ’dat verlangen is er altijd, het heeft te maken met een gezamenlijk doorgemaakte tijd’.

Dat ‘krijg je bijgebracht in het leger’, zegt Raf: op uitzending kijkt iedereen naar elkaar om, ‘en als je dan terugkeert in de samenleving is het weer ieder voor zich’.

Vandaar ook het bivakweekend op de Arnhemse Heide, defensieterrein waar ze een ‘compound’ bouwden met boogtenten en dixies, naar eigen zeggen mogelijk gemaakt door de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht (Defensie zegt later dat het niet wist dat het om deze groep ging). ‘Er kwam zelfs een kolonel een biertje met ons drinken’, zegt Erlynne, ‘die saamhorigheid mis je weleens.’

Ze laat de blauwe plekken zien op haar onderarm, van een wapenstok, en zegt: ‘de-escaleren is de-escaleren’.

Raf: ‘Het gaat ons niet om vechten, het is meer een gevecht in jezelf.’

Meer over