VerslaggeverscolumnToine Heijmans in Arnhem

Waarom ‘mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt’ 50 cent per uur krijgen om zwerfvuil te ruimen

null Beeld

Deze column zou beginnen met de woorden van Cees en zijn collega’s, die zwerfvuil ruimen en schroefjes monteren à vijftig cent per uur bovenop de bijstand. Mannen met een verleden, bezig er iets van te maken, maar ze hebben klachten over de betaling en over de bejegening die hen ten deel valt.

Het is dankzij Diana Kummeling en Xiao Hui Tung dat ze gehoord worden: zij kaartten hun situatie aan bij de gemeenteraad en bij De Gelderlander, die er een goed stuk aan wijdde. ‘Als je ziet wat voor troep we allemaal opruimen dan vind ik dat we wel meer betaald mogen krijgen’, zei Cees in de krant. Met een vuilnisbak op een golfkarretje rijden ze over het industrieterrein, ‘ze ruimen poepluiers op en rotzooi van vrachtwagenchauffeurs’, zag Diana, ‘flessen urine, tassen met overgeefsel’.

Diana en Xiao Hui zijn betrokken bewoners met een politieke partij in oprichting. Ze lazen op Facebook over de situatie en liepen een dagje mee met de mannen die, in bestuurderstaal, ‘activerend werken’ wegens een ‘afstand tot de arbeidsmarkt’, als opstap naar een leven zonder bijstand. Het is vrijwillig ‘maar wat is vrijwillig’, zei Cees, want het wordt ze wel uitdrukkelijk gevraagd. Ex-daklozen, ex-verslaafden, sommigen wonen begeleid; bestuurders noemen dat een ‘moeilijke doelgroep’. Zeker sinds ze niet meer terechtkunnen in de sociale werkplaatsen die verdwenen met de Participatiewet – sindsdien is alles moeilijk, gefragmenteerd en lastig te financieren.

Zwerfvuilruimers aan het werk, met links een begeleider. Beeld Gerard Burgers
Zwerfvuilruimers aan het werk, met links een begeleider.Beeld Gerard Burgers

Geduldig en voorzichtig regelde Diana op mijn verzoek een gesprek. Het is een kleine groep: vier bemannen de veegploeg, vijf of zes monteren schroefjes. Die werken vanuit een oude garage, ‘in schemerlicht, er is geen frisse lucht’.

Voor vijftig cent per uur.

Het gesprek liep anders. De mannen kwamen niet, wel zat op eigen initiatief een gemeentelijk bestuursadviseur aan tafel – of het één met het ander te maken heeft is onduidelijk. Handig, want hij kent de kwestie ambtelijk, maar onhandig tegelijk want dat verhaal is ver verwijderd van de straten waar Cees en zijn collega’s leven. En hij wil zijn naam niet in de krant, dat is meer iets voor de wethouder.

Het ‘activerend werkproject’ heet De Brug en is van Iriszorg en Scalabor BV, voorheen de sociale werkvoorziening, met de gemeente als honderd procent aandeelhouder. Scalabor heeft ook mensen in dienst die vuilruimen voor een echt salaris, maar die vallen in een wat minder moeilijke doelgroep. Misschien, zeggen Diana en Xiao Hui, is dat de kern: niemand weet weg met deze mannen, de kans dat het vuilruimen hen activeert is klein. ‘Maar ze hebben dus wel een verantwoordelijkheidsgevoel’, zegt Xiao Hui, ‘ze komen nog steeds naar hun werk’.

Dit zijn de ‘superkwetsbaren’, zegt Diana, ‘die komen er nooit meer uit de bijstand’. De Brug heeft per jaar dertig deelnemers, nog geen handvol zet een volgende stap. Xiao Hui: ‘Ze vragen niet alleen om meer geld, maar vooral om aandacht en waardering.’

En waarom krijgen ze maar 50 cent per uur, als ze 180 euro per maand mogen bijverdienen volgens de Bijstandswet?

De vergoeding is inmiddels ‘herijkt’ tot een euro, zegt de bestuursadviseur, die ‘drie lijnen’ voor verbetering schetst, waaronder sponsoring door bedrijven en het bieden van ‘versneld perspectief’. Meer is niet haalbaar, want activerend werken wordt bekostigd met ‘een mix van middelen uit de WMO en de Participatiewet’, en er is geen sprake van ‘werkopdrachten’.

Als je het afpelt (bestuurstaal is besmettelijk) voert alles terug op de komst van de Participatiewet, de bijbehorende bezuinigingen en decentralisatie van het ‘sociaal domein’, waardoor betaald werk voor mannen als Cees onbereikbaar werd, en een vrijwilligersvergoeding overbleef.

De bestuursadviseur vertelt dat de wet ‘een vorm van excelsturing’ nodig maakt, dat een ‘loonwaardemeting’ bepaalt hoeveel de mannen mogen verdienen, uitgedrukt in percentages tot twee cijfers achter de komma, er is een ‘infrastructuur’ opgezet, maar aan de achterkant blijft het nodig ‘de middelen te ontschotten’, ‘dat is de film waar ik in zit’. De kern is dat ze werk doen waar geen geld tegenover staat, ‘er zit geen economische opdracht in’.

‘Oké’, zegt Diana, ‘jij praat over geld, wij over mensen’. Xiao Hui: ‘Het kost de maatschappij toch juist méér als ze niets doen.’ Ja, zegt de bestuursadviseur, ‘je kunt ook de besparingen plotten’, en hem gaat het juist om de mensen, binnen de ‘complexiteit’.

Diana is bezorgd. Haar is gezegd niet meer in de buurt van het project te komen, en duidelijk gemaakt dat ze niet meer naar de krant moet gaan, ‘er wordt met ze gesold’: ‘Het is een kleine groep, waarom kan niemand ze gewoon even een beetje helpen?’

En nu neemt Cees zijn telefoon niet meer op.

Meer over