ColumnLiesje Schreuders

‘Waarom krijgen we toch altijd ruzie als ik de krant lees?!’

Liesje Schreuders Beeld rv
Liesje SchreudersBeeld rv

‘Wat doe je?’

‘Ik lees de krant.’

‘Waarom lees je de krant?’

‘Waarom niet? De krant stelt vragen: ‘Hoe gaat het met het vaccineren in Nederland?’ ‘Broeit er een volksopstand op Cuba?’ ‘Lopen ceo’s van vervuilende bedrijven risico op een boete?’ ‘Wie is Meng Wanzhou?’ Dat zijn interessante vragen, hoor. Spannend ook, een soort cliffhangers voor de krant van morgen.’

‘Dus morgen ga je wéér de krant lezen?!’

‘Misschien wel, misschien niet. Hangt ervan af.’

‘Waarvanaf?’

‘Of ik morgen nog leef!’

‘Ja, dat weet niemand. Niemand weet of jij morgen nog leeft. Maar om dat te weten te komen hoef ik de krant niet te lezen.’

‘O nee?’

‘Nee. Ik kan je gewoon opbellen.’

‘Goed, bel me maar. Maar als ik de krant zit te lezen, neem ik niet op.’

‘Dat is gek! Waarom zou je de telefoon niet opnemen als je de krant zit te lezen? Je kunt toch tegelijk de krant lezen en de telefoon opnemen? Zo moeilijk is die krant toch niet?’

‘Dat zijn al meteen drie vragen. Ik zal de laatste vraag beantwoorden, goed?’

‘Nee, laat maar.’

‘Hallo, waarom stel je hem dan?’

‘Ja, waarom zou je überhaupt vragen stellen als je van tevoren al weet dat het antwoord je geen hol interesseert?’

‘Dát is de vraag.’

‘Wel wat plat gesteld.’

‘Luister. Ik zal het uitleggen als een Rob Trip, oké? De krant is bést een klus. Dat ervaren véél mensen. Bovendien leidt het lezen van de krant in tóénemende mate tot ruzie binnen het gezin. Neem. . . mij. Deze 41-jarige vrouw moet regelmatig stoom afblazen als zij de krant heeft gelezen. Krantenmakers noemen dat ‘zorgelijk’. Maar wat vindt minister De Jonge ervan?’

‘Raar leven heb jij.’

‘O ja? Nou. Jij kán niet eens lezen.’

‘Dat is niet waar!’

‘Ik heb het je nog nooit zien doen.’

‘Ik heb gymnasium gedaan.’

‘Dat zegt niks.’

‘Ik zit de hele dag achter de computer. Wat denk je dat ik daar zit te doen?’

‘Is dat een vraag?’

‘Er staat een vraagteken achter, toch? Jezus,

moet ik je het gebruik van leestekens nog uitleggen. Als er een vraagteken achter staat, is het een vraag.’

‘Ik ga niet zeggen wat ik denk dat jij de hele dag achter je scherm zit te doen, maar met lezen heeft het volgens mij weinig te maken.’

‘O nee? Wat zijn dit dan? Hè? Kijk op mijn scherm! Wat zijn dit?’

‘Pixels.’

‘Ja, pixels ja, maar wat vormen die pixels? Let-ters. Precies. Dit is een k…’

‘Ik zie niks. Ik ben pixelblind.’

‘Dit is een u…’

Ik zie het niet ik zie het niet ik zie het n…’’

‘Je wílt het niet zien, dat is wat anders. Ik zal je helpen. Kom maar liefje, niet bang zijn.’

‘Nee, dat zijn geen letters! Kijk, het staat er zelfs boven: GeenLetters.’

‘Zo heet de website en dat heb jij net voorgelezen, dus zijn het letters. Zo. Nu ga ik even lekker doorscrollen.’

‘Hmpf. Het lijkt me de goeie website, anders, voor een analfabete aap.’

‘Ja hoor, nu ben ik weer een analfabete aap. Je weet toch dat ik zo’n website nooit zou lezen? Ik ga liever gewoon dood.’

‘Deaud?’

‘Nee, gewoon dood.’

‘Niet doodgaan alsjeblieft! Ik hou van je.’

‘Geloof je het zelf?’

‘Het staat hier in de krant. Zonder vraagtekens.’

‘Ik zou het pas geloven als het op De Correspondent stond.’

‘Nee, dan zou er staan: ‘Mens houdt van mens – en dat is geen leugen.’ Of: ‘Hoe de romantiek verdween uit de Randstedelijke relatie.’’

‘Misschien moet je er een podcast van maken.’

‘Maar waarom krijgen we toch altijd ruzie als ik de krant lees?!’

‘De vraag stellen, is hem beantwoorden.’

Liesje Schreuders is schrijver en vervangt deze week columnist Daniela Hooghiemstra.

Meer over