VerslaggeverscolumnMargriet Oostveen in Tiel

Waarom een Molukker Black Lives Matter-demonstraties heel erg kan vinden

null Beeld

De Molukse wijk van Tiel is tweeënhalve straat groot en ik wandel er met Lucas Tetelepta (72) om de houten herdenkingsbordjes voor de huizen te zien, met namen van schepen waarmee ze hier naar Nederland kwamen: New Australia, Groote Beer, Somersetshire – dat was het schip van Lucas en zijn familie. Aan de gevels wapperen Molukse vlaggen.

Die bordjes zijn getimmerd door Tommy Polnaya, zegt Lucas. De Tom Polnaya die in 1977, achttien jaar oud, een van de vier Molukse gijzelnemers was op de openbare lagere school van Bovensmilde. Tegelijk met de treinkaping bij De Punt. De Molukken moesten met steun van Nederland onafhankelijk worden van Indonesië, vonden de jongeren, dat was hun ouders beloofd. Tom Polnaya werkt inmiddels zelf op een school in Tiel, als conciërge. Zijn zoon Joenoes werd een bekend acteur.

We begonnen bij Lucas Tetelepta thuis, vijf minuten lopen van de Molukse wijk. Zondagochtend en precies zeventig jaar nadat de Molukkers naar Nederland kwamen. Ook de vader van Lucas kwam als Knil-militair met zijn gezin, het zou maar tijdelijk zijn, dus namen ze in Tiel genoegen met twee kamers in ‘de schutsluizen’: voormalige arbeidersbarakken die met de komst van de Molukkers ‘het kamp’ gingen heten. ‘Mijn vader wist niet beter dan te geloven wat de blanke mensen zeiden.’

Vijf jaar geleden sprak ik Lucas al eens. Toen was er door het Algemeen Dagblad aangeblazen schijnophef over een kerstboom op de markt van Culemborg, die ‘op een verlichte boerka’ zou lijken. Het bedrijf van Lucas had de verlichting verzorgd. De boom leek allerminst op een boerka, maar Thierry Baudet riep al dingen, dat maakte het kennelijk leuk voor de krant.

Hun kamp was omzoomd met anderhalve meter prikkeldraad. Tweeënvijftig Molukse gezinnen zouden er niet even, maar tien (!) jaar moeten blijven. Toen pas kregen ze een huurwoning in de Molukse wijk. Tien jaar lang in twee ruimtes van vier bij vier, met acht kinderen. ‘Jullie sliepen op stro’, zegt Jitske, al vijftig jaar Lucas’ Nederlandse echtgenote. Lucas: ‘En als de kampbeheerder binnenkwam: doodse stilte van ontzag. Later in de Molukse wijk waren onze ouders ook zó dankbaar dat ze wat geld kregen voor nieuwe gordijnen.’

Lucas Tetelepta (re) met zijn vrouw Jitske. Beeld Margriet Oostveen
Lucas Tetelepta (re) met zijn vrouw Jitske.Beeld Margriet Oostveen

Lucas zei er niets over maar dacht: dit zal mij niet gebeuren.

Hij wilde daarom per se een Nederlandse vrouw. Het bleek ook echte liefde. Lucas en Jitske gingen graag uit in Nijmegen, althans dat probeerden ze. Vaak werden ze bij dancings geweigerd, als gemengd koppel. Werden ze dan boos? Jitske: ‘Nee, dan gingen we maar weer naar huis.’ Toen ze trouwden verloor Jitske ook haar baan als kleuterjuffrouw, ‘omdat ik voortaan Tetelepta heette’.

De Black Lives Matter-demonstraties afgelopen zomer, zeggen Lucas en Jitske, die vonden zij ‘heel erg’ om te zien.

Jitske: ‘Omdat het nog steeds móet.’

Lucas: ‘Dat je nu nóg zoiets moet organiseren om samen te kunnen leven.’

Lucas vertelt nog maar eens hoe hij in zijn eerste baan bij de Provinciale Gelderse Electriciteits-Maatschappij is behandeld. Ze werden met twee man aangenomen. Zijn Nederlandse collega mocht de schroevendraaier pakken, hij kreeg de spade en de voorman zei: ‘Ga jij die eerst maar verslijten.’

Lucas is door dat incident alle avonden gaan studeren. Noem het ‘invechten’. En hij dacht: ik moet niet bij de Molukkers blijven zitten als ik maatschappelijk wil slagen, daar zou hij ‘in de heimwee blijven hangen, sommige willen nog steeds terug’.

Hij heeft zijn zoons door al dat studeren nauwelijks zien opgroeien, maar Lucas werd een succesverhaal. Eigen bedrijf, vijf man in dienst. Jammer dat Nederlanders hem niettemin altijd zijn blijven behandelen als de beginner met de spade, zegt hij. ‘Als ze de directeur wilden spreken stapten ze niet naar mij, maar mijn witte medewerker.’

Dan wandelen we naar het Molukse wijkje waar hij dus vandaan is gevlucht. Twee zussen en drie broers wonen er wel. En hun jongste zoon woont er, volgens Jitske worstelde hij lang met zijn identiteit, ‘maar nu dus niet meer’.

In de Molukse wijk wordt Lucas begroet als familie. Heeft hij nooit spijt gehad dat hij hier niet woonde? Zegt Lucas: ‘Ik heb het er al met Jitske over gehad. Ik wil nu graag terug.’