ColumnPeter Middendorp

Waarom deed mijn keel niet gewoon aan de binnenkant zeer, zoals bij normale mensen met corona?

null Beeld

Vroeger had ik last van hypochondrie. Het was de tijd dat ik de hele dag aan mijn pols voelde of mijn hart het nog wel deed. Stiekem, onder tafel of achter mijn rug, tijdens het eten, werk, in het café en op straat. Alleen in bed hoefde ik het niet te doen, want dan kon ik mijn hart gelukkig de hele nacht keihard in mijn kussen horen bonken.

Elke klop kon de laatste zijn, en die wilde ik niet missen. Over wat ik daarna zou gaan doen, als de laatste klop eenmaal had geklopt, had ik geen gedachten – wie te waarschuwen, te bellen, waarnaartoe te rennen – terwijl voorbereiding in zulke gevallen belangrijk is. Zoveel tijd heb je niet meer.

Met de wijsheid van nu zeg je: waarom zou je je hart zo nauwgezet in de gaten houden? Met welk doel? Je merkt het vanzelf als je hart ophoudt met slaan. Maar zo werkt het niet met hypochondrie.

Soms vraag ik me af of het echt hypochondrie was waaraan ik leed. Misschien was ik wel gewoon goed geworden in het razendsnel toedenken naar het allerergste wat er kon gebeuren, alsof er speciale verbindingen in mijn hersenen waren aangelegd, spitsstroken voor paniekprikkels, zodat ze ongehinderd door mijn hoofd konden razen. Toen een conducteur in die tijd eens door de intercom een mededeling aankondigde, liet ik mijn pols los, gooide mijn armen in de lucht en riep zo hard mogelijk door de coupé: ‘We zijn gekaapt!’

Achteraf klink dit belachelijk, maar toen was ik bloedserieus. Ik kwam pas weer tot bedaren toen de conducteur vervolgde: ‘Het volgende station is Dalfsen.’

Tijdens corona merk ik dat de spitsstroken er nog zijn; ze worden weer volop benut. Zo kan ik niet ophouden met nadenken over waarom ik keelpijn heb, een vreemde keelpijn, erg asymptomatisch, aan de buitenkant van de keel. Hoe kom ik daar nu weer aan? Topzwaar hoofd? Onderkaak te ver naar voren geschoven bij het reinigen van het gebit? Te hard op de kiezen gebeten, de tong te hard tegen het gehemelte geduwd? Waarom deed mijn keel niet gewoon aan de binnenkant zeer, zoals bij normale mensen met corona?

Ik lees nog steeds dat mensen met klachten of positieve tests naar buiten gaan. Door het keukenraam zie ik mensen elkaar nog steeds zoenend begroeten en zonder mondkapjes bij elkaar in auto’s stappen. Aan de overkant staat een keet, waarin vaklui driemaal daags opeengepakt koffiedrinken, lachend, snotterend, hoestend. Hoe kan dat? Begrijpen ze het niet? Als ik naar buiten had gedurfd, was ik ernaartoe gelopen en had ik een raampje opengedaan: ‘Niet schrikken hoor, jongens, maar er is een pandemie.’

De hypochonders zitten binnen, mensen met klachten en positieve tests lopen buiten. Dat moet andersom, dat is zonneklaar. Het zou voor de gezondheid van zowel de zieken, de maatschappij als de hypochonders wonderen doen. Maar zo werkt het niet.

Meer over