ColumnSheila Sitalsing

Waarom de pretparkisering het toch zal winnen van corona

In een ander tijdvak, anderhalf jaar geleden, reed een hoogwerker het Museumplein in Amsterdam op en takelde het letter-object I Amsterdam weg. Bezwaren tegen overtoerisme en pretparkisering waren een groot politiek thema, en omdat je érgens moet beginnen met de zaken keihard aanpakken, verordonneerde de gemeenteraad dat die letters weg moesten. Dat zou ze leren, de toeristen die het vuige lef hadden samen te scholen bij het object en er de godganse dag op te kruipen voor een selfie.

Toen kwam corona en loste het druktevraagstuk zich vanzelf op.

Nu is er een nieuw probleem. Grote delen van de toerismebranche, van hoteluitbater tot verkoper van ‘de betere design-souvenir’, hangen aan het infuus van de overheidssteun. En al beginnen de bezoekers terug te keren (geen mensensoort is zo veerkrachtig en volhardend als de reiziger), de bange vraag is of het genoeg zal zijn om het inkomensverlies van toeristische innovaties als de pindakaaswinkels en van de bijna veertigduizend hotelkamers die de hoofdstad telt goed te maken. De horeca zal ook het derde steunpakket in dankbaarheid aanvaarden.

Deze toestand zou je een zegen kunnen noemen voor een stadsbestuur dat voorheen niet veel verder kwam dan ‘Zaandam is óók heel leuk’ te zeggen tegen kotsende Britten op vrijgezellenfeestjesweekend. Corona saneert de rondreisindustrie tot hanteerbare proporties, er komt geen hoogwerker aan te pas, hotelbediendes en pindakaasverkopers scholen zich om tot bouwvakker of technisch installateur, en het is weer leuk op straat.

Zo zal het niet gaan, want de pret- en ontspanningseconomie is simpelweg te groot, er werken te veel mensen in, er gaat te veel geld in om, er is te veel infrastructuur omheen gebouwd, van Schiphol en KLM tot cruiseterminals, om daar pijnloos in te kunnen snijden. Rijksmuseum of Keukenhof met substantieel minder buitenlandse bezoekers: niet te handhaven.

In Spanje zijn de kusten leeg. Maartje Bakker, Spanje-correspondent, beschreef woensdag in de krant haar tocht langs ontredderde hoteliers en leegstaande wolkenkrabbers in Benidorm waar English breakfast wordt geserveerd, maar nu even niet. Rampzalig voor alle betrokkenen, maar ondertussen wordt voorzichtig gedroomd over een toekomst zonder massatoerisme. Een sector, schrijft Bakker, ‘die weinig toegevoegde waarde biedt, met slecht betaalde banen, die leidt tot verzet vanuit de bevolking en die desastreus uitpakt voor de natuur’.

Het zijn mooie dromen. Maar toerisme is geen Tata Steel dat je kunt sluiten, en dan ben je ervan af. Toeristen krijg je niet weg, niet goedschiks. Er is een immense vraag naar vakantiereizen en citytrips en weekendjes weg. Je moet de mensen vastbinden om ze te weerhouden van een reisje, zodra het weer kan. Ze zijn tot heel veel bereid – mondkapjes, maanpakken, wattenstaafjes in de neus, blootsvoets wandelen over glas – als in de verte een strandbedje en een cocktail wachten. Of een letter-object waar het prima selfies bij maken is.

Zodra het vaccin er is, is het pretpark weer open.

Meer over