VerslaggeverscolumnAriejan Korteweg in Den Haag

Waarom de Kamerleden in Den Haag zich niet wagen aan de ­– gedeeltelijke ­– openstelling van middelbare scholen

null Beeld

De VO-Raad, koepel van, annex lobbyorganisatie voor scholen in het voortgezet onderwijs - GL-senator Paul Rosenmöller is er de voorzitter van - bepleitte begin deze week dat ‘iedere leerling minimaal één keer per week naar school’ gaat. Dat is cruciaal voor het welzijn van de leerlingen, vindt de raad. Jantje Beton, Trimbos-instituut, KidsRights, Unicef en nog veertig organisaties kwamen met een tienpuntenplan om zoiets mogelijk te maken. Onderwijs is een veelstemmige en nogal autonome sector.

Die roep om gedeeltelijke openstelling van scholen wordt luider. Haast iedereen zal uit eigen omgeving of uit de media verhalen kennen over tieners die ontkoppeld raken van school, van vrienden en uiteindelijk van zichzelf. Verhalen over frustratie, achterstand, moedeloosheid. Mijn vermoeden is dat de oplossing niet ver buiten bereik ligt: het verschil tussen helemaal niet of één dag per week naar school is veel groter dan dat tussen één dag of de hele week. Dat moet te regelen zijn.

In de Tweede Kamer hoor je dat nog weinig terug. Als het in de coronadebatten al over onderwijs gaat, dan betreft het de basisschool. De vraag is hoe dat komt. Onderwijswoordvoerders behoren tot de meest geëngageerde Kamerleden, ook omdat ze vaak zelf uit het onderwijs afkomstig zijn. Aan hun betrokkenheid ligt het niet, blijkt als ik een rondje door de Kamer maak.

Paul van Meenen, die rector van een middelbare school was voordat hij in 2012 Kamerlid van D66 werd, heeft een kleindochter van 6 die net kan lezen. Ze begon te juichen toen ze ‘Schooldeuren gaan weer open’ in de krant zag staan. Van Meenen begrijpt precies wat het betekent als leerlingen zo lang niet naar school kunnen: ‘Je moet heel zuinig zijn op de kinderen.’ Hij zegt niet het gevoel te hebben dat alle mogelijkheden al worden benut, hij had bijvoorbeeld veel eerder sneltesten op scholen willen inzetten. Toch...hardop zeggen dat het advies van de VO-raad moet worden opgevolgd, dat doet hij niet.

null Beeld ANP
Beeld ANP

Harm Beertema was leraar voordat hij in 2010 Kamerlid werd voor de PVV. Hij vindt dat eerst via toetsen de achterstanden in kaart moeten worden gebracht en vreest voor de gezinnen uit wat hij noemt ‘de economisch mindere klassen’. Zijn remedie: alle franje van de lessenpakketten schrappen en focussen op de kernvakken. Over een gedeeltelijke openstelling van de scholen durft hij niets te zeggen. ‘Ik kan de risico’s daarvan niet overzien, maar weet wel dat de sector flexibel en inventief is. ’

Peter Kwint, sinds 2017 de onderwijsman van de SP, is zo iemand die doorgaans voor alles een oplossing weet. Maar nu niet, of nou ja: een beetje. Spatschermen in de klas, looproutes, mondkapjes, sneltesten, docenten die zelf in plaats van de leerlingen van lokaal naar lokaal gaan, hulp van de evenementensector voor crowd control, stagiaires die aan huis komen bijspijkeren. En ophouden met denken in termen van open of dicht. ‘Ik begrijp dat onderwijs en ministerie het zo druk hebben dat niet aan kleine stapjes wordt gedacht’, zegt hij. ‘Toch: denk ook in grijstinten.’

Lisa Westerveld werkte bij de Algemene Onderwijsbond voordat ze in 2017 Kamerlid voor GroenLinks werd. Ze pleit voor een open dialoog. ‘Dit debat heeft behoefte aan feiten’, zegt ze. ‘Die feiten zijn er niet. Niemand weet wat de Britse variant gaat doen.’ Wat ze wel zeker weet: de leerachterstanden bij sommige kinderen waren er voor corona ook al en die zijn toegenomen. ‘Dat raakt me enorm.’ Zorg dat het voor docenten veilig is, zegt ze. Ook als het om een gedeeltelijke openstelling van de scholen gaat.

Wat je in Den Haag ook hoort: er is een veelheid aan pressiegroepen actief. Dat gaat van verontruste leraren en bezorgde ouders naar docenten die juist mogelijkheden zien en organisaties die op geestelijke nood wijzen. Intussen is in Den Haag de angst groot dat het scholendebat een politieke kwestie wordt, zodat leraren het gevoel krijgen een speelbal te zijn in de campagne. Een angst die tot verlamming kan leiden. Terwijl juist op dit onderwerp politieke verschillen zo goed als afwezig lijken.

Meer over