VERSLAGGEVERSCOLUMNMargriet Oostveen in Nederweert

Waarom ambtenaren op straat gaan werken terwijl het gemeentehuis een vesting werd

null Beeld

De ‘leefbaarheidsregisseurs’ van Nederweert heten ze. Zij zijn ‘probleemoplossers’ van de gemeente, ‘het gezicht van de ambtenaren op straat’, ‘verkenners’, die de noden van echte mensen buiten onder de aandacht moeten brengen van old school ambtenaren binnen.

Was dat nodig? Meer dan ooit.

De leefbaarheidsregisseurs zijn Harold van der Haar en Iris van de Ven en de enthousiaste opsomming is van Harold, met wie ik het grootste deel van onze afspraak door Nederweert zal lopen. Iris praat het eerste uurtje mee via Zoom.

Buiten rijden de leefbaarheidsregisseurs meestal monter door het dorp op witte elektrische fietsen, in speciale jassen, als een soort ambtenaren-promotieteam. Ze beschikken over een partytent voor als de buurtevenementjes weer zijn toegestaan, plus een pipowagen die ze kunnen gebruiken als mobiel kantoor.

Op de jassen en de pipowagen staat ‘Samen in de buurt’. Harald noemt die wagen liefkozend ‘mijn mini-gemeentehuisje, voor een stukje ontmoeting’.

Harold van der Haar bij zijn mini-gemeentehuisje. Beeld
Harold van der Haar bij zijn mini-gemeentehuisje.

Toen hij vijf jaar geleden na decennia als beleidsambtenaar als eerste leefbaarheidsregisseur begon, waren er nog wel eens collega’s binnen die vroegen of hij weer lekker ging fietsen, ‘heel flauw’, zegt Harold. Deze leefbaarheidsregisseur neemt zijn werk zeer ernstig, een bevlogen man en altijd voor alle inwoners bereikbaar, kijk maar naar de Facebook-pagina ‘Leefbaarheidsregisseurs Harold en Iris’, waarop gewoon zijn 06-nummer staat. Lovenswaardig, nu gemeenten zich in toenemende mate voor de burger verschuilen achter online formulieren en onneembare doorkiesnummers. Om nog maar te zwijgen van de stille fortificatie van gemeentehuizen, die de laatste jaren onopvallend tegen verwarde, boze of criminele burgers worden beveiligd.

Harold en Iris moeten die neiging om onder druk steeds meer naar binnen te keren juist doorbreken. Bewoners kunnen wandelingen door de wijk bij ze aanvragen, en dan alles bespreken wat beter kan. Zij zorgen dan dat dit op het juiste bureau belandt.

Niet toevallig begon Harold vijf jaar geleden als eerste leefbaarheidsregisseur toen het werk van Nederlandse gemeenten opeens veel zwaarder werd: ze moesten van het Rijk net gecompliceerde en dure voorzieningen als de jeugdzorg en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) gaan uitvoeren. Tegelijkertijd moesten ze ook bezuinigen. Over de gevolgen is al vaak bericht, jaarlijks kampen gemeenten sindsdien met zo’n 1,7 miljard aan tekorten ontstaan op hun begrotingen. NRC inventariseerde dat 120 van de 355 gemeenten hun begroting nu niet meer rondkrijgen.

Toen we voor al die zaken verantwoordelijk werden, zegt Harold, wilde Nederweert ‘iemand diekennis van buiten naar binnen haalt’. Wat had men precies nodig? Hoe konden ze daar zelf mee helpen? En beviel die gesubsidieerde scootmobiel eigenlijk wel?

Zijn werk maakt alle bezuinigingen soms dus ook gewoon wat draaglijker. Zo helpen de leefbaarheidsregisseurs, sinds de opbouwwerkers zijn wegbezuinigd, de jeugd nu aan een pannaveldje hier of een fietscrossbaan daar. En vijf gemeenschappelijke tuinen die ze hielpen oprichten, worden door bewoners zelf onderhouden.

In de wijken trekt de leefbaarheidsregisseur ook veel op met de ‘aandachtsfunctionaris’ van de gemeente, die vanuit de formele zorg beoordeelt wat de mensen nodig hebben. Harold bedenkt en regelt daar slimme dingen omheen, zoals de corona-hulpdienst, een appgroep voor mensen die zelf geen boodschappen kunnen doen en zo snel hulp kunnen vragen. Of een ‘scootmobielpool’ voor wie er maar af en toe eentje nodig heeft: leen maar bij het ouderencentrum.

Zo’n woord ‘aandachtsfunctionaris’, zeg ik. Dat schreeuwt ook wel uit waar het te vaak mis ging. Harold beaamt dat. Voordat hij begon hád de gemeente wel een contactpersoon, ‘maar die werd dichtgesmeten met beleidsdossiers’.

Regels en protocollen werden met alle nieuwe taken kortom onwerkbaar belangrijk en de leefbaarheidsregisseur wil voorleven hoe het anders kan. Laatst belde een ambtenaar binnen hem om hulp: ‘alle protocollen’ waren doorlopen maar hij kreeg maar geen contact met een bewoner. Harold: ‘Toen ben ik naar dat adres gegaan. Die man zat gewoon op de bank hoor, we hebben even gepraat en toen konden we hulp inschakelen. Heel makkelijk.’

Meer over