Opinie

Waar zijn de toekomstige topzwemmers?

De zwemprestaties tijdens het afgelopen NK waren teleurstellend. Een belangrijke reden voor dit falen is te wijten aan het beleid van de KNZB.

Ranomi Kromowidjojo Beeld anp
Ranomi KromowidjojoBeeld anp

Met verbazing heb ik de Nederlandse zwemkampioenschappen kortebaan in Tilburg gevolgd. Tijdens dit toernooi is geen enkele extra limiet voor de wereldkampioenschappen later dit jaar gehaald. Zelfs geen enkele mannelijke zwemmer is erin geslaagd om zich voor dit toernooi te plaatsen.

De vijf vrouwen die zich individueel hebben geplaatst voor dit toernooi zullen op de komende Olympische Spelen in Rio de Janeiro al redelijk op leeftijd zijn. Waarbij Sharon van Rouwendaal en Ranomi Kromowidjojo de uitzonderingen zijn. De deelnemende dames gaan al enkele jaren mee en het jaar waarin zij debuteerden op een internationaal senioren toernooi varieert tussen de jaren 2001 en 2005. Van Rouwendaal is de enige die later debuteerde (2008), maar zij traint momenteel nota bene in het buitenland.

Als gepassioneerd volger van het zwemmen, doet dit me denken aan de Olympische Spelen van 1992 in Barcelona. Voor dit toernooi wisten zich maar acht vrouwen en één man te plaatsen. Geen enkele medaille werd gewonnen. Ik ben bang dat als we niet uitkijken dit weer gebeurt. Deze ontwikkeling doet mij als ex-topzwemmer pijn.

Want waar is de nieuwe aanwas en doorstroming van talenten?

Technisch directeur Joop Alberda zegt namens de KNZB tegen Nu.nl over de slechte prestaties dat die 'heel teleurstellend' zijn. Hij vindt het getuigen van een slechte instelling dat het toernooi in het 25 meterbad al jaren minder serieus wordt genomen dan de wereldtitelstrijd op de langebaan. 'Ik kijk er anders naar en ik kan het niet accepteren dat een zwemmer een WK- of EK-kortebaan niet serieus neemt. Het zijn volwaardige toernooien en zo moeten we ze ook benaderen.'

Sharon van Rouwendaal Beeld anp
Sharon van RouwendaalBeeld anp

Op deze manier lijkt het alsof de 'schuld' van dit falen alleen bij de zwemmers ligt. De vraag is of deze voorstelling van zaken terecht is. De zwemmers doen het immers niet alleen. Er is een heel begeleidingsteam om alle zwemmers heen gebouwd. De KNZB heeft een groot deel van de opbouw van de structuur bepaald en de begeleiding rondom de zwemmers de afgelopen jaren naar zich toegetrokken.

De invulling van de structuur, zoals deze door de KNZB de laatste jaren is opgezet, heeft als doel om alle zwemmers 'met talent' onder te brengen bij een Nationaal of Regionaal Trainings Centrum (NTC of RTC). Bij een dergelijke structuur mag verwacht worden dat vrijwel alle medailles op een nationaal kampioenschap door zwemmers uit deze centra gewonnen worden. Maar dat is niet het geval, want slechts 65 procent van de medailles zijn door deze zwemmers en zwemsters gewonnen. Ook zijn er in totaal door 12 clubteams medailles gewonnen. Op de afstanden waar de clubteams een medaille pakten, lieten zij zwemmers van NTC en RTC's achter zich.

Nog opvallender is dat er slechts op één afstand alle zes medailles (mannen en vrouwen) door zwemmers van de centra gewonnen zijn. Deze afstand is de 200 meter wisselslag. Met deze analyse in het achterhoofd, is er voor de Nederlandse vrijeslag estafettes (4x50, 4x100 en 4x200) weinig toekomst. Dit werd afgelopen zomer, tijdens de Europese Kampioenschappen langebaan in Berlijn, bij de 4x200 vrijeslag estafette voor de mannen pijnlijk duidelijk. Onze slotzwemmer Sebastiaan Verschuren werd voorbij gezwommen door Pieter Timmers. Verschuren zwemt bij het NTC in Amsterdam en Timmers heeft een aantal jaar geleden bij het clubteam PSV gezwommen. Hij zwemt sinds 2011 weer in België.

Voor de komende Olympische Spelen is er nog veel werk aan de winkel.

Sebastiaan Verschuren in actie op de 100 meter vrije slag tijdens de Open Nederlandse Kampioenschappen korte baan 2014. Beeld anp
Sebastiaan Verschuren in actie op de 100 meter vrije slag tijdens de Open Nederlandse Kampioenschappen korte baan 2014.Beeld anp

Ook hier is het standpunt van de KNZB helder:
'Rio' is eigenlijk al gespeeld', doelt de technisch directeur Alberda op de Spelen van 2016. 'Het is al wel bijna helder wie daar voor Nederland zullen zwemmen. De winst zit hem in een andere structuur, in een intensievere begeleiding van talenten richting 2020.'

Rio is al gespeeld? Hoe kan het dat in de vier jaar tussen 2012 en 2016 nauwelijks talenten opstaan of doorontwikkelen, zodat een acceptabele bezetting, van zowel vrouwen als mannen, op de Olympische Spelen mogelijk is?

En over welke structuren en talenten hebben we het dan? Er is zeker potentie zowel bij de clubteams als bij de nationale en regionale trainingscentra (NTC/RTC), zoals Maarten Brzoskowski, Ferry Weertman, Nyls Korstanje, Marrit Steenbergen en Iris Tjonk. Maar andere talenten blijven toch achter. Kira Toussaint en Kyle Stolk hebben op dit NK nog niet de ontwikkeling laten zien, die op grond van de prestaties uit het verleden verwacht mag worden. Is de ontwikkeling van deze talenten stil blijven staan?

Ook als er gekeken wordt naar de begeleiding en ontwikkeling van de topzwemmers roept dit veel vragen op. De Nederlandse topzwemster van dit moment Ranomi Kromowidjojo is in de twee jaar na de succesvolle spelen van Londen al aan haar vierde coach toe. En ook de ontwikkeling van zwemmers als Sebastiaan Verschuren, Joost Reijns en Joeri Verlinden laat een negatief beeld zien. Zeker als je bedenkt dat stilstand achteruitgang betekent, in een mondiaal sterke sport als zwemmen.

Ligt het allemaal aan de zwemmers en zwemsters? Ik denk dat dit maar ten dele waar is. Kunnen de trainers er ineens niets meer van? Mogelijk missen de trainers de laatste finetuning.

Maar volgens mij is de belangrijkste reden voor dit falen het beleid van de KNZB van de afgelopen jaren. Als 12 clubteams medailles wegkapen van de bond (waaronder een studentenvereniging op het koningsnummer 100 meter vrijeslag mannen), dan is de bond de feeling met 'de talenten' deels verloren.

Op dit moment lijkt het erop dat het Nederlandse zwemmen weer op het niveau van 1992 zit, waarbij maar acht vrouwen en één man zich voor de Olympische Spelen wisten te plaatsen en geen enkele medaille werd gewonnen. Hopelijk kan het tij nog worden gekeerd, maar gezien de huidige ontwikkelingen ben ik er bang voor.

Stefan Oosting is ex-topzwemmer.
Dit artikel verscheen eerder op zwemkroniek.com en hollandswimming.nl.

undefined

Inge Dekker na afloop van de Open Nederlandse Kampioenschappen korte baan 2014. Beeld anp
Inge Dekker na afloop van de Open Nederlandse Kampioenschappen korte baan 2014.Beeld anp
Meer over