Bericht uitMarokko van Maartje Bakker

Waar andere landen handen schudden afzweren, groeten Marokkaanse vrouwen even hartelijk als altijd

‘Coronavirus: is Marokko er klaar voor?’ De vraag staat in grote letters op de cover van TelQuel, het belangrijkste Franstalige tijdschrift in Marokko, en dat terwijl het antwoord toch allang bekend is. Iedere Marokkaan weet: de gezondheidszorg zal niet toereikend zijn als het virus ook hier om zich heen grijpt. Dit is immers een land waar de koning, als hij iets ernstigs mankeert, zich per direct laat overvliegen naar Frankrijk om zich te laten behandelen.

Hoe reageer je in zo’n land op de komst van het virus? In Marokko zijn pas zeven gevallen en één dode geteld, en toch gaat het gesprek deze week over niets anders. Over China, over Iran, over Italië, over Spanje − sinds vrijdag is al het vlieg- en bootverkeer naar het buurland stilgelegd. Over de vraag of Marokko gespaard zal blijven. En vervolgens gaan de feiten moeiteloos over in de complottheorieën. Zo gaat dat nu eenmaal in een politiestaat, waar de mensen gewend zijn dat veel zich buiten hun blikveld afspeelt.

‘Het coronavirus? Daar is iets raars mee’, zei een Marokkaanse kennis deze week tegen mij. ‘Misschien is het virus gemaakt door de Verenigde Staten om China dwars te zitten. Of misschien heeft China het zelf losgelaten. Als het dan slechter gaat met de Chinese bedrijven, wil de overheid ze opkopen, om de grip op het bedrijfsleven te vergroten.’

Zo zijn er talloze speculaties die de ronde doen. Zelfs Nabila Mounib, leider van de socialistische partij, deed eraan mee. Zij beweerde dat ‘ze’ virussen maken wanneer ze dat willen. De reden? ‘Misschien als biologisch wapen.’

De religieuzere Marokkaan kwam met een klassieker: het virus zou een straf van Allah zijn voor de ongelovigen. Een andere variant: het virus is bedoeld als plaag voor de regering van Xi Jinping, omdat hij de Oeigoeren − moslims immers − vervolgt.

En als het virus dan tóch iets ongrijpbaars is, iets wat de mens niet in de hand heeft, dan kun je je er maar beter niet al te druk om maken − dat lijken althans de meeste Marokkanen te denken. Terwijl in andere landen het handen schudden en gedagkussen werd afgezworen, waren de begroetingen door de vrouwen in Marokko deze week even hartelijk als altijd. Met minder dan drie kussen kwam je er niet vanaf.

‘Ach, je kunt toch altijd op ieder moment doodgaan’, zei Leila, een 30-jarige vrouw uit Ksar El Kebir, waar ik deze week op bezoek was. ‘Dat heeft alleen Allah in de hand.’ Ze dacht wel dat moslims een zekere mate van bescherming genoten tegen het virus. ‘Dat komt omdat we vijf keer op een dag bidden. Elke keer wassen we dan onze handen en onze neus.’

Leila had bovendien een geheim recept. ‘Hier, je moet een gedroogde vijg in de olijfolie dopen. Dan ben je beschermd, vanwege de vitamine C.’ Het was een nieuwe combinatie voor mij, maar het smaakte best − en ik geef hier de tip maar door, voor als er in de Nederlandse supermarkten nog vijgen te verkrijgen zijn.

Toch kon ik het niet laten om, na mijn bezoek aan Leila, bij een kluswinkel te informeren naar mondkapjes met filter. Jazeker, die waren er nog. De winkelbediende moest een trap opklimmen om ze te pakken. ‘Hoeveel? Twee maar? Moet je er niet nog wat meer hebben voor je familie?’

Ik ben er klaar voor, nu. En de Marokkanen ook, op hun eigen manier.

Meer over