ColumnSheila Sitalsing

Vrouwenhaat gaat terug tot Eva en de appel

null Beeld

Komende zaterdag is het een jaar geleden dat Kathalijne Buitenweg, TweedeKamerlid voor GroenLinks, aandacht vroeg voor het hardnekkige fenomeen dat in nette bewoordingen ‘onlinevrouwenhaat’ heet en dat zich in de barre praktijk doorgaans manifesteert in ongevraagde adviezen aan vrouwen (‘je zou eens goed genomen moeten worden door een gelukzoeker’), recensies (‘goeie tetten’), biografische schetsen (‘toen ze haar weg omhoog neukte, heeft ze haar hersens veelvuldig beschadigd aan het hoofdeinde’) en intenties (‘Ik zou haar doen’). Vaak afkomstig van dappere ridders van het vrije woord die zelf liever anoniem blijven.

Vanwaar dat laffe hurken achter een plaatje van een hond, berichtte ik lang geleden terug aan eentje, toen ik nog de illusie had dat contact tot begrip kan leiden. Vanwege ‘de intolerantie’ en ‘omdat mijn veiligheid niet gegarandeerd is’, antwoordde het in alle ernst, waarop het weg galoppeerde om uit naam van de vrijheid van meningsuiting de berichtenbus van een andere vrouw vol te poepen met onveiligheid en intolerantie. (Deze vorm van kwaadaardige domheid is onuitroeibaar: laatst las ik dat iemand, onder voorwaarde dat hij/zij anoniem mocht blijven, tegen RTL Nieuws had gelispeld dat een populaire politica ‘achterbaks’ zou zijn – RTL achtte de kwalificatie nieuwswaardig genoeg om te publiceren, zonder de ironie ervan in te zien.)

Omdat elke vrouw die weleens op tv komt of in de krant staat de hogedrukspuit moet zetten op de drek die haar leven binnensijpelt, muntte Buitenweg de hashtag #ikspreekmijuit. ‘Omdat ik zie dat het effect heeft’, zei ze. Vrouwen wier werk en taakopvatting het is om actief te zijn in het publieke domein loggen uit, vallen stil, denken ‘laat maar’. Intimidatie werkt, en niet de grofste vorm is het ergst, maar de viezige tussenvorm die in zogenaamd ‘redelijke’ adviezen komt van andere mannen die het adviseren niet kunnen laten: ‘Niet klagen, dat staat je niet’, ‘Ik ken een vrouw en die heeft nergens last van’.

Schadelijker: beelden beklijven en vinden hun weg naar de echte wereld. Zo zijn er zoveel onlinehaat en malicieuze verdachtmakingen tegen Femke Halsema (dit begon overigens in offline media, lichtjaren geleden al, want vrouwenhaat gaat terug tot Eva en de appel) dat ik geregeld mensen tegenkom die stomverbaasd zijn dat ze onder de inwoners van haar eigen stad een gewaardeerde burgemeester blijkt te zijn.

Een jaar na #ikspreekmijuit was op Twitter de hashtag #kutKaag trending.

Deze week publiceert De Groene Amsterdammer de uitkomsten van een onderzoek dat het weekblad samen met de Utrecht Data School deed naar de hoeveelheid seksisme die vrouwelijke politici te verstouwen krijgen. Het blad ondervroeg daarnaast twaalf prominente politici, van rechts tot links. Zij wijzen op het geniepige van seksisme: wie erover praat is een zeurpiet en een slechte verliezer, wie erover zwijgt ontkent dat het een factor van betekenis is.

De winnaar in aantallen agressieve en haatdragende tweets aan haar adres is Sigrid Kaag: ruim 13 duizend in iets minder dan vijf maanden, elk kwartier één. Een vrouw met machtsaspiraties die in het buitenland heeft gewerkt en getrouwd is met een buitenlander die een islamitische achtergrond heeft en uit Jeruzalem komt: ‘Dat is zo’n beetje het allerergste’, zegt Kaag in De Groene.

Even later zie ik hoe De Telegraaf een podcast aankondigt waarin de verkiezingscampagne wordt geanalyseerd: ‘Jurk Kaag van peperduur Máxima-merk.’