ColumnMarcia Luyten

Vrijheid alleen is niet genoeg

Een film of oude reportage op tv. Ik zie hoe vrienden elkaar omhelzen, hoe onbekenden handen schudden en in mij ontsteekt, uit het niets, een vuur van verontwaardiging. Oohoohh! brult even een binnenstem. Onmiddellijk gecorrigeerd door het kalme verstand. Nee hoor, dat kon gewoon. Dat was vóór corona. Na de verwarring blijft over een schok: ergens diep in mij staat gekrast: AANRAKEN IS GEVAARLIJK.

Zeven maanden heb ik mijn ouders niet aangeraakt, ze één keer gezien, omdat ze zich afschermen van pubers op Amsterdamse scholen. Maar zolang rondom ons mensen weigeren zich te beperken, zijn wij tot zoomen gedoemd. Als er geen corona was tussengekomen, had Nederland dit jaar groots het einde van de Tweede Wereldoorlog gevierd: 75 jaar vrijheid. De laatste vijftig jaar zijn we ‘vrijheid’ gaan eisen, en dan vooral de ‘negatieve vrijheid’ zoals de Britse politiek filosoof Isaiah Berlin die definieerde: de vrijheid niet door een ander te worden gehinderd.

Het hippie-individualisme van de sixties sloot een monsterverbond met neoliberaal marktdenken dat na de jaren tachtig zo ongeveer elk domein van onze samenleving op de schop nam. Zelfs zorg moest onder de magie van marktkrachten gebracht. Banken werden de tempels van het financieel kapitalisme en zijn hogepriesters, de bankiers, vlogen net zo lustig als hun flitsdollars de wereld over.

Grenzen? Sukkel.

Geroemd werd de vrije markt en daarmee kwam de vrijheid om insecten plat te spuiten en gif te lozen. De vrijheid om grotere varkensstallen te bouwen. De vrijheid om een weekendje weg te vliegen. De vrijheid om geld op Guernsey te stallen oftewel: de vrijheid belasting te ontwijken. (Belasting is voor losers die geen dure belastingadviseur kunnen betalen.)

Geroemd is de zelfbeschikking en daarmee de vrijheid om naar haatzaaiende predikers te luisteren. De vrijheid zelf ook alles maar te zeggen, om politici van hun fiets te dreigen en verpleegkundigen voor hoer uit te schelden. De vrijheid om moedwillig verzinsels de wereld in te sturen en de vrijheid om in plaats van wetenschappers wappies te geloven. De vrijheid om willens en wetens je gezondheid te schaden.

Groei stuurt de economie. En yolo, you only live once, de samenleving. In alle gevallen worden de kosten van de vrijheid afgewenteld op het collectief. Maar die gedachte lost vanzelf op als je je maar niet van de neoliberale leer laat afleiden: als iedereen aan zichzelf denkt, komt het vanzelf goed met het geheel. En wat zich zo niet laat fixen, is voer voor voodoo. Vrije marktadepten proberen hardnekkig zo'n klimaatdingetje weg te denken. 

Om de vrijheid te redden, moeten haar valse afgietsels worden bestreden. Prima symbool voor het vrijheidsbedrog is het vliegtuig: in de lucht fuseren grenzeloze groei en yolo. Met steun van alle Nederlanders, want de overheid subsidieert de luchtvaartsector jaarlijks voor 2,1 miljard euro (van in totaal 8,3 miljard overheidssubsidie aan fossiele bedrijven). Daar komt 3,4 miljard coronasteun voor KLM bovenop. Het vrijheidsbedrog toonde zich ook zo fraai in de zomer. Corona was nog overal en de theaters stonden leeg, toen vliegtuigen weer vol van en naar Schiphol vlogen. De reiziger die de slurf uitkwam, liep zo met zijn souvenirs Nederland in.

 Voor een zo goed mogelijk leven voor zoveel mogelijk mensen, is beperking onontkoombaar. Zonder begrenzing zitten binnenkort 8 miljard mensen op een verschroeide, uitgeputte planeet. Alle oudere ouders vieren Kerst alleen. Juist wanneer alles lijkt te kunnen, moet voor iedereen duidelijk zijn dat lang niet alles kan.

Vrijheid vereist begrenzing. Bovendien is de veronderstelling vals dat een ongeremd bestaan automatisch een goed of gelukkig leven is. Kijk naar zogenaamde Blue Zones, plekken op aarde waar mensen gezond stokoud worden. Het recept: weinig stress, weinig vlees, veel groenten, veel beweging en een hechte sociale omgeving. Dat laatste blijkt voor een goed leven cruciaal. Verder zit het geheim dus in een gematigd bestaan.

Je zou haast concluderen dat ‘vrijheid’ alleen geen leidend beginsel kan zijn voor een samenleving. Dat ‘kwaliteit’ is waar het om draait, kwaliteit in schone lucht en grond, in rijke biodiversiteit en hechte gemeenschappen – en ja, ook in een vrij leven. Vrijheid zonder op de omgeving afgewentelde schade. En vrij om elkaar te omhelzen. 

Marcia Luyten is schrijver en journalist.

Meer over