tv-recensiefrank heinen

Voor wie gezond is, is het makkelijk schamperen over de gewijde rituelen van Lourdes

null Beeld
Frank Heinen

De man die niet kan spreken, communiceert door op een A4’tje met het alfabet traag en bibberig letter voor letter zijn gedachten in woorden te gieten. Hij komt al vijftien jaar in Lourdes. Of het geloof zijn leven makkelijker maakt, vraagt een priester. Daar glijden de vingers traag over het letterblad.

‘N. O. N.’

Wie er ook is: Jean-Baptiste, een jongetje van pakweg 6 jaar oud. Jean-Baptiste mankeert niets, maar zijn broertje Augustin (2) is doodziek, te ziek om zelf af te reizen. Daarom zijn zijn vader en broer nu hier, om hulp te vragen aan wie hun gebeden maar hoort, en om te hopen op het onmogelijke.

Lourdes. Sinds 1858 zijn er zo’n 7.000 onverklaarbare genezingen geregistreerd. Tegenwoordig schuiven jaarlijks drie miljoen mensen voorbij aan de grot waar Maria aan Bernadette Soubirous zou zijn verschenen. In de documentaire Lourdes (dinsdagavond op een onchristelijk tijdstip uitgezonden) van Thierry Demaizière en Alban Teurlai volgt de camera enkelen van hen van zeer dichtbij.

Het begint met een trein vol kwalen. Rolstoelen schots en scheef in het bagagedeel. Het dagelijks gebed verloopt via de intercom, de trein dendert zuidwaarts. Over de film hangt dan nog een zekere schemer, het leven speelt zich af in een mist van verdriet en beperking. Alsof het gebrek aan heldere vooruitzichten de dagen vertroebelt. Pas als de eindbestemming nadert, keert de kleur terug. In het schelle wit van de uniformen van de begeleiders, en in de gele sjaaltjes die de bezoekers om hun nek dragen. De verpleegsters moeten de bezoekers wassen en ze ontvangen de laatste instructies van de hoofdzuster. Eerst het hoofd en de schonere gedeeltes, en dan eindigen met ‘het viezere’. Ze zullen zich ongemakkelijk voelen, maar dat ongemak zal wederzijds zijn. ‘Ze kennen je niet. Je duikt ineens op.’

Jean-Baptiste neemt deel aan alle processies en missen. Wanneer hij de grot passeert, drukt hij zijn pluchen olifant zo hard als hij kan tegen de rotsen. Tijdens een massale bijeenkomst in een hangar-achtige ruimte, wurmt hij zonder iets te zeggen zijn hand in de verkrampte vuist van zijn gehandicapte buurman.

Voor wie gezond is, is het makkelijk schamperen over reizen als deze, over de gewijde rituelen en de commercie (die in de documentaire buiten beeld blijft). Lourdes laat een andere, zachtere kant zien: niet die van de geëxploiteerde hoop van miljoenen wanhopigen, maar die van het belang van overgave, van enkele dagen de regel zijn in plaats van de uitzondering. De droom blijft dat het zichtbare lijden zomaar opeens oplost, de werkelijkheid blijkt een verlichting van onzichtbare ellende. De werkelijkheid is Jean-Baptiste die uit eigen beweging zijn hand in de jouwe drukt. Iets kleins, maar voor wie nauwelijks iets gewend is, kan het aanvoelen als het begin van een wonder.

Meer over