Meelezers

Voor welke slachtoffers zijn de Stolpersteine bedoeld? Lezers zijn er niet over uit

In deze rubriek reageert de redactie op wat er leeft onder lezers. Deze week: Stolpersteine.

Maurits Chabot
Neerlegging Stolpersteine van verzetsman Karel Pekelaring op de Rombout Hogerbeetsstraat 83, ter nagedachtenis van homoseksuele oorlogsslachtoffers.  Beeld Joris van Gennip
Neerlegging Stolpersteine van verzetsman Karel Pekelaring op de Rombout Hogerbeetsstraat 83, ter nagedachtenis van homoseksuele oorlogsslachtoffers.Beeld Joris van Gennip

Chaja Polak uitte in de Volkskrant haar bezwaren tegen struikelstenen (Ten eerste, 28/10), steentjes in de stoep voor huizen waar slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog woonden of ondergedoken zaten. In eerste instantie werden de Stolpersteine, een bedenksel van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig, alleen ter nagedachtenis van Joodse slachtoffers gelegd, maar in Luxemburg en Duitsland zijn ze ook geplaatst voor de huizen van mensen die onder dwang voor de Wehrmacht vochten. ‘Een smet’, oordeelde Polak, die meent dat de grenzen tussen daders, slachtoffers, omstanders en medeplichtigen vervagen. Ze kreeg zowel bijval als tegenspraak van lezers.

‘Jaren geleden heb ook ik getwijfeld’, schrijft Marijke van den Berg-Leydersdorff uit Monnickendam. Haar moeder overleefde meerdere concentratiekampen, vandaar haar wantrouwen jegens ‘alles wat maar enigszins Duits is’. Haar aarzeling is anders dan die van Polak: ze was niet tegen het plaatsen van de steentjes voor het huis van haar grootouders ter nagedachtenis aan hun deportatie, ‘maar wel omdat deze ‘Stolpersteine’ bedacht zijn en gelegd werden door een Duitser die er geld aan verdiende’. Zou haar moeder weet hebben van een Duitser die struikelstenen aanlegt voor haar ouderlijk huis, dan ‘zou ze zich van boosheid in haar graf hebben omgedraaid’.

Joukje van Halteren-Noorman uit Driebergen deelt het bezwaar tegen Demnig niet. Zij liet op 11 april 2010 vijf Stolpersteine voor haar vroegere huis in Groningen plaatsen om vijf verzetsstrijders te herdenken die daar gearresteerd werden op 10 november 1944. ‘Ze werden uit het huis gesleept. Ze hadden een keuze en betaalden die met hun leven’, constateert Van Halteren. ‘En wanneer je onder dwang werkzaamheden uitvoert voor de bezetter, heb je dan een keuze? Of ben je een slachtoffer? Of ze nu een keuze hadden of niet, ze zijn slachtoffers van het nationaal-socialisme. Is de ene struikelsteen nu waardiger dan de andere?’

‘Slachtoffers van oorlog en geweld zijn alleen in de dood gelijk’, schrijft Chris Wolters, die waarschuwt voor het hiërarchiseren van slachtoffers. ‘Dat lijkt me het laatste waar we aan moeten toegeven. Of onderscheiden we slachtoffers eerste, tweede en derde klasse?’ Doel was mensen de oorlog via de steentjes te doen herdenken, benadrukt Milydia van den Bosch. En dat werkt. ‘Als ik, waar ook in Europa, zo’n Stolperstein ontwaar in het trottoir sta ik er altijd bij stil. Letterlijk en figuurlijk. Dat is wel het minste dat ik kan doen. Het helpt de getroffenen niet, maar de beschaving misschien een klein beetje.’

Meer over