ColumnMerel van Vroonhoven

Voor kinderen als Wesley en Yusuf zal de lockdown nooit helemaal voorbij zijn

null Beeld

‘Hebben jullie al iets voor de zomervakantie geboekt?’, vraagt mijn buurvrouw als ik haar bij de bakker ontmoet. Zomervakantie? Dat voelt nog zo ver weg. ‘Je moet snel zijn hoor!’, drukt ze me op het hart. ‘Zeker vakantiehuizen in Nederland gaan als zoete broodjes over de toonbank.’

De alarmerende woorden van mijn buurvouw missen hun uitwerking niet. Eenmaal thuis stort ik me op het internet. Zonder succes. Behalve wat naargeestige blokkendozen in een verlaten weiland in de polder, lijkt er niets meer te huur. Dan valt mijn oog op een advertentie van een idyllisch boerderijtje in Brabant. Op een trampoline in de voortuin kijken twee kinderen vrolijk in de camera. Op wie lijkt die kleinste toch? Guitige blik, blonde krullen. Het schiet me te binnen. Sprekend de 10-jarige Wesley uit de klas van meester Martijn.

Wesley heeft een lichte verstandelijke beperking en woont met zijn familie achter station Hollands Spoor. Zijn vader heeft geen werk. In het gezin is veel ruzie, ook vallen er klappen. Daarom vlucht het jongetje regelmatig het huis uit. Hij zwerft dan op straat, soms tot diep in de nacht. ‘Daar gaat hij met de verkeerde lui om’, zegt meester Martijn. ‘Ik merk het direct als hij op school komt. Vooral na het weekend, dan is hij agressief en scheldt hij je de huid vol met straattaal.’ Laatst had Wesley zelfs een mes bij zich. Gekregen van een jongen op straat. Alle gezinshulp en jeugdzorg ten spijt, de ruzies blijven en het zwerven op straat ook. Alleen bij meester Martijn voelt het jongetje zich thuis. Na een dagje school is hij weer rustig. Sinds kort staat achterin de klas een bed. ‘Dan kan Wesley op maandagochtend even bijslapen’, legt Martijn uit. ‘Want zonder goede nachtrust is het moeilijk leren.’

Wesley is maar een van de 119 duizend kinderen die dagelijks te maken krijgen met verwaarlozing of mishandeling. Afgelopen coronajaar werd pijnlijk duidelijk dat de schoolsluiting juist deze kinderen extra raakt. Het aantal meldingen van kindermishandeling nam schrikbarend toe. Waar kinderen op school vaak een veilige plek vinden, was dit door de lockdown niet mogelijk. Met verschrikkelijke gevolgen.

Zoals bij Yusuf. Praten doet hij nauwelijks. Alleen weleens over zijn ‘superman’-tekeningen. Die maakt hij iedere dag. Ik liep een halfjaar stage in zijn klas. Elke pauze kwam hij naar mij toe, zijn broodtrommel in zijn hand met op het deksel een plaatje van Superman. ‘Heeft Superman vandaag weer lekkere dingen voor je meegenomen?’, vroeg ik dan. Yusuf begon meteen te stralen. Vol trots liet hij zijn gevulde broodtrommel zien.

Tot de scholen sloten en de kinderbescherming Yusuf thuis compleet verwaarloosd aantrof. Het was er zo smerig dat de stank van vuilnis door de muren kwam en de buren alarm sloegen. Moeder lag stoned in bed. Haar zoontje had al dagen nauwelijks gegeten. Nu de school dicht was, hoefde zij geen brood meer te smeren. Er was immers niemand die Yusufs Superman-broodtrommel nog controleerde.

Gelukkig zijn de basisscholen weer open. Snel iedereen vaccineren, dan is de lockdown hopelijk binnenkort voorgoed voorbij. ‘Maar niet voor iedereen’, dringt het plotseling tot me door. Voor kinderen als Wesley en Yusuf zal de lockdown nooit helemaal voorbij zijn. Deze zomer wacht er voor hen en al die andere 119 duizend kinderen alweer een nieuwe; zes weken lang de straat op of in een onveilig huis.

Terwijl ik met mijn gezin met vakantie ben. Gezellig in een idyllisch boerderijtje in Brabant.

Meer over