Opinie

Voor democratie én kwaliteit

Tussen burgers en bestuur staan volksvertegenwoordigers. Hen vervangen door referenda is alsof je het nationaal elftal vervangt door amateurs.

Een referendum, georganiseerd door de Franse Socialistische Partij. Beeld anp
Een referendum, georganiseerd door de Franse Socialistische Partij.Beeld anp

In hun bijdrage aan O&D van 16 oktober ('Voortdurende dreiging referendum houdt bestuurders scherp') houden Frank Hendriks en Koen van der Krieken een rustig en weloverwogen pleidooi voor het referendum als aanvulling op de representatieve democratie zoals wij die kennen.

Toch ontbreekt er iets heel wezenlijks in hun betoog. De beide bestuurskundigen leggen enerzijds de nadruk op het belang van burgers bij een directe betrokkenheid bij politieke besluitvorming. Anderzijds wijzen ze erop dat bestuurders scherp worden gehouden als zij weten dat hun besluitvorming aan een referendum kan worden onderworpen.

Correctief referendum

Wat helemaal buiten beeld blijft, is dat tussen burgers en bestuur volksvertegenwoordigers staan, die namens het volk dat bestuur controleren en bovendien meebeslissen over de bij ons geldende regels. Met een referendum liggen niet zozeer bestuurders onder vuur, zoals Hendriks en Van der Krieken stellen, maar juist de vertegenwoordigers van het volk. Dat vraagt toch om de nodige voorzichtigheid bij het inzetten van dit nieuwe constitutionele wapen.

Een referendum over een aangenomen wet of een goedgekeurd verdrag test in wezen of het parlement wel de wil van het volk vertolkt. Een aangenomen correctief referendum is dan ook in de eerste plaats een motie van wantrouwen tegen de volksvertegenwoordiging.

Dat een referendum deze werking heeft, is wel gebleken bij de toepassing ervan rond de totstandkoming van de Europese Grondwet. Ook toen ging het om een verdrag, al moest dat toen nog worden goedgekeurd door de Staten-Generaal. De regering voerde uiteraard campagne om toch vooral ja te zeggen tegen het goed te keuren verdrag, daarin gesteund door de regeringspartijen. Enkele andere politieke partijen waren, niet verrassend, juist tegen.

Bom leggen

Wel verrassend was dat tal van politieke fracties bij voorbaat verklaarden zich neer te zullen leggen bij de uitslag van het referendum. Zij ruilden daarmee dus hun eigen politieke oordeel in voor de opvatting van de meerderheid van het volk, althans van dat deel dat aan het referendum had deelgenomen.

In zekere zin verzuimden deze fracties daarmee te doen waarvoor ze eerder werden verkozen. Het parlementaire debat over de goedkeuring van het verdrag kwam uiteindelijk helemaal niet van de grond, omdat de regering haar knopen telde en maar helemaal afzag van indiening van de goedkeuringswet.

Een referendum, ook in raadplegende vorm, kan een bom leggen onder de werking van het vertegenwoordigende stelsel. Dat kan zelfs de bedoeling zijn, zo weten we uit de Franse situatie, waarin referenda bindend zijn. De rechtstreeks gekozen president kan daar een regeringsvoorstel of een verdrag dat een belangrijke impact heeft op de staatsinstellingen aan een referendum onderwerpen als hij vermoedt dat dat wetsvoorstel of verdrag niet op voldoende parlementaire steun zal kunnen rekenen.

Ontevreden minderheid

Die mogelijkheid is, als reactie op de instabiele 3de en 4de Franse republiek, ingevoerd met het oog op verzwakking van de positie van de volksvertegenwoordiging ten gunste van de bestuurskracht. Ik denk niet dat we dat in Nederland zouden moeten willen. Opvallend is dat een verdrag tot toetreding (dus niet associatie, zoals in het geval Oekraïne) van een land tot de EU zelfs verplicht aan een referendum moet worden onderworpen in Frankrijk. Het parlement wordt dan simpelweg gepasseerd.

Bij ons vervult een ontevreden minderheid van burgers de rol van de Franse president. Die minderheid kan wat langs democratische weg tot stand is gekomen, voorleggen aan het hele volk, dat gedwongen wordt om een standpunt in te nemen over de kwestie.

Vergelijk het met het teleurgestelde publiek dat na een verloren voetbalwedstrijd van Oranje de wedstrijd zelf nog even wil overdoen. Niet leuk voor de spelers die namens dat volk zijn geselecteerd om de kleuren van het land te verdedigen. Zij zijn er, als het goed is, voor opgeleid de wedstrijd te spelen en spelen ook een professioneel spel. Op dat spel is, zeker tegenwoordig, het nodige aan te merken, maar het is toch wel wat rigoureus om er vervolgens dan maar een amateurwedstrijd van te maken.

null Beeld -
Beeld -

De behoefte om zelf het heft in handen te nemen is natuurlijk heel begrijpelijk, maar of de kwaliteit van het spel dat gespeeld moet worden er beter van wordt, waag ik toch te betwijfelen. Ik geloof niet zo in die 16 miljoen bondscoaches die het allemaal beter weten en dolgraag de plaats innemen van de spelers die zij eerder zelf het veld in hebben gestuurd.

Nu wordt weleens beweerd dat het volk de vertegenwoordiging krijgt die het verdient en daar zou best een kern van waarheid in kunnen zitten. Toch pleit ik liever voor het vrije mandaat van onze vertegenwoordigers, de vrijheid om namens mij en alle anderen de beslissingen te nemen die genomen moeten worden, zonder voortdurend op de huid gezeten te worden door de stem des volks. Dat diezelfde vertegenwoordigers er voor gekozen hebben om de referendumwet aan te nemen en zich daarmee zelf tot speelbal van die volkswil hebben gemaakt, moeten we dan maar op de koop toenemen.

Meer over