CommentaarRaoul du Pré

Voor Asscher was het vechten tegen de bierkaai. Hij offert zich op om zijn partij te redden

Lodewijk Asscher voor zijn toespraak in maart tijdens het jaarlijkse partijcongres. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Lodewijk Asscher voor zijn toespraak in maart tijdens het jaarlijkse partijcongres.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Asschers uitstekende politieke antenne vertelde hem dat een nieuwe dreun dreigde op 17 maart. 

In Lodewijk Asschers vertrek schuilt veel tragiek. De PvdA verliest een lijsttrekker die al op piepjonge leeftijd te boek stond als dé belofte van de sociaal-democratie in de 21ste eeuw – de man die dieper dan wie ook nadacht over de gestalte die de oude waarden van solidariteit en bestaanszekerheid moesten krijgen in een snel veranderend land.

Met Diederik Samsom was hij bovendien de personificatie van het memorabele kabinet-Rutte II, een ploeg waarover met de wijsheid van nu vaak wel erg vernietigend wordt geoordeeld. De PvdA heeft toen zeker inschattingsfouten gemaakt. Het verbinden van ingrijpende en vaak nuttige sociale hervormingen aan een draconische bezuinigingsoperatie, was daarvan de belangrijkste. Door die saneringsdrift kwam alles in een schril licht te staan. Maar daarbij wordt vaak vergeten dat het kabinet aantrad in een diepe economische crisis en dat volgens alle regeringsadviseurs de toekomst van de verzorgingsstaat op het spel stond. Van de verhoging van de AOW-leeftijd tot de beperking van de hypotheekrenteaftrek: Rutte II deed veel wat al jaren eerder had moeten gebeuren.

Asschers eigen inschattingsfout was zijn gedachte dat hij als vicepremier een geloofwaardig alternatief was voor partijleider Samsom, als iemand die het roer zou kunnen omgooien. De kiezers pikten het niet, de PvdA ging ten onder, en voor Asscher bleef het ook in de afgelopen vier jaar vechten tegen de bierkaai. De partij neemt inmiddels resoluut afstand van bijna alles wat Rutte II heeft gedaan, maar Asschers eigen hoofdrol in dat kabinet bleef toch in de weg zitten.

De toeslagenaffaire was daarvan het ultieme bewijs. De parlementaire commissie vond geen bewijs dat Asscher als minister wist hoezeer het mis ging bij de Belastingdienst. De grote noodsignalen kwam pas onder het huidige kabinet. Maar juist de leider van een partij die zich afficheert als de beschermer der zwakkeren bleek hierin electoraal kwetsbaarder dan zijn concurrenten van VVD, CDA en D66, die minstens zo schuldig zijn.

Asschers uitstekende politieke antenne vertelde hem dat een nieuwe dreun dreigde op 17 maart. Hij offert zich nu op voor zijn partij, al moet die vrezen dat het te kort dag is om de campagne nog te redden.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.