opinie

Vonnis oud-kindsoldaat Ongwen toont manco Internationaal Strafhof

Hij beging de ergste misdaden in naam van het Oegandese Verzetsleger van de Heer, maar begon als slachtoffer. Met Ongwens traumatische ontvoering als kind en rituele inwijding in het geweld konden de rechters niet uit de voeten, vinden Thijs Bouwknegt en Barbora Holá.

Mohammed Olanyia, die in 2004 zijn hele familie verloor tijdens het bloedbad van Lukodi (Oeganda), volgt met dorpsgenoten via de radio het proces bij het Internationale Strafhof.  Beeld AFP
Mohammed Olanyia, die in 2004 zijn hele familie verloor tijdens het bloedbad van Lukodi (Oeganda), volgt met dorpsgenoten via de radio het proces bij het Internationale Strafhof.Beeld AFP

Donderdag vonniste het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag voormalig kindsoldaat Dominic Ongwen tot 25 jaar celstraf voor misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven. Zijn kidnapping door het Oegandese Verzetsleger van de Heer (LRA) geldt nauwelijks als verzachtende omstandigheid voor de gruwelen die hij later als volwassene voor zijn gijzelaars beging. De tragiek daarvan is dat het Strafhof faalt in het leveren van maatwerk in zaken tegen complexe daders die eens slachtoffer waren van gruweldaden die zij later zelf pleegden.

Ongwen is het probleemkind van het ICC. In zijn zaak zijn er vooral slachtoffers. Maar over de veroordeelde, die verscholen achter een mondmasker ongemakkelijk voor zich uit zat te turen, spraken de rechters alleen in de derde persoon. Alsof het hem niet aangaat. Het Strafhof erkent wel dat Ongwen veel heeft geleden, maar vindt hém geen slachtoffer. Daarom zijn de rechters streng: ‘Op geen enkele wijze overschaduwt de persoonlijke achtergrond van Dominic Ongwen zijn verwijtbaar gedrag en het lijden van de slachtoffers.’ Alleen een forse strafmaat zou figuren zoals Ongwen ‘er in de toekomst van moeten weerhouden soortgelijke misdrijven te begaan’. Dat is op zijn minst naïef.

Wreedheid

Op 4 februari werd Ongwen al veroordeeld voor 61 misdrijven tegen de menselijkheid die hij als twintiger in noord-Oeganda pleegde. Zijn vonnis leest als het handboek van de wreedheid. Onder Ongwens commando teisterde een LRA-jongerenmilitie tussen 2002 en 2005 burgers. In vluchtelingenkampen roofden ze jongens en meisjes en brandden er hutten met bewoners en al af. Wie zich verweerde, werd met machetes bewerkt. Slaafgemaakte kinderen moesten met hun rovers trouwen en nieuwe LRA-strijders baren. Ongwen had zelf zeven ‘gedwongen’ vrouwen en ten minste vijftien kinderen.

Natuurlijk zijn Ongwens onvoorstelbare oorlogsmisdrijven geen kinderspel. Maar dat is niet de kwestie. De vraag is hoe hij dader werd.

Tijdens zijn proces, dat eind 2016 begon, noemden zijn advocaten de zwijgende Ongwen telkens ‘die jongen’. Pas na zijn veroordeling – tijdens een zitting over de strafmaat op 15 april – hoorden de rechters zijn verhaal voor het eerst. Hij was ziek geweest, vertelde Ongwen. Hij had maar 40 procent van de rechtszaak tegen hem begrepen. ’s Nachts trokken de mensen die hij had afgeslacht in hallucinaties aan hem voorbij. Hij dronk een keer wasmiddel om alles te vergeten. Nu wordt hij behandeld voor posttraumatische stressstoornis. En hij praat met drie priesters, vooral over zijn noodlottige jeugd: een verhaal waarmee veel kindsoldaten worstelen.

Doodgehakt

Op zijn 9de, in 1987, zo vertelde Ongwen, werd hij door LRA-rebellen van de weg gesnaaid. Hem werd verteld dat zijn ouders waren vermoord. Zijn schoolboeken werden weggesmeten. ‘Ontsnap en je wordt gedood,’ was de nieuwe les. Na een mislukte poging werd een paar jongens doodgehakt. Ongwen moest hun ingewanden uitsnijden, ophangen in een boom en hun bloed vermengd met bonen opeten. Nog steeds houdt hij niet van vlees. Na deze initiatie nam de sektarische LRA-leider Joseph Kony Ongwen op in een magische wereld. Het was een leefwereld vol kwade geesten, zegt hij nu.

Ongwen vindt zichzelf het allereerste slachtoffer van Kony, voor wie hij dus onschuldige koters ging ronselen. Alleen Kony had hem en zijn slachtoffers kunnen verlossen, zei hij. Toen hij zichzelf in 2014 overgaf aan het Strafhof dacht Ongwen dat het ICC hem zou helpen een normaal leven te beginnen, omdat het hof zegt voor alle oorlogskinderen op te komen. Dat hij als enige voor al het LRA-geweld moest opdraaien, had hij nooit bedacht. De feiten ontkent hij niet en de veroordeling voor de misdrijven die hij als jongvolwassene pleegde, zit juridisch degelijk in elkaar. Maar het Strafhof zat dus in een onmogelijke spagaat: het kan niet tegelijkertijd recht te doen aan het massale leed van weerloze Oegandezen én Ongwens persoonlijke situatie bezien.

Volledig bij zinnen

De rechters vinden dat Ongwen opzettelijk en volledig bij zinnen zijn slachtoffers enorm veel leed heeft aangedaan. Bovendien had hij zonder levensgevaar het LRA kunnen verlaten. Toch waren zij ‘erg onder de indruk’ van zijn ‘gestructureerde en coherente’ relaas. Alleen op basis van zijn misdrijven zouden ze de nu 43-jarige Ongwen levenslang geven. Maar wegens zijn ellendige jeugd willen zij hem toch nog een vooruitzicht geven op een nieuw leven. Daarom werd het 25 jaar.

Met de zaak tegen Ongwen zette het ICC haar doel om recht te spreken voor de meest kwetsbare slachtoffers van de machtigste daders op zijn kop. Eigenlijk hoort Ongwen niet in de beklaagdenbank van het ICC. Het Strafhof is er slechts als laatste strohalm om de ‘meest verantwoordelijke’ staatslieden en rebellenleiders zoals Kony voor gruweldaden tegen burgers te berechten. Maar die zijn ongrijpbaar. Dus berecht het ICC vooral oproerkraaiers. Zoals de Congolese militieleider Thomas Lubanga. Die kreeg in 2012 veertien jaar voor zijn inzetten van kindsoldaten (Ongwen kreeg specifiek voor dit misdrijf 20 jaar). In zijn zaak betoogde hoofdaanklager Fatou Bensouda dat kinderen ‘geen commandanten nodig hebben, maar moeders’.

Berekenende dader

Een paar jaar later, tot veler verbazing, beschuldigde ze voormalig kindsoldaat Ongwen met een record van zeventig aanklachten. Hem vindt ze een berekenende dader die zich verschuilt achter smoesjes over zijn geestesgesteldheid en Kony’s dwang. Vanaf zijn 18de, zo stelt ze, had hij toch moeten weten dat zijn leven – gestoeld op Kony’s wet – indruist tegen het internationaal strafrecht.

Het Strafhof had Ongwen milder kunnen aanpakken. Of Bensouda had hem niet, of niet tot op het bot, moeten vervolgen. Talloze daders zoals hij kregen in Oeganda amnestie. Bovendien: wat kon hij als ongeschoolde jongen nou van buitenlandse mensenrechten weten, vraagt ook Ongwen zich af. Bensouda – die in juni het Strafhof verlaat – wilde er niets over horen: ze eiste minimaal 20 jaar.

De advocaten van Ongwens 4.095 slachtoffers die mochten meedoen in het proces – waaronder ex-kindsoldaten – wilden levenslang. Maar, zo zegt Ongwens raadsman, hij zat al 27 jaar vast in ‘Kony’s gevangenis zonder muren’. Én nog eens 6,5 jaar in voorarrest in Scheveningen. Ongwen verdient nu vooral re-integratie in de gemeenschap wie hij leed berokkende, zo stelt de advocaat. Over zo’n oplossing, die meer houvast kan geven in zo’n ethisch en moreel geladen zaak, beschikken de rechters niet. Met hun beperkte juridische instrumentarium scheppen zij nu dus een behoorlijk kunstmatig, numeriek precedent met zwaarwegende consequenties.

Het Strafhof weet zich geen raad met kindsoldaten. In het internationaal strafrecht is retributie met gevangenisstraffen echter de regel. Een rehabilitatieprogramma, tbs of traditionele verzoeningsrituelen in Oeganda biedt het ICC niet. Er bestaat dus geen volmaakte straf voor Ongwens vorm van daderschap. De huidige strafmaat laat zien dat het Strafhof niet humaan kan straffen in een zaak over de meest inhumane misdrijven, waarin iedereen slachtoffer is, inclusief de dader.

Thijs Bouwknegt is onderzoeker bij het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies en volgde het proces.

Barbora Holá is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum voor Criminologie en Rechtshandhaving (NSCR) en adviseerde het Strafhof over strafoplegging in een andere zaak.

Meer over