ColumnAaf Brandt Corstius

Volwassen mannen als Rutte en Hoekstra vinden dat er een woord op hun T-shirt moet staan, want dat is gaaf

null Beeld

Rutte, Kaag, Hoekstra, hun secondanten en Johan Remkes zaten dit weekend bij elkaar op een landgoed om over de formatie te praten, en daarbij viel vooral de vrijetijdskleding op die de eerste drie droegen. Rutte en Hoekstra droegen blauwe T-shirts met teksten als ‘Superdry’ en sportieve nummers op de mouw, Kaag een blauwe bodywarmer.

De foto’s bevestigden een theorie die ik al anderhalf jaar heb: dat Rutte zichzelf een lekker ding begint te vinden. Dat is op zich een mooie ontwikkeling die iedereen met zichzelf mag doormaken. Rutte kreeg, vermoed ik, het idee dat je als politicus überhaupt een lekker ding kon zijn door Hugo de Jonge en Wopke Hoekstra, die zichzelf al tijden lekker vonden. Het strakke shirt, de nauw aansluitende spijkerbroek, de bloemenschoen, de armbandjes: het zijn allemaal uitingen van ‘ik mag er zijn’.

In de coronatijd sijpelde dit door naar Rutte, die ineens besprekingen in het weekend moest voeren, waarvoor hij een stijl ontwikkelde die ik Catshuis Casual noem. Een T-shirt met de tekst ‘Gymshark’, mutsje, spijkerbroekie.

Ook zijn vaccin haalde Rutte in zijn Gymshark-shirt; je kunt veel van hem zeggen, maar hij is geen big spender. Eén strak shirt waarop Gymshark staat, één geinig blauw mutsje, en dan heeft hij genoeg hippe kleren.

Laten we dit maatschappelijk breder trekken, want dit is onderdeel van een tendens, en dat is: mannen van boven de 20 die kleren dragen waarop woorden staan. Woorden als Superdry (Superdroog) of Gymshark (Gymhaai).

Merkkleren, dus kleren met een woord erop, zijn in de westerse cultuur een manier om je status uit te dragen of te verhogen. Jonge mensen spreken op voor oudere mensen onnavolgbare wijze – waarschijnlijk via fluittonen die je alleen kunt horen als je een tiener bent – regelmatig een nieuw woord met elkaar af dat op je kleren moet staan. De ene week wil iedereen een trui waarop Daily Paper staat (Dagelijkse Krant), de week erop een met Patta (Schoen), of Napapijri (Arctische Cirkel).

Volwassen mannen als Rutte en Hoekstra voelen ergens dat zij niet kunnen aankomen met een trui met Patta erop, ze weten waarschijnlijk niet eens dat dat het afgesproken woord is, maar ze vinden toch dat er een woord op hun T-shirt moet staan. Want dan ben je gaaf, en casual.

Dus gaan zij naar de winkel waar alle vaders en andere volwassen mannen heengaan die een beetje gaaf willen zijn, en kopen zij een T-shirt waarop Superdry staat. Dat straalt uit: ik heb een T-shirt aan, maar dit shirt is bijzonderder en duurder dan een gewoon shirt, want er staat Superdry op.

En dat trekken ze aan als ze gaan vergaderen over de toekomst van het land.

Meer over