Volgens mij zou ze zich na de couscous weer een vrolijk meisje voelen

Deze week belden twee Jehova´s getuigen aan.

Fadoua Bouali

De vriendelijke, keurig geklede dames, met een geordende en gedisciplineerde uitstraling, vroegen mij of ik – net als velen – met de grote levensvragen zit en of ik daarop al een antwoord heb gevonden.
Ze spraken over de oorlogen in de wereld, de ongelijkheid van mensen, leven en dood.

Ik antwoordde dat ik inderdaad ook wel eens bezig ben met de grote levensvragen en dat ik er voor mezelf wel redelijk ben uitgekomen.
De vrouwen wezen me op een stapeltje boekjes en of ik er eentje wilde uitkiezen. De thema’s waren relatieproblemen binnen een huwelijk, opvoedingsproblemen bij kinderen en een boekje over het verhaal van Noach.

Omdat ik natuurlijk niet kon kiezen, vroeg ik of ze een website hadden waarop ik het nog eens kon nalezen en dan eventueel bestellen. Ze gaven me de website, namen afscheid en gingen verder.
De dames waren helemaal niet opdringerig, zoals je wel vaak hoort over Jehova’s getuigen. Op de bank ging ik eens goed nadenken over mijn grote levensvragen en mijn antwoord erop.

De zelf gecreëerde ongelijkheid tussen mensen door ze te verdelen in kleur, religie, klasse en geaardheid en daar de waarde goed of slecht aan te geven, is van alle tijden. Maar godzijdank is de zuurstof die we allemaal nodig hebben niet in handen van de mensen. Stel je voor dat de mens zeggenschap zou krijgen over de zuurstof. Bij dit idee kreeg ik het acuut benauwd. Ik ging over op het leukste en spannendste levensvraagstuk: het wonderlijke moment waarop twee mensen elkaar ergens onderweg ontmoeten.

Niet zolang geleden was ik een stille getuige van zo’n wonderlijke ontmoeting tussen twee mensen. Ik zat in de tram en achter mij hoorde ik iemand een ssst-geluid maken. Als je als Marokkaanse dit geluid hoort, weet je dat het een man op de versiertoer is.

Het is een ritueel dat de man begint met ssst, in de hoop dat de vrouw het signaal oppikt en erop ingaat. Als de man het idee heeft dat de vrouw tegen wie hij het heeft het niet goed heeft gehoord, voegt hij er ‘hé schoonheid’ aan toe.
Als ze er nog steeds niet op ingaat, kan het in het ergste geval gebeuren dat hij reageert zoals mensen met een kort lontje reageren, namelijk: je heel boos en agressief uitschelden voor van alles wat lelijk is.

De ssst-geluiden achter mij waren niet specifiek op iemand gericht, maar kennelijk wilde de man de omgeving kenbaar maken dat hij beschikbaar was.
Een paar haltes verder hoorde ik een vrouw zuchtend en opgelucht naast de man achter mij plaatsnemen.

De man begon tegen haar in het Marokkaans te praten. De volgende minuten was ik getuige van een prachtige conversatie tussen een man en een vrouw die elkaar voor het eerst ontmoeten.

‘EwAllah (ik zweer het je op Allah), ik zag je aankomen lopen en ik was bang dat je de tram zou missen, dus wilde ik opstaan om de tram voor je tegen te houden’, hoorde ik hem dapper tegen haar zeggen.

Dank je wel, Allah erham eloualiden (dat Allah je ouders mag belonen)’, reageerde ze enthousiast.

De man hoorde ik op een quasi serieuze en speelse toon vertellen dat ze zich vooral moest realiseren dat er nog goed opgevoede mannen zijn.

Nee, natuurlijk kunnen we niet iedereen over een kam scheren’, kirde de vrouw.
De man en de vrouw vroegen elkaar waar ze vandaan kwamen uit Marokko en of ze op vakantie zouden gaan.

Ik hoorde de man vragen waar de vrouw nu heen ging en ze antwoordde dat ze haar kinderen ging ophalen van school en daarna moest ze nog boodschappen doen.
Hij vroeg haar lachend of ze couscous voor hem wilde maken. Ze vroeg hem of hij geen vrouw had die het voor hem kon maken. Nee, de man bleek niet getrouwd te zijn.

Je kon voelen dat er grote opluchting was en ineens was er ruimte, heel veel speelruimte.

De man vroeg de vrouw om haar telefoonnummer. Ze antwoordde dat ze haar mobiel niet bij zich had en haar nummer niet uit het hoofd wist. Ze maakte het grapje dat haar hoofd zo hard was als een steen en dat ze niks kon onthouden.

Hij besloot haar zijn nummer te geven. Ik hoorde haar in haar tas zoeken, maar ze kon geen pen vinden. Hij vroeg aan een medepassagier achter hem of hij een pen had, maar deze had helaas ook geen pen.

Ik besloot dat deze twee echt couscous met elkaar moesten eten, haalde een pen uit mijn tas, draaide me om en hield hem voor ze. Een goed uitziende jongeman van eind twintig nam de pen stilzwijgend aan en naast hem zat een behoorlijk gezette, kleine vrouw met een hoofddoekje onder haar kin geknoopt.

De vrouw moest halverwege de twintig zijn. Door overgewicht, waarschijnlijk door zwangerschappen en depressie vanwege een slecht huwelijk, leek ze wel vijftig. Maar volgens mij zou ze zich na de couscous weer een vrolijk meisje voelen...

Nadat de nummers waren uitgewisseld, kreeg ik de pen terug en bedankte de man mij. Ik moest me inhouden om ze niet uitgebreid geluk te wensen en ze mijn zegen te geven. Tja, de Jehova's getuige in mij borrelde naar boven.

Ik was trouwens zelf onderweg naar een afspraakje.

Ik had namelijk een speciale uitnodiging gekregen van een man om zijn goddelijke soep bij hem te komen eten.

De komende weken ben ik aan de kippensoep. Na de kippensoep zal ik waarschijnlijk de boekjes van de Jehova's getuigen bestellen over huwelijksproblemen, opvoedingsproblemen en hoe je hieruit te bevrijden door bijvoorbeeld de boot te nemen – zoals Noach heeft gedaan.

Meer over