Sander Donkersin 150 woorden

Voetbal met nepgeluid begint al te wennen, maar worden de oneindige mogelijkheden wel benut?

Voetbalwedstrijden met lege of schaars bezette tribunes waarbij toch het geluid van tienduizenden toeschouwers klinkt, het begint al aardig te wennen. We leven tenslotte in het post-truth-tijdperk. Waarschijnlijk menen we binnenkort vanzelf te zien wat we horen.

Maar is er aan de vooravond van de nieuwe competitie wel voldoende nagedacht over de oneindige mogelijkheden? Met alleen de smaken ‘geroezemoes’ en ‘opwinding na een doelpunt’ krijgt de ‘geluidsregisseur’ de ziel niet terug in het stadion. Het moet haalbaar zijn om het hele palet aan yells, clubliederen en boertige spreekkoren van elke club te samplen. Een leuke klus voor lokale deejays. Racisme is uit den boze, maar een ‘hi ha hondelulletje’ op z’n tijd moet kunnen. Ook verheug ik me op het unieke geluid van onthutst zwijgen na een beslissend tegendoelpunt in blessuretijd. Zodra dit eenmaal gesmeerd loopt, kan de studio bij slechte prestaties wellicht virtuele kussentjes op het veld gooien. Of, indien echt nodig, een rookbom in het beeld monteren.

Meer over