Columnmax pam

Voetbal is intussen belangrijker dan onze gezondheid, want als wij winnen, vieren wij feest. Wat nou covid?

null Beeld

Geen uitspraak moet zo als volkomen achterhaald worden beschouwd als die van Kees Jansma ‘dat voetbal de belangrijkste bijzaak is in het leven’. Voetbal is allang een hoofdzaak geworden, misschien nog niet helemaal de belangrijkste, maar dat komt er onvermijdelijk aan.

In welke uithoek je ook komt, altijd staat ergens een televisie aan, waarop een voetbalwedstrijd wordt vertoond. In het douanekantoortje aan een vergeten grens, in een kraal onder de lianen van het oerwoud, op de laatste veerboot naar Antarctica, het moet wel gek lopen wil je daar niet iemand aantreffen die onderuitgezakt in een stoel naar een voetbalwedstrijd zit te kijken. Zelfs al ben je die dag de enige bezoeker, die zijn bestemming pas heeft bereikt na een tocht door onherbergzaam gebied, dan nog straalt zo’n tv-kijker uit dat hij liever niet gestoord wil worden.

Voetbal is een miljardenbusiness, waarin al het geld van de wereld omgaat. Knulletjes van 25 jaar kunnen er miljonair mee worden en dankzij voetbal in Rolls Royces rondrijden. Niemand die daar verontwaardigd overdoet. Als knulletje scoort, heeft hij recht op zo’n auto. Ronaldo en Messi zijn zelfs miljardair. Wanneer Ronaldo een Coke wegwuift – omzet Coca-Cola: 30 miljard dollar – siddert de beurs. Mocht het voorstel van Thomas Piketty nog eens worden ingevoerd om tot een grootschalige herverdeling van vermogens en inkomens te komen, dan zullen voetballers daar ongetwijfeld van worden vrijgesteld. Met algemene goedkeuring, want in arme landen is voetbal net zo populair als in rijke landen. Voetbal gaat boven alles. Voetbal is een samenballing van al onze emoties. Voetbal is zelfs belangrijker dan onze gezondheid, want als wij winnen, vieren wij feest, dicht tegen elkaar. Wat nou covid?

Voetbal heeft geen zetel in de Verenigde Naties, maar verder heeft voetbal alles van een staat. De president van de wereldvoetbalbond ontvangt in zijn skybox presidenten van nationale staten. Weliswaar heeft de Fifa een eigen vlag, maar in feite behoren alle vlaggen van de aangesloten landen haar toe. Nergens worden de volksliederen zo uit volle borst gezongen als op het grondgebied van de clubs, dat wil zeggen: op de velden. Zelfs in steden, waar een nijpend woningtekort bestaat, is altijd geld en ruimte om rond het veld een stadion te bouwen. In Rotterdam gebeurt dat, zelfs als niemand het wil.

Voetbal heeft een eigen rechtspraak, die zich nauwelijks iets hoeft aan te trekken van de jurisprudentie in de nationale staten. De internationale voetbalbonden kunnen op eigen gezag boetes en andere sancties opleggen. De voetballer die op het veld een ander verrot schopt, krijgt een straf die nauwelijks te vergelijken is met wat geldt voor mishandeling in het gewone leven. De voetbalwereld heeft ook een eigen maffia, die weer een staat in de staat vormt. De maffia hanteert ook hier haar eigen regels, die eruit bestaan dat fatsoen rustig terzijde kan worden geschoven als groot geld valt te verdienen. Ook die praktijk wordt door de betrokkenen als volkomen normaal aanvaard en wie uit de school klapt, kan het vergeten.

Erg belangrijk is ook dat voetbal de media volledig in zijn greep heeft. Wordt er een toernooi gehouden, dan ruimt de NPO rustig twee van de drie kanalen in, die de hele dag voetbal uitzenden. Tegenover dat ene suffige boekenprogramma biedt de Nederlandse televisie talloze talkshows over voetbal, waarin voetbaljournalisten, voetbalanalisten, voetbalcolumnisten, voetbalstatistici en voetbalbestuurders hun zegje komen doen over voetbal. En als er even een stilte dreigt te vallen, wat zelden gebeurt, praten zij graag verder over politiek en dat soort onnuttige zaken, in termen van voetbal. Het programma Andere Tijden dreigde te verdwijnen, maar dat gold niet voor Andere Tijden Sport, dat gelukkig ook vaak gaat over voetbal.

Na afloop van al die talkshows brengen enorm uitgedijde reclameblokken een grote samenwerkingsshow tussen supermarkten en voetbal. Geen bedrijf, hoe machtig ook, kan zich daaraan onttrekken. Vooral Nederlandse cabaretiers en acteurs profiteren daarvan in hoge mate. Bijna de hele bezetting van Er komt een man bij de dokter, Toren C, De Slimste Mens en wat dies meer zij dreunt in een danse macabre voorbij om ons de waardeloze voetbalprullaria aan te smeren, waarmee de supermarkten hun klanten naar de winkels lokken. Kampioen is ongetwijfeld Frank Lammers, die van hysterische juich-fan in één klap kan veranderen in een voetbalanalist, die zelfs Louis van Gaal blijkt te kennen! Een groot acteur, als je het mij vraagt. Wat ooit als hoererij werd beschouwd, is door voetbal gewoon leuk én lucratief geworden: To grab or not to grab.

Het EK-voetbal en Wimbledon zijn afgelopen. De Tour de France is nog volop aan de gang. De Olympische Spelen – met voetbal! – komen eraan. Mij hoor je niet klagen.

Meer over