columnnico dijkshoorn

Vijfenveertig jaar nadat hij zijn vader er zo graag in zag, paste Nico Dijkshoorn zelf ook een jasje

null Beeld null

‘Kijk nou wat je hebt gedaan’, zei mijn moeder. Ze liet mijn vader de binnenkant van zijn colbert zien. Zwarte vegen op de witte voering. ‘Hoe vaak heb ik dat tegen je gezegd? Eerst je handen wassen als je je jasje aandoet. Je bent automonteur!’ Mijn broers en ik keken naar het jasje. Ze had gelijk, er zaten vieze strepen, maar wie ging de binnenkant van zijn jasje zien?

Dat zei ik tegen mijn moeder. Ik wilde heel graag dat mijn vader zijn jasje aandeed. Het stond hem zo goed. In dat jasje was hij opeens veel meer vader en veel minder vriend. Mijn moeder vroeg waar ik me mee bemoeide. Eerst maar eens zelf mijn rits dicht zien te krijgen, dan ging ze misschien heel voorzichtig over kleren praten.

Het was een fijne colbert die mijn vader droeg. Donkerblauw, met een wit hemd eronder. Aan het begin van de avond droeg hij een das. Na het zevende biertje zagen we zijn nek. De das zat in zijn achterzak. Een medewerker in een modezaak zou zeggen: ‘Meneer kan dit jasje heel goed hebben.’

Het jasje deed iets met mijn vaders zelfvertrouwen. Hij sprak opeens hele zinnen. Hij luisterde naar andere mensen. Ik keek hem achterop zijn colbert en zag aan de stand van zijn hoofd dat hij niet echt luisterde. Met dat jasje aan leek het minder erg. Ik wist ook wat er gebeurde als het jasje uitging. Dan veranderde hij weer in Klaas Waar Iedereen Het Nog Jaren Over Had. Dan kon je er op wachten. ‘Klaas heb jij die halve bevroren kip op tafel gelegd?’

Vijfenveertig jaar later moet ik zelf een jasje passen. Als vergoeding voor een geschreven tekst ontvang ik een maatpak. Het passen zal plaatsvinden in Rotterdam. Ik vraag aan Tanja of ze mij een pakkenman vindt ‘Je bent misschien net 20 cm te klein, maar ik denk niet dat het je zal misstaan. Geen grijs nemen want dan lijk je op iemand uit de Eerste Kamer.’

Ik durf niet alleen. Ik bel Wilfried de Jong. Tijdens onze optredens op De Parade heb ik hem over het podium zien struinen in een prachtig pak. Het kan dus, je prettig voelen in een pak. Twee dagen later tref ik hem voor de winkel. Ik begin over ditjes en datjes, maar Wilfried heeft daar geen tijd voor. Als je een pak koopt ga je niet staan lullen over een toneelstuk of de waterstanden. Naar binnen.

Wilfried zit op een bankje en ik verdwijn in de paskamer. Ik voel de broek als een briesje over mijn benen glijden. Ik doe mijn schoenen aan en loop de winkel in. Ik ga voor Wilfried staan. Hij kijkt en ter plekke verander ik in zijn zoon. Hij neemt een paar meter afstand. ‘Hoe sta jij er nou bij? Ga nou eens recht staan. Kom eens hier.’ Hij trekt mijn schouders recht. Daarna kijkt hij naar mijn schoenen. ‘Erfenis, Dijkshoorn? Van je opa geweest? Kan niet. Haal je handen eens uit je zakken. Draai je eens om.’

Ik draai me om. Wilfried overlegt met de kleermaker. ‘Wordt nog een hele klus.’ Ik draai me weer om. Wilfried cirkelt om mij heen. ‘Hoe voelt het?’, vraagt hij. Ik antwoord: ‘Prettig.’ Bijna zeg ik erachteraan: ‘Om eindelijk heel even een vader te hebben.’  

Meer over