ColumnLoes Reijmer

Vier jaar na #MeToo: zijn we iets opgeschoten?

null Beeld

Komende week is het vier jaar geleden dat de vraag der vragen werd behandeld aan de talkshowtafel van De Wereld Draait Door. Het is een vraag die de afgelopen jaren over veel onderwerpen is gesteld - en waarbij ik, het tobberige gezicht van de vragensteller ten spijt, altijd aan slagroom moet denken.

‘Slaat … niet door?’

Op die puntjes staat dan een onderwerp waarover op dat moment veel te doen is. Een emancipatiebeweging vraagt aandacht voor iets, media berichten erover. En dan, ongeveer 73 uur na de eerste rimpelingen, worstelt de status quo zich alweer terug. Mensen die zich laten voorstaan op hun ratio en nuance beginnen driftig doembeelden te schetsen, het gaat al snel over hysterie en heksenjachten, of ‘je mag ook niets meer’.

Zo ook vier jaar geleden in DWDD, toen Matthijs van Nieuwkerk anderhalve week na de eerste onthullingen over Harvey Weinstein in een hallucinant gesprek probeerde te achterhalen of #metoo ‘doorsloeg’. Ja, vonden de meeste aanwezigen. Want alles werd op een hoop gegooid. Kijk, verkrachtingen zijn natuurlijk héél erg, benadrukte iemand nog maar eens. Maar gaan we nu van alles een probleem maken?

Het is een fascinerend gesprek om terug te kijken. Omdat het zo zoekend is, rommelig. Omdat we inmiddels veel beter denken te weten - en tegelijkertijd nog altijd niet af zijn van de primaire reflexen die aan tafel met veel aplomb te berde werden gebracht.

Je zag het deze week in de reacties op twee zaken van grensoverschrijdend gedrag. In Het Parool vond een briefschrijver dat de vrouwen die last hadden van de toespelingen van de Amsterdamse wethouder Laurens Ivens best wat assertiever hadden kunnen reageren. Hij kende Ivens als een aardige man, ‘geen bullebak’. Wat zonde dat een goede wethouder moest aftreden om klein bier, vond hij. ‘Die vrouwen zijn niets gewend’, schreef een ander.

In België stond de populaire televisiemaker Bart De Pauw voor de rechter. Dertien vrouwelijke collega’s, veelal jong en ondergeschikt, beschuldigen hem van belaging. Hij zou duizenden berichten aan hen hebben verzonden, flirterig of seksueel van aard, ook in de nacht. Als regisseur stuurde hij naar een 23-jarige actrice: ‘Jij bent zo smoking hot’ en ‘Ik zou je willen neuken.’ Stagiaires ontvingen eveneens berichten van hem. Soms stond hij plotseling voor de deur.

Al dat gedoe om wat sms’jes, klinkt het uit de kelen van zijn verdedigers. Hadden ze hem niet gewoon kunnen blokkeren?

Het mag dan vier jaar na #MeToo zijn; nog steeds is de eerste reflex om de wandaden naast onze seksuele leed-o-meter te leggen. Terwijl het daar niet per se om gaat. ‘Dit moment draait niet (alleen) om seks’, schreef de Amerikaanse journalist Rebecca Traister destijds al. ‘In essentie gaat het om werk.’

Op het stadhuis moesten de betreffende vrouwelijke ambtenaren voortaan om Ivens heen werken. Ze konden niet mee op dienstreis of moesten vergaderingen afzeggen waarbij hij aanwezig was. Het flirtgedrag van de wethouder was nadelig voor hun carrière - punt.

‘Het is belangrijk dat de sfeer goed zit en dat er een goede klik is’, zei De Pauw in een verhoor over zijn werk op de set. Hij zocht slechts ‘heel goed contact’. Dat zijn vrouwelijke collega’s in de nacht lagen te bedenken hoe ze zijn avances konden afwimpelen zonder hun werk te verliezen, kwam kennelijk niet bij hem op.

Natuurlijk heeft #MeToo invloed gehad, ook op deze twee gevallen. Ivens moest aftreden, De Pauw verloor zijn contract bij de tv-zender. Toch blijft de sympathie bij hen liggen. Gevallen mannen kunnen nu eenmaal op ons mededogen rekenen. Omdat we de carrière van de een toch nog altijd íéts belangrijker vinden dan die van de ander.

Meer over