Verzetsvrouwen zijn niet stelselmatig genegeerd

Tweede Wereldoorlog Door hun zeer beperkende maatschappelijke positie zaten er minder vrouwen dan mannen in het verzet.

Coen Hilbrink is historicus
Verzetsstrijdster Jacoba van Tongeren op een schilderij van Max Nauta. Archief Stichting 1940-1945. Beeld Rob Vrieling
Verzetsstrijdster Jacoba van Tongeren op een schilderij van Max Nauta. Archief Stichting 1940-1945.Beeld Rob Vrieling

Het was even slikken toen ik het las in de Volkskrant, 20 april. Zou NIOD-directeur Marjan Schwegman ook mij tot die historici rekenen die Nederlandse vrouwen in het verzet 'stelselmatig' uit de geschiedenisboeken hebben gehouden? Als kind van mijn tijd, destijds, uitgaande van de 'klassieke rolverdeling: mannen verrichten het echte verzetswerk, vrouwen deden slechts ondersteunend, 'verzorgend' werk'? Al dertig jaar schrijf ik over het verzet, maar nooit legde iemand een verband tussen mijn geschiedschrijving en mijn geslacht.

Terecht wijst Schwegman op onevenwichtigheid op dit punt in het werk van Loe de Jong. Zelf wees ik in een van mijn boeken op de lijst van namen van personen die haar illustere voorganger voor het schrijven van zijn hoofdstukken over verzet en illegaliteit heeft gesproken. Niet minder dan dertig, bijna de helft, zijn van een adellijke, academische of andere titel voorzien. Ook blijken alleen de toppen van verzetsorganisaties door De Jong te zijn gehoord, vrijwel geheel bestaande uit mannen.

'Niet denkbaar'

De eenzijdigheid van de door De Jong gepleegde oral history heeft zeker in diens geschiedschrijving over het verzet doorgewerkt. Maar al in 1951 kon men in Het Grote Gebod lezen dat het verzet 'niet denkbaar' en in die vorm en omvang zelfs niet mogelijk was geweest zonder talloze moedige vrouwen. Anne de Vries schreef dit. Anders dan jongeren onder u wellicht zullen denken, was hij een man.

In het gedenkboek van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO) en Landelijke Knokploegen (LKP), de grootste landelijke verzetsorganisaties die ons land tijdens de bezetting heeft gekend, kun je ook de namen vinden van de 1.671 door de bezetter gedode medewerkers: 22 vrouwen (1,3 procent) en 1.649 (98,7 procent) mannen. Heldere cijfers, lijkt het, voor wie wil weten hoe de rollen van mannen en vrouwen in het verzet zich tot elkaar verhielden. Ze corrresponderen in ieder geval met het feit dat bij wie voor het verzet koos of - veel vaker - daarin rolde, behalve persoonlijke eigenschappen vooral de maatschappelijke positie een doorslaggevende rol speelde.

Voor veruit de meeste vrouwen was deze zeer beperkend. Als ze trouwden, moesten ze hun baan opgeven en zich gaan wijden aan hun gezin. Alleen al dit gegeven maakte hen minder geschikt dan mannen voor meer spectaculaire vormen van illegaal werk. Mannelijke historici zoals ik hebben dit 'stelselmatig' moeten vaststellen. Ook dat vrouwen die van dit patroon afweken, zeldzaam waren.

null Beeld COEN HILBRINK
Beeld COEN HILBRINK

Verzet mogelijk gemaakt door mannen én vrouwen

Maar wat alle verzetsvrouwen deden, was nooit 'slechts ondersteunend, 'verzorgend' werk'. Verzetsactiviteit op een waardeschaal leggen heeft alleen zin in termen van noodzaak. Verzetsmensen deden wat ze moesten doen. Vrouwen én mannen maakten samen het ontstaan en bestaan van georganiseerd verzet mogelijk.

Om dit duidelijk te maken, moest ik Knokploegen, religie en gewapend verzet 1943-1944, mijn nieuwe boek, laten beginnen met een hoofdstuk over de levens van Lena, Koosje, Beppie en Ria. Laten zien hoe in de levens van deze vrouwen het fenomeen 'verzet' is binnengedrongen zonder dat ze dit zelf ooit voor denkbaar hebben kunnen houden. Hoe het, zo leek het, net als bij hun mannen, 'gewoon' op hun pad kwam.

Het leven van iedere mens is het waard te worden beschreven. Dat ik in mijn boek over juist déze vrouwen schreef en niet over andere, heeft met mijn man-zijn niets te maken.

Meer over