ingezonden brieven

Vermogensongelijkheid hoort bij onze levensloop

De lezersbrieven van maandag 6 december.

Redactie
Een stel  tijdens een huisbezichtiging met de makelaar.  Beeld Marcel van den Bergh/ de Volkskrant
Een stel tijdens een huisbezichtiging met de makelaar.Beeld Marcel van den Bergh/ de Volkskrant

Brief van de dag

Vorige week stond in deze krant een artikel over de vermeende vermogensongelijkheid in Nederland (Ten eerste, 2/12). Statistieken als ‘de top zoveel procent heeft meer dan de armste helft van Nederland’, doen het dan goed. Wat wordt vergeten is dat vermogensongelijkheid een normaal gevolg is van hoe wij onze maatschappij georganiseerd hebben.

Als jongvolwassene ga je studeren en investeer je met een studieschuld in je opleiding. Je vermogen is dan fors negatief. De eerste decennia van je leven zijn duur: je koopt een huis (met hypotheek), een auto en krijgt kinderen. Geen ruimte om te sparen dus.

Gelukkig verplicht de overheid sparen via pensioenregelingen en aflossing op hypotheken. Zo groeit het vermogen langzaam tot het na circa 15-20 jaar groter is dan de schulden. In de loop der jaren groeit ook het inkomen en kun je wat gaan sparen. Op je 67ste ben je op je allerrijkst: de volle pensioenpot maakt dat deze jaarlaag waarschijnlijk meer vermogen heeft dan alle 20’ers tot en met 40’ers tezamen.

Oneerlijk? Welnee, zelf voor gespaard en hard nodig om de komende 20 jaar van het pensioen te genieten. Vermogensongelijkheid hoort bij onze levensloop, laten we dat goed beseffen voordat hier een zweem van onrechtvaardigheid omheen wordt gecreëerd.

Philip Jan Looijen, Delft

Docent

Wat fijn dat Jorn Albers stellig benoemt dat de aanwezigheid van ‘een passie en roeping’ geen excuus is om werknemers in de zorg uit te buiten (O&D, 2/12). Vervang de term ‘zorgmedewerker’ door ‘docent’ en ‘patiënt’ door ‘leerling’, en je hebt de huidige staat van het voortgezet onderwijs.

Ook docenten werken zo’n 50 à 60 uur per week met een contract van 0,7 fte - contracten van 1,0 fte zijn een zeldzaamheid. Dit overwerk wordt niet besproken of gevraagd: er wordt simpelweg vanuit gegaan.

Ook ik voelde zes jaar geleden de roeping: als afgestudeerd neurobioloog en na een carrière in de journalistiek heb ik de academische docentenopleiding (12.000 euro) uit eigen zak betaald. Toch ben ik - met pijn in mijn hart - als eerstegraads docent biologie na vijf jaar uit de sector gestapt. Van de groep mensen met wie ik omging tijdens de lerarenopleiding, werkt ondertussen niemand meer als docent.

Anna Tuenter, Arnhem

Vrouwen of moeders?

In het interview met Liesbeth Staats (Zaterdag, 4/12) wordt de ‘sterke moedercultus’ in stand gehouden doordat vrouwen stilzwijgend worden gelijkgesteld met moeders. Staats stelt dat een vrouw, wat zij ook bereikt, ‘bovenal gezien en beoordeeld [zal] worden als moeder’. Bij de beoordeling van een man speelt zijn vaderrol niet mee. Na het lezen van het stuk zou je denken dat alle vrouwen moeders zijn, en alle mannen vermoedelijk ook vaders.

Eenmaal komt een vrouw ter sprake die volgens haar leidinggevende wel met minder loon toe kan omdat ze geen gezin hoeft te onderhouden, maar verder lijkt het alsof het enige probleem van vrouwen op de arbeidsmarkt is dat zij voor hun kinderen willen zorgen. En dat terwijl de problematiek zo veel breder en complexer is. De vanzelfsprekendheid waarmee vrouwen met moeders worden gelijkgesteld, is een maatschappelijk probleem an sich.

Anna Dlabacova, Leiden

Pooier

Dat vrouwen minder werken dan mannen is een feit en mede het gevolg van een culturele norm, constateert Staats in haar boek Waarom vrouwen minder lang werken dan mannen. Ik ben al jarenlang ‘huisvader’ terwijl mijn echtgenote een bedrijf leidt. Zij vindt dat leuk en ik ook. Maar het aantal keer dat tegen mij de opmerking is gemaakt ‘Zo, jij hebt het goed voor elkaar dat je je vrouw(tje!) voor je laat werken’, is ontelbaar. Deze opmerking werd zeker niet in de laatste plaats door moeders op het schoolplein gemaakt. Dat je als niet-werkende man als een soort pooier wordt weggezet, geeft wel aan dat er nog een lange weg te gaan is.

Metten Koster, Den Haag

Columns

Sheila Sitalsing schrijft in haar column nogal denigrerend over de 3.876 talkshows in Nederland (Zaterdag, 4/12). Dat aantal lijkt me onwaarschijnlijk hoog. Tenzij je alle dagelijkse columns uit de verschillende nieuwsmedia meetelt natuurlijk. Dan klopt het wel.

Herman Wanschers, Almelo

Foto

In de weekendkrant van 4 december staat een foto van een jonge Max Verstappen met een vrouw die hem met een paraplu tegen de zon beschermt (Sport, 4/12). Rechts vóór hen staat een man.

Onder de foto staat: ‘Juli 2010. Max Verstappen staat met zijn vader Jos klaar voor een race op het kartcircuit van Genk.’ Zie ik een andere foto dan de schrijver van deze tekst?

Evelyn Donkers, Eindhoven

Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Meer over