Opinie

Verkoop geen nieuwe rituelen en illusies aan de formatietafel, maar kom tot een wezenlijke verandering van het financieel-economisch bestel

Erkennen we de noodzaak van een andere economie? Dat is de uiteindelijke, meer wezenlijke vraag die dezer dagen nog op de formatietafel hoort te liggen, betoogt Klaas van Egmond.

Informateur Mariette Hamer (L) ontvangt de vertegenwoordigers van diverse uitvoeringsorganisaties. Peter Smink (Belastingdienst), Harmen Harmsma (Dienst Uitvoering Onderwijs; DUO), Michele Blom (Rijkswaterstaat), Alexander Pechtold (Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen; CBR) en Maarten Camps (UWV) schoven aan.  Beeld ANP
Informateur Mariette Hamer (L) ontvangt de vertegenwoordigers van diverse uitvoeringsorganisaties. Peter Smink (Belastingdienst), Harmen Harmsma (Dienst Uitvoering Onderwijs; DUO), Michele Blom (Rijkswaterstaat), Alexander Pechtold (Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen; CBR) en Maarten Camps (UWV) schoven aan.Beeld ANP

De formateur probeert uit te vinden welke grote onderwerpen een nieuw kabinet met voorrang moet behandelen. Er komen onderwerpen voorbij als klimaat, onderwijs, kansenongelijkheid en versterking van de rechtsstaat. Maar waarom zou dat de komende kabinetsperiode iets opleveren, terwijl de problemen op die gebieden de afgelopen decennia alleen maar veel groter zijn geworden?

Dat komt doordat we het werkelijke, onderliggende probleem niet onder ogen willen zien. Dat we nog steeds denken dat we in een eindige wereld en in een eindig Nederland eindeloos kunnen doorgroeien. De gedachte dat de wereld een verdienmodel is, en menselijke relaties een business case. En nu, na 50 jaar discussie over de ‘grenzen aan de groei’, denderen we dagelijks tegen die grenzen aan. De klimaatverandering voltrekt zich geheel naar wetenschappelijke verwachting en is inmiddels door iedereen te bezichtigen.

De natuur holt, mede door ons verdienmodel, wereldwijd achteruit, en ook in Nederland geven we de absolute voorkeur aan business boven natuur. De export van vlees is belangrijker dan de leefbaarheid op industrieterrein Nederland. De ophoping van toxische stoffen in het milieu, zoals nu ook blijkt voor pfas, gaat onverminderd door.

Grenzen bereikt

Niet alleen de fysieke, maar ook de sociale grenzen aan de groei zijn ruimschoots bereikt. De gemiddelde Nederlander is van de ‘economische groei’ de afgelopen decennia weinig of niets beter geworden. De aandeelhouders zijn dat wel. En omdat een land dat moet groeien steeds voller wordt, gaat de werkelijke kwaliteit van leven niet vooruit, maar achteruit. Daardoor zijn de kansen op de woningmarkt allang niet meer afhankelijk van de hoogte van je inkomen, maar van je inkomen ten opzichte van de anderen, die ook allemaal op hun tenen moeten staan. En als je er dan toch in geslaagd bent om met de hypotheek tot aan je lippen zo’n huis te bemachtigen, dan is de kans groot dat het binnenkort weer een ton onder water staat.

Ons financieel-economisch bestel is namelijk zo ingericht dat we eens in de zoveel jaar onvermijdelijk een financiële crisis hebben. Niettemin zijn juist in die financiële sector, die per saldo een negatieve bijdrage levert aan de Nederlandse economie, de inkomens heel hoog, terwijl we de mensen in het onderwijs en de zorg alleen belonen met mooie woorden.

Rad voor ogen draaien

Waarom is dat zo gelopen, en waarom zal het ook nu weer zo gaan? Omdat we elkaar een rad voor ogen draaien. Omdat we tijdens de verkiezingen zeggen dat we de klimaatdoelstellingen van Parijs gaan halen, terwijl dat met het voorgestelde beleid niet in de verste verten gaat gebeuren. Omdat de ceo van Schiphol en de minister van Verkeer en Waterstaat ons regelmatig komen uitleggen dat we weer gewoon kunnen doorvliegen omdat we gaan vliegen op frituurvet en andere biobrandstoffen en anders toch wel elektrisch. Omdat we ten onrechte suggereren dat al onze problemen zullen worden opgelost met nieuwe technologie; ‘anders’ of ‘minder’ hoeven dus niet aan de orde te zijn. Omdat we vluchten in beleid dat zo ingewikkeld is ‘dat het toch nooit gaat werken’.

En al die normen dan, die ook internationaal aan ons worden gesteld? Die worden goeddeels ingevuld met ritueel beleid, bijvoorbeeld de ticketheffing van 8 euro, of illusoir beleid, zoals de subsidiëring van elektrische auto’s terwijl het effect wordt weggevaagd door de toegelaten verschuiving naar grotere auto’s (suv’s). Of we maken elkaar wijs dat we de enorme milieu-impact kunnen beperken door het planten van bomen of door dertig jaar vrijblijvend te praten over de ‘circulaire economie’.

Op die manier kunnen we aan de hand van het herstelplan weer gewoon doorgaan met verder en groter groeien; business as usual. Met als gevolg dat op alle maatschappelijke terreinen de bestaande problemen niet kleiner, maar veel groter zullen worden.

Regeerakkoord

Een komend regeerakkoord zou geen nieuwe rituelen en illusies moeten verkopen, maar de kern van het probleem moeten aanpakken. En dat is de wezenlijke verandering van het financieel-economisch bestel. Onze Eurocommissaris Sicco Mansholt heeft 50 jaar geleden al precies uitgelegd hoe dat moet. Dan gaat het in een vrije markteconomie vooral over financiële prijsprikkels, die zo sterk zijn dat de economie zich in een andere richting gaat bewegen. Dat wordt dan bereikt door fundamentele herziening van het belastingstelsel, dat de neerslag behoort te zijn van een nieuw, minder eenzijdig materieel waardepatroon. De levensduur van producten zal dan sterk worden verlengd, doordat grondstoffen duurder en repareren goedkoper wordt. Daarmee nemen we afstand van de wegwerpeconomie. Daarnaast zullen we het volledig tot casino ontspoorde financiële bestel weer dienstbaar moeten maken aan die nieuwe economie.

De afgelopen decennia zijn we niet in staat gebleken tot zo’n wezenlijke koersverandering. De structurele verschuiving van de werkelijke macht van de parlementaire democratie naar grote private belanghebbenden heeft daarin een grote rol gespeeld. Een ‘andere economie’ is tot nu toe onbespreekbaar geweest. Het zou nu het enige onderwerp op de formatietafel behoren te zijn.

Klaas van Egmond is hoogleraar milieukunde aan de Universiteit Utrecht en oud-directeur van het RIVM.

Meer over