ColumnThomas van Luyn

Veel mensen, waaronder ikzelf, zouden baat hebben bij een snufje narcisme

null Beeld Aisha Zeijpveld
Beeld Aisha Zeijpveld
Thomas van Luyn

Van een beetje narcisme is nog nooit iemand doodgegaan. Sterker nog, het lijkt mij een heerlijke aandoening. Nóg sterker: ik denk dat velen, waaronder ikzelf, baat zouden hebben bij een snufje – niet meer dan een snufje – narcisme. Gewoon, dat je nét denkt: wat boffen de mensen toch met mij. Lijkt me toch prettiger je voordeur uitstappen.

Dat snufje, dat kunnen ze misschien extraheren uit het hersenvocht van die vruchtbaarheidsartsen die zichzelf zo effectief gebben voortgeplant. Ik ben geobsedeerd door hun jaloersmakende zelfingenomenheid. Zo’n dokter zit in zijn lab en denkt van: tja, ik kan wel dat donorzaad gebruiken, maar laten we eerlijk wezen: hoe groot is de kans dat daar zo’n geweldige kerel uitrolt als ik? Niet alleen ben ik een ontzettende knapperd die toevallig cum laude is gepromoveerd op het handenwasprotocol in fertilisatieklinieken – welnee, dat is het niet eens wat mij zo bijzonder maakt. Het is eerder dat iedereen zo dol op mij is. Dat verklaart waarom mensen zo om meer van mij zitten te springen.

Nou kan ik helaas maar op één plek tegelijk zijn. En ja, als ik de wereld echt een betere plek wil maken – nog beter dan mijn aanwezigheid alleen al oplevert – dan ben ik het haast aan anderen verplicht mijn genen zo veel mogelijk door te geven. Eigenlijk zou het asociaal zijn om het zaad van... even kijken in zijn dossier... deze doctorandus in de sociale geografie – haha, nou ja, als het hem maar van de straat houdt. Hetgeen ik ten zeerste betwijfel, want de roep om sociaal geografen zal niet oorverdovend klinken, tenminste lang niet zoals de roep om, laten we zeggen, fertilisatieartsen. Vooral eentje die een hole-in-one zou hebben geslagen op St Andrews, als de wind niet ineens was opgestoken. En wanneer ik zie wat een geluk ik teweegbreng bij elke borrel die ik opluister, dan zou het eigenlijk een misdaad tegen de menselijkheid zijn om de genen van deze minkukel, wiens grootste prestatie is dat hij heeft kunnen ejaculeren in een potje, om die genen door te geven in plaats van de mijne.

Als je een aanstaande moeder de keuze kon geven, wiens kind zou ze dan liever hebben: dat van een ongeschoren rukker, of van een knappe dokter? Nou, precies. Ah, hier is nog een leeg potje. Even een portret van mezelf erbij voor de seksuele stimulatie….

Dan zit je toch wat lekkerder in je vel, stel ik me zo voor.

Eigenlijk is het heel sneu dat ik niet kan zien hoe mijzelf honderd keer voortplanten een goede zaak zou zijn. Dat getuigt toch van betreurenswaardig weinig eigenwaarde. Kom op Thomas, dat zou toch geweldig zijn, als je zo veel kinderen maakte? Stel je eens voor hoeveel min of meer amusante columnisten (m/v) dat zou opleveren, hoeveel acceptabele pianisten, hoeveel meesterlijke vaatwasserinruimers (want daar ben ik heel, heel goed in).

Dat de narcist een tevreden mens is, blijkt ook uit een uiterst eenvoudige klinische methode die psychologen gebruiken om narcisme vast te stellen: je kunt het ze gewoon vragen. Als je een narcist vraagt of hij narcist is, schijnt hij dat ronduit te bevestigen. ‘Ja inderdaad, nu je het zegt, haha, ja ik ben best wel een narcist. Leuk hè? Wil je een kind?’

Daar spreekt iemand die niet in de Happinez hoeft te lezen over hoe je van jezelf kunt leren houden.

Meer over