Opinie

Veel meer investeren in wetenschap is mogelijk én noodzakelijk voor de BV Nederland

Bijna 200 Nederlandse wetenschappers luiden de noodklok over de (geplande) investeringen in wetenschap en innovatie en de invulling ervan.

Onderzoeker aan het werk bij VDL Enabling Technologies Group.  Beeld Hollandse Hoogte / Ton Toemen
Onderzoeker aan het werk bij VDL Enabling Technologies Group.Beeld Hollandse Hoogte / Ton Toemen

Dat Nederland het in de toekomst van een kenniseconomie moet hebben is onomstreden. Nederland staat voor grote financiële uitdagingen, zoals veroudering en klimaatomwenteling en deze kunnen alleen worden opgelost met een aanzienlijke verhoging van de productiviteit. Een kenniseconomie is schoon, heeft weinig plek nodig en creëert hoogwaardige banen en is daarmee ideaal voor Nederland. Brainport Eindhoven (ASML is meer waard dan Airbus, Siemens of Volkswagen) of het Bioscience park Leiden (Janssen vaccin) zijn voorbeelden die navolging verdienen. Als het echter op de noodzakelijke lange-termijninvesteringen aankomt, laat de politiek het al een tijd afweten.

Als het gaat om uitgaven aan wetenschappelijk onderzoek en innovatie, staat Nederland niet in de kopgroep van landen waarmee wij internationaal moeten concurreren, zoals Duitsland en de Verenigde Staten. Sinds 2017 hebben Duitsland en de VS hun kennisinvesteringen tot 3,2 procent, respectievelijk 3,1 procent van het bbp opgevoerd. Nederland blijft hangen rond de 2 procent, omringd door landen die aanzienlijk minder rijk zijn (Frankrijk, Groot- Brittannië, Tsjechië, Slovenië) of landen die natuurlijke hulpbronnen en/of een groot oppervlak hebben en daarmee in hun onderhoud kunnen voorzien (Noorwegen, Canada, Australië).

Kenniscoalitie

Met het Nationaal Groeifonds en een voorstel van de Kenniscoalitie zijn de eerste stappen tot herstel gezet, maar volgens ons zijn deze te langzaam en onvoldoende ambitieus, gezien de internationale ontwikkelingen. Het voorstel van de Kenniscoalitie is om van de huidige investering van 2,2 procent stapsgewijs te groeien naar de EU-richtlijn van 3 procent van het bbp in 2031. Hiervoor loopt de publieke investering elk jaar met ongeveer 350 miljoen euro op tot een extra investering van 1,4 miljard euro per jaar aan het einde van de komende kabinetsperiode.

Dat betekent dat we in 10 jaar tijd nog niet eens het huidige niveau van Duitsland en de VS bereiken, terwijl die landen uiteraard niet stil zitten. Duitsland heeft de ambitie om 3,5 procent van het bbp te investeren in 2025. President Joe Biden heeft net voorgesteld om de Amerikaanse publieke investering in onderzoek en innovatie met 31 miljard dollar per jaar te verhogen, hetgeen een gat geeft met de Nederlandse 2031-ambitie van 0,5 procent van het bbp.

Hoewel de EU-richtlijn van 3 procent een belangrijk doel is, stellen wij dat het noodzakelijk is om in 2031 op gelijke hoogte te komen met Duitsland en de VS. Hiervoor is een jaarlijkse verhoging van de publieke investering van 550 miljoen euro per jaar tot 2031 noodzakelijk, hetgeen leidt tot een extra investering van 2,2 miljard euro per jaar aan het einde van de komende kabinetsperiode.

Politieke keuze

Dit pad heeft als belangrijk bijkomend voordeel dat de EU-richtlijn al wordt bereikt in 2027 en het huidige niveau van de VS en Duitsland in 2028. Het achterlopen bij de VS en Duitsland is een politieke keuze en volkomen onnodig. Nederland is per inwoner net zo rijk als de VS en Duitsland. Bovendien is het rendement van wetenschappelijk onderzoek hoog (geschat op 300 procent tot 900 procent).

Het talent is er (nog) in Nederland: Nederlandse wetenschappers staan bovenaan in het verkrijgen van Europese onderzoekssubsidies. Van de ingediende onderzoeksvoorstellen in Nederland wordt echter maar 10-20 procent gehonoreerd, waardoor vele excellente projecten in de prullenmand verdwijnen. Veel potentieel blijft nu dus onbenut door geldgebrek. Waar het specifiek aan schort in de Nederlandse toekomstplannen is een gebrek aan geld voor fundamenteel onderzoek.

Het Groeifonds biedt daar geen plek voor. Ter compensatie heeft de Kenniscoalitie voorgesteld om ook meer geld uit te trekken voor fundamenteel onderzoek, vooral via directe financiering aan de universiteiten. Geld voor de universiteiten is nodig, omdat de onderwijstaken enorm zijn toegenomen, zonder uitbreiding van de staf. Wat tekortschiet in de huidige voorstellen is de uitbreiding van fundamenteel onderzoek geselecteerd door NWO, uitsluitend op grond van wetenschappelijke kwaliteit.

De individuele onderzoekersbeurzen van de European Research Council (ERC) en Marie Curie laten zien dat dergelijk onderzoek de beste resultaten geeft op de middellange termijn. Het levert niet alleen meer fundamentele kennis, maar ook 2,4 maal meer patenten per euro dan de Europese strategische programma’s, een prima indicatie van hun uitstekende economische en maatschappelijke nut. De ERC-beurzen en recent onderzoek tonen ook aan dat relatief kleinschalige projecten van 1,5 tot 2,5 miljoen euro en één hoofdonderzoeker kostenefficiënt zijn en de meeste kans geven op wetenschappelijke doorbraken.

Kosten beheersen

Nederland heeft 11 duizend onafhankelijke wetenschappers, alleen al aan de universiteiten. Kosten voor internationale competitiviteit zijn minimaal 0,6 miljoen euro per jaar per onafhankelijke wetenschapper in de bèta-, levens- of medische wetenschappen. Selectie op wetenschappelijke kwaliteit biedt de mogelijkheid om de kosten te beheersen en toch in ieder geval de beste onderzoekers en projecten internationaal mee te laten tellen.

Wij hopen dat de aankomende regering nu echt voor een Nederlandse kenniseconomie kiest. Om een dergelijke economie internationaal levensvatbaar te maken zijn veel grotere en beter gebalanceerde investeringen in wetenschap en innovatie noodzakelijk. Wij denken dat deze investeringen zich zullen uitbetalen in een aantrekkelijke toekomst voor Nederland.

Dr. Raymond Poot, Universitair Hoofddocent (UHD), Erasmus MC

Prof. Dr. Frank Grosveld, Erasmus MC, founding CSO Harbour Biomed

Prof. Dr. Piet Borst, Staflid en voormalig directeur NKI-Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis

Prof. Dr. Anna Akhmanova, Universiteit Utrecht

Prof. Dr. Hans Clevers, Hubrecht Institute

Prof. Dr. Alexander van Oudenaarden, Directeur Hubrecht Institute

Prof. Dr. Pieter Roelfsema, Directeur Nederlands Herseninstituut

Prof. Dr. Wilhelm Huck, Radboud Universiteit

Prof. Dr. Saskia van Mil, UMCU

Prof. Dr. Geert Kops, Wetenschappelijk Directeur Oncode Instituut

Prof. Dr. Arjen van Witteloostuijn, Decaan School Business and Economics, Vrije Universiteit

Prof. Dr. Cees Dekker, TU Delft

Prof. Dr. Aletta Kraneveld, Utrecht Universiteit

Prof. Dr. Roshan Cools, Radboud Universiteit

Prof. Dr. Bob Pinedo, VUMC

Prof. Dr. Jan Smits, Decaan Rechten Faculteit, Universiteit Maastricht

Prof. Dr. Rene Bernards, NKI

Prof. Dr. Alexandre Bonvin, Wetenschappelijk directeur Bijvoet Centre, Universiteit Utrecht

Prof. Dr. Christoph Lüthy, Decaan faculteit Filosofie, Theologie, Religieuze Studies, Radboud Universiteit

Prof. Dr. Christine Mummery, LUMC

Prof. Dr. Casper Albers, Universiteit Groningen

Prof. Dr. Dick Swaab, Emeritus directeur Nederlands Herseninstituut

Prof. Dr. Danny Huylebroeck, Erasmus MC

Prof. Dr. Ron Fouchier, Erasmus MC

Prof. Dr. Sjaak Philipsen, Erasmus MC

Ondertekend door 195 wetenschappers, voor de gehele lijst zie: VK-Veel meer investeren in wetenschap is mogelijk en noodzakelijk voor de BV Nederland.

Meer over