Commentaararnout brouwers

Veel Kazachen zien Tokajevs uitnodiging van buitenlandse militairen als historisch verraad

Agenten grijpen een arrestant vast bij een protest in Almaty, Kazachstan. Beeld Vladimir Tretyakov / AP
Agenten grijpen een arrestant vast bij een protest in Almaty, Kazachstan.Beeld Vladimir Tretyakov / AP
Arnout Brouwers

Protesten over stijgende prijzen; ze zijn op zich niets nieuws onder de zon. Wel opzienbarend is het besluit van de Kazachse president Tokajev om militairen van CSTO-landen – een door Rusland geleide alliantie voor collectieve verdediging tegen externe agressie – uit te nodigen om de orde te herstellen.

Veel van wat gebeurt in Kazachstan – een strategisch gelegen land dat grenst aan China en Rusland, en qua omvang lijkt op West-Europa, maar dan met meer grondstoffen – is omgeven door een waas van onzekerheid. Dat geldt ook voor Tokajevs besluit militaire hulp in te roepen. Besloot hij het helemaal zelf, of kreeg hij een telefoontje uit Moskou?

Wat we al wisten uit Belarus: autocraten in het nauw maken gekke sprongen. Voorlopig met een bloedbad in Almaty als gevolg. Aangezien deze melding van ‘tientallen geëlimineerde terroristen’ van de autoriteiten zelf afkomstig is, laat de ware situatie zich raden.

Even opmerkelijk als het verzoek om militaire steun is dat Russische militairen al heel snel daarna in beweging kwamen. Terwijl de CSTO deze stap nooit eerder zette. President Medvedev weigerde in 2010 in te grijpen in Kirgizië, omdat er geen ‘externe dreiging’ was en ‘alle problemen interne wortels hebben’. Dat geldt ook voor de Kazachse troebelen, waarin los van de directe aanleiding ook een jarenlang opgebouwde frustratie tot uitbarsting komt.

Kazachstan was lang een stabiele factor in Centraal-Azië. Het werd sinds 1990 geleid door president Noersoeltan Nazarbajev (die vanaf 1984 al premier was van de Sovjet-republiek Kazachstan). Na de onafhankelijkheid in 1991 bleef Nazarbajev nauw gelieerd aan Moskou, maar hij schiep tegelijkertijd ruimte door de banden met China – ook in grote infrastructurele projecten – aan te halen. Een andere duidelijke hint aan Moskou was de bouw van een nieuwe hoofdstad in Noord-Kazachstan, de regio waar de meeste etnische Russen wonen.

Nazerbajevs verbond met de Kazachen leek op wat je later zag onder Poetin: geen politieke vrijheid, maar wel stabiliteit en hogere welvaart. Net zoals in Rusland werkte dat lang redelijk goed – tot het niet meer werkte. Autocratische systemen werken ongekende corruptie en machtsverrijking van een kleine elite in de hand, ten koste van de economie en de bevolking. Dat leidde de afgelopen jaren al verschillende keren tot protesten.

In 2019 trad Nazarbajev, ook na protesten, af als president, maar bleef aan als voorzitter van de nationale veiligheidsraad. Hij stelde zijn bondgenoot Tokajev aan als president. Ook dit frustreerde Kazachen die hoopten eindelijk zélf meer inbreng te kunnen hebben. Tokajev beloofde hervormingen, maar die bleven uit. Nu is de politieke toekomst van het land ongewis – en niet meer geheel in handen van Kazachen.

De implicaties voor andere autocratische leiders zijn evident. Poetin schildert het Westen af als grote vijand, maar de realiteit is dat autocratische leiders in deze contreien vooral bang zijn voor hun eigen volk. De ultieme ironie is dat de CSTO, in naam een militaire tegenhanger van de Navo, militair ingrijpt in een van zijn eigen lidstaten.

Voor veel Kazachen is Tokajevs uitnodiging van buitenlandse militairen een daad van historisch verraad. Het kan leiden tot grotere Russische invloed in het land: precies wat Nazarbajev zo lang probeerde te voorkomen. Dat Rusland zo snel reageerde wijst er andermaal op dat het Kremlin in buurlanden geen voorbeelden meer tolereert van ongekozen leiders die zwichten voor volksprotesten.

De precieze uitkomst van het bloedvergieten in Kazachstan is onduidelijk, maar eens te meer blijkt dat ‘stabiliteit’ in autocratische landen gezichtsbedrog kan zijn en dat leiders zonder steun van het volk nooit rustig kunnen slapen.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Meer over