opinieelma drayer

Vanwaar toch die drang om vrouwelijke leiders te zien als toverfeeën?

Je leest het aan de benaming niet af, maar een van de mooiste webpagina’s van uw dagblad is ‘Corona wereldwijd’. Drie redacteuren houden daar nauwgezet bij hoe het beestje zich verspreidt, per land en per continent. Heel nuttig, heel deprimerend.

Op de pagina ontbreekt een grafiek die landen met een vrouwelijke regeringsleider afzet tegen landen waar een man aan het hoofd staat. Terecht, haast ik me erbij te zeggen. Zo’n vergelijking zou zinloos zijn, gezien de talloze andere factoren die meespelen in de verspreiding van covid-19.

Toch hoor je al maanden rondzoemen dat vrouwelijke regeringsleiders het in deze crisis stukken beter doen dan hun mannelijke tegenvoeters. Als ik me niet vergis begon het met een blog op de site van het Amerikaanse zakenblad Forbes, geschreven door een expert in gender-balanced vraagstukken. Uitvoerig prees zij leiders als Angela Merkel (Duitsland), Jacinda Ardern (Nieuw-Zeeland) en Tsai Ing-Wen (Taiwan) voor hun kalmte, heldere communicatie, empathie en zorgzaamheid. Dit zijn, meende zij, bij uitstek de feminiene kwaliteiten die de wereld nu nodig heeft.

Ook in de Nederlandse pers vond haar analyse weerklank. Zou het ‘toeval’ zijn, vroegen NRC Handelsblad en het AD zich vrijwel tegelijkertijd af, dat landen met vrouwelijke leiders er positief uitspringen in de coronacrisis? In deze krant betoogde kunstenaar en docent Jelle Havermans dat vrouwelijke wereldleiders uitblinken in ‘heldere communicatie, doeltreffende maatregelen en vastberaden leiderschap’. En universitair docent Jasper Lukkezen, tevens ESB-hoofdredacteur, wist het in Het Financieele Dagblad al zeker: ‘Als de helft van de leiders vrouw was geweest, had dat heel veel doden gescheeld.’

Het doet me denken aan de lariekoek die rond 2010 in zwang kwam, uitgevent door toenmalig IMF-topvrouw Christine Lagarde en onze eigen Neelie Kroes. Had Lehman Brothers, beweerden zij, Lehman Sisters geheten dan was de bankencrisis nooit uitgebroken. Hoewel volstrekt onbewezen, werd hun stelling als evangelie omarmd. Om in de huidige crisis weer net zo makkelijk op te duiken.

Gesteld al dat de feiten nu wél in het voordeel mijner seksegenoten zouden spreken. Dat landen met een vrouw aan het hoofd per definitie kunnen bogen op gunstiger coronacijfers. (Quod non, zie België.) Dan nog zegt dat bitter weinig. Zo’n 10 procent van alle naties kent een vrouwelijke regeringsleider. Elke statisticus kan je vertellen dat je op grond daarvan onmogelijk universele conclusies kunt trekken over wie het beter of slechter doet.

Mij blijft het intussen verbazen. Vanwaar toch die drang om vrouwen te zien als de toverfeeën in dit ondermaanse? Als de bezitters van voortreffelijke kwaliteiten die mannen helaas ontberen? Terwijl de werkelijkheid daartoe geen enkele aanleiding geeft?

Neem Angela Merkel, die ook nu weer als kroongetuige fungeert. Naar mijn smaak doe je haar hogelijk tekort door haar weg te zetten als representant van haar soort. Haar geheim is juist dat ze haar sekse irrelevant heeft gemaakt. Ze opereert noch speciaal vrouwelijk, noch speciaal mannelijk. Eerst en vooral leidt ze haar land als Angela Merkel. Bijkomend voordeel: als ze faalt, faalt ze als zichzelf. En niet als vrouw.

We hebben niet meer vrouwelijke leiders nodig. We hebben meer Angela Merkels nodig.

Meer over