ColumnSheila Sitalsing

Van Shell wordt tegenwoordig geëist dat het zich bekommert om ijsbeertjes en windmolens

Nu Shell door de nieuwe tijd struikelt, tegen duizenden mensen moet zeggen dat er binnenkort geen plek meer in de herberg voor ze is, de heilige dividenduitkering offert, raffinaderijen wegdoet, miljarden afboekt, klem zit tussen windmolens en een olieprijs van nog geen vier tientjes per vat, nu de Koninklijke allang niet meer vanzelfsprekend een serviel luisterend oor vindt op de ministeries in Den Haag, nu ‘Big Oil’ eerder ‘Wobbly Oil’ lijkt, en nu al die dingen allang geen schokgolf door het land meer veroorzaken en enkel nog de voorpagina van het Financieele Dagblad halen, nu de hoogtepunten van het olietijdperk  ver achter ons liggen, nu moet ik terugdenken aan There Will be Blood.

Verpletterende film. Over het begin van de Grote Olietijd en een entrepreneur met gitzwart hart en onstilbare oliehonger. Met een eindscène waarin het bloed inderdaad stroomt en waarin het ruige alles-of-niets-kapitalisme wordt samengevat in één magistrale monoloog: ‘Jij hebt een milkshake en ik heb een milkshake. En ik heb een rietje. Mijn rietje reikt door de hele kamer en begint aan jouw milkshake te slurpen. Ik drink jouw milkshake. Ik drink hem op.’ Toen de film uitkwam, dertien jaar geleden, was het een mysterieuze tekst waar nog lang over is doorgeboomd. Vandaag zou het een doorsnee ochtendtweet kunnen zijn van de president van Amerika.

Om olie zijn oorlogen begonnen, landen bezet, mensen vermoord, smerige regimes geaccommodeerd, gebieden verwoest, de poolkappen in het ongerede gebracht. Dankzij olie vlogen we naar het einde van de wereld en weer terug, stonden we massaal in de file bij Roelofarendsveen, draaiden fabrieken op volle toeren, konden we naar believen de boel koelen of verwarmen, en lieten we ons bedelven onder massa’s plastic. Allemaal verslaafd aan de milkshake.

Iedereen wilde bij Shell werken in de olie of in het gas of in allebei, en wie bij Shell had gewerkt kon daarna prima terecht in politiek of openbaar bestuur, want Shell leverde uitstekende bestuurders af. Shell was overal. De koningin van de wereld.

Dat is voorbij. De Nederlandse premier had zich daar, mét Shell en Unilever, ernstig op verkeken toen hij dacht op verzoek even een dividendbelastingdingetje te kunnen regelen. Van Shell wordt tegenwoordig geëist dat het een ‘motor achter het goede’ is, dat het zich bekommert om ijsbeertjes en windmolens, dat het boete doet voor de verwoestingen die het hier en daar heeft aangebracht, dat het sorry zegt tegen Groningen vanwege de gaswinning, én dat het tegelijkertijd onze energiehonger blijft stillen. En toen Ben van Beurden onlangs erop hintte dat een verhuizing naar Londen tot de mogelijkheden behoort, bleef het bladstil op het Binnenhof.

De grote reorganisatie die Shell woensdagochtend bekend maakte, één van de grootste uit de geschiedenis van het concern, was in het 8-uur-Journaal op ‘s lands belangrijkste televisiezender een kort nieuwsitem waard. Het kwam ver na een hoop gepalaver over mondkapjes. Van de Shellzendtijd was een groot deel ingeruimd voor een club die olieconcerns probeert te bewegen tot een duurzamere bedrijfsvoering en die kritische kanttekeningen plaatst bij de aangekondigde vergroeningsplannen van Shell. Daarna volgde een reportage over een windpark in de Wieringermeerpolder.

Zo ziet het einde van de Grote Olietijd eruit. Er is geen bloed.

Meer over