ColumnJulien Althuisius

Vakantievierend Den Haag lijkt, log en lui van de zomer, de ernst van de Afghaanse situatie niet te willen inzien

null Beeld

Het was Abdul Ahmadzai die vermoord had moeten worden, niet zijn broer. Ahmadzai was tolk voor de Nederlandse missie in Afghanistan. De Taliban, vertelde Ahmadzai dinsdagavond in Op1, zien een tolk niet als neutraal, maar als de vijand. ‘We hadden de Nederlandse vlag op onze schouder en sommige tolken droegen ook wapens.’ De Taliban hebben overal spionnen en wisten het kenteken van Ahmadzai’s auto te achterhalen. Ze wisten alleen niet dat die dag niet Ahmadzai in de auto reed, maar zijn broer.

We vertrekken uit Afghanistan. Hier is je land weer. Ja sorry hoor, beetje een rommel, maar … ach, is het al zo laat? Nou bedankt voor de thee, maar we moeten nu echt gaan. Geen gekke dingen doen en toi toi toi! De westerse troepenmacht is nog niet weg of de Taliban heroveren in razend tempo Afghanistan. Woensdag schreef deze krant dat alleen al het afgelopen weekend drie provinciesteden werden veroverd. ‘Amerikaanse generaals hadden verwacht dat het leger het moeilijk zou krijgen na de terugtrekking in de VS’, was de analyse. ‘Maar dat de Taliban zo snel zo veel provinciehoofdsteden onder de voet lopen, moet ook voor de militaire top in Washington een grote verrassing zijn.’ Surprise!

Een maand nog, voordat ook Kabul is gevallen, schatten de Amerikanen. Met een beetje mazzel gebeurt dat op 11 september en kunnen we tijdens het porseleinen jubileum van 9/11 vieren dat we na precies twintig jaar weer helemaal terug bij af zijn. Ondertussen maken de Taliban jacht op alles en iedereen die met de westerse troepenmachten hebben samengewerkt. Tolken die betrokken waren bij de Nederlandse missie, zoals Abdul Ahmadzai, zijn hun leven niet zeker. Zij kunnen nu politiek asiel aanvragen. Super. Behalve dat veel tolken in het moeras van de bureaucratie vast komen te zitten, signaleerde Nieuwsuur dinsdagavond. En bovendien, al die andere Afghanen die bij de Nederlandse missie betrokken waren dan? In het Volkskrant-commentaar van woensdag schreef Arnout Brouwers bijvoorbeeld dat ‘sommige agenten die Nederland opleidde in de Kunduz-missie binnenkort aan lantaarnpalen ­kunnen bungelen, opgehangen door de Taliban’.

Maar ook artsen, fixers, aannemers, ontwikkelingswerkers en koks die met Nederland samenwerkten staan doodsangsten uit. ‘Iedereen weet dat ik met de buitenlanders heb samengewerkt’, werd in een reportage een man geciteerd die hielp alternatieve landbouwgewassen te introduceren. ‘Ik kan mij niet verstoppen.’ Verderop in dat verhaal kwam voormalig diplomaat Marten de Boer aan het woord. Hij had voor 187 miljoen euro aan ontwikkelingsprojecten uitgezet in Uruzgan en ontvangt nu veel hulpvragen. ‘Je kunt natuurlijk niet iedere Afghaan die met ons heeft samengewerkt politiek asiel aanbieden.’

Nee, natuurlijk niet. (Zij hebben tenslotte ons geholpen hen te helpen, waar zij heel eventjes mee geholpen waren. En daarom hoeven wij hen nu niet meer te helpen. Toch?)

Goed, nu zal dat waarschijnlijk niet de opvatting van De Boer zijn, eerder een even cynische als waarheidsgetrouwe weergave van hoe de politieke en bureaucratische machinerie werkt: je stopt er aan de ene kant een kraakheldere morele verplichting in en vervolgens komt aan de andere kant een krakkemikkige en stinkende oplossing van de band rollen.

Waar andere landen hun tolken al uit Afghanistan hebben gehaald, wilde Nederland tot een paar dagen terug nog uitgeprocedeerde Afghanen uitzetten. Vakantievierend Den Haag lijkt, log en lui van de zomer, de ernst van de situatie niet in te willen zien. Die laat zich, zoals Brouwers in deze krant deed, niet alleen vergelijken met Vietnam. Uitgever en journalist Derk Sauer signaleerde op Twitter dat een tweede Srebrenica zich aandient. Konden we maar zeggen: ze overdrijven.

Meer over