ColumnThomas van Luyn

Uiteindelijk eindigt elk paradijsje onder de poep

Thomas van Luyn Beeld Valentina Vos
Thomas van LuynBeeld Valentina Vos

De Mount Everest zit ónder de poep. Iedereen en zijn ouwe moer wandelt maar die berg op, terwijl er helemaal geen wc’s zijn daarboven. De Mount Everest: hoe fantasieloos ben je dan? In het hoogseizoen ontstaan er zo files op de helling. Polonaises van toeristen die een selfie willen maken op de enige berg die ze kennen. Door het oponthoud vriest er af en toe eentje dood, maar niet genoeg als je het mij vraagt.

Ook die poep bevriest. Door opwarming van de aarde echter, smelt de eeuwige sneeuw en glijdt de poep nu naar beneden. Da’s een probleem, want het smeltwater voedt de voorheen zo glasheldere beekjes waar de Nepalezen uit drinken. Dat is het soort ramp waar vijftig jaar geleden niemand op zou zijn gekomen, dat er te veel zou worden gekakt op de top van de Mount Everest. Van dit soort dingen ga je denken: zo’n supergriep, het zou natuurlijk niet leuk zijn, maar het zou het veld wel lekker uitdunnen.

Zo reden we afgelopen zomer nog langs de Alpe d’Huez. ‘Da’s toch van die kankerfietsers?’, vroeg mijn zoon. Ongelukkig geformuleerd, maar inderdaad, díé. Even naar die top rijden dan maar. Om de tien meter kroop een wielrenner tegen het weggetje op. Fransen rijden in een hysterische boog om dat soort lui heen, Hollanders zijn niet anders gewend dan er in volle vaart vlak langs te scheuren, dat doen we thuis ook. Wij reden héél langzaam vlak langs zo’n knakker, zodat mijn kinderen achterin door het zijraampje gekke bekken naar ’m konden konden trekken. Woedende koppen, rood en bezweet, driftige gebaren. Maar ja, mensen die van al die schitterende bergen in de Alpen nét die ene saaie lelijke rotpuist uitkiezen om te befietsen, alleen omdat ze die kennen van tv, daar mag je best een beetje plezier mee maken.

Begrijp me goed, ik ga zelf ook graag naar plekken waar enige toeristische infrastructuur is, want ik wil aan het eind van de dag gewoon patat, bier en een lekker bed. Maar als ik de keus krijg tussen een paradijs waar niemand is, en eentje waar iedereen is, dan kies ik toch het eerste. En dat wordt natuurlijk steeds moeilijker. Als iets bijzonder is, springt de hele klont mensheid erop en vreet het kaal. Kilimanjaro, Venetië, Amsterdam.

Is het dan alleen nog rustig op de maan? Ja en nee. Ja, nu nog wel, nee, niet voor lang. De inschrijving voor maantoerisme is begonnen. Geen grap. Over een jaar of tien kun je, als alles zo fout gaat als gepland, de Mare Tranquillitatis gaan bezoeken, die dus dan niet zo heel erg tranquil meer zal zijn. Alleen de superrijken natuurlijk, maar je weet dat het een kwestie van tijd is voordat een prijsvechter in de markt duikt. Nu al zijn er zorgen dat de toeristen stof zullen veroorzaken dat de voetafdruk van Neil Armstrong, nu nog in perfecte staat, kan aantasten.

Trouwens, die toeristen moeten daar natuurlijk ook naar de wc. Die poep, die blijft er voor eeuwig liggen, want het kost een fortuin om iets de ruimte in te schieten. Denk daar maar aan, als u ’s avonds melancholiek naar die eenzame witte schijf zit kijken: u bent de laatste generatie die ’m ziet zonder poep erop.

Meer over