ColumnAaf Brandt Corstius

Triest funshoppen, dat is het droevigst van allemaal

null Beeld

Shoppen is een droevig woord. Na de invoering van het woord shoppen kreeg je ook het woord funshoppen, en dat klonk nog droeviger, door de spontane ontkenning die erin zat. En nu bestaat er triest funshoppen, en dat is het droevigst van allemaal.

Triest funshoppen is: proberen te funshoppen in winkels die daar helemaal niet voor bedoeld zijn. Vroeger ging je als domme koopverslaafde in een verloren uurtje weleens een leuke winkel in. Daar betastte je wat kleren, of je keek naar een paar kommetjes, en soms kocht je een kledingstuk of een kommetje, zomaar of omdat je het zogenaamd nodig had.

Die tijden zijn uiteraard voorbij, zoals alle tijden. Maar ik merk bij mezelf, en ik weet dat ik de enige niet ben, want ik zie ze heus wel, de andere trieste funshoppers, dat ik probeer te funshoppen bij (1) de supermarkt en (2) de drogist. Onlangs heb ik zelfs geprobeerd te funshoppen bij een stomerij: dan weet je dat je verloren bent.

De stomerij had oude kleren die niemand meer wilde ophalen, buiten gehangen aan een groot rek. Uitzoeken maar. Dan gaat er in mijn geest toch een soort oude vlam aan, een alarm dat zegt: hier valt geld uit te geven. Ik zag al van heinde en verre dat die kleren niet voor niks nooit opgehaald waren, dus ik fietste maar door. Het kostte moeite.

Maar op veel plekken doe ik met succes aan triest funshoppen. Ik bevind me, en dit weten kenners allang, veel op de non-foodafdeling van de Jumbo. Daar hebben ze op een paar plankjes een soort mini-Hema gecreëerd, en daar kun je dingen kopen als slingers, telefoonhoesjes en van die stokjes die je in een potje moet zetten en dat ze dan lekker gaan ruiken.

Ook Kruidvat biedt een scala aan non-essentiële essentialia. Een cadeaublik met chocoladeflikken, of houten kerstkaarten of afgeprijsde Lego. Feit: ik heb een kreet van blijdschap geslaakt omdat ze bij Kruidvat pakpapier bleken te verkopen (met Mickey Mouse erop, maar kniesoor).

Ik heb ook al menig muts en handschoen bij de Etos gekocht, omdat dat voelde als kleren kopen. Of ik koop heel wild twee soorten Labello: een gewone en een met rode zweem.

En toen ik onlangs op Texel was, moet de eigenaar van de plaatselijke DA een beetje geschrokken zijn van mijn buitensporig volle winkelmand, met onder andere een zeer prijzige bijenwaskaars, een blikje lippenbalsem met sinaasappelsmaak en een crème waar, meen ik, maar dat kon me verder eigenlijk niet schelen, Texelse schapenwol in verwerkt was. Ik was in een heel ander land (Texel) en had een geheel nieuwe winkelervaring (een DA-drogist). Dus ik ging los.

Laatst sprak ik iemand die bij wijze van uitje ‘eens een keer naar een andere Albert Heijn’ was geweest. Ik vond het wel een idee.

Meer over