Essaybestorming Capitool

Tot mijn schrik delen Trumps meute en ik onze vervreemding

Zijn jeugdige enthousiasme voor Washington als stad van de democratie was al langer tanende. Toch, of beter gezegd, juist dankzij de hersenloze aanval op het Capitool heeft James Kennedy weer een sprankje hoop.

Demonstranten gingen het Amerikaanse Capitool binnen waar de stemcertificering van het Electoral College voor de verkozen president Joe Biden plaatsvond. Beeld EPA
Demonstranten gingen het Amerikaanse Capitool binnen waar de stemcertificering van het Electoral College voor de verkozen president Joe Biden plaatsvond.Beeld EPA

Voor mij heeft Washington als stad altijd allure gehad. Het is ook lange tijd mijn favoriete Amerikaanse stad geweest. Daar kwam deze week een einde aan.

Dat ik gecharmeerd was van Washington is goed verklaarbaar. Het begon al door de lessen burgerschapsvorming op school. Het werd ons als leerlingen in Iowa ingepeperd dat Washington de hoofdstad was van onze democratie en we leerden hoe het Congres, het presidentschap en het hooggerechtshof werkten. Samen zorgden deze instellingen ervoor dat Amerika een stabiele democratie bleef, die zich ook bekommerde om de noden van het volk. Dit was de jaren zeventig in een christelijke school op het platteland, toen de terechte kritiek op het functioneren van de Amerikaanse democratie ten nadele van bijvoorbeeld de Native Americans maar net zichtbaar begon te worden.

Washington was ook een pelgrimsoord. Gelukkige leerlingen konden worden geselecteerd om een reis naar het ver afgelegen Washington te maken om ter plekke meer te leren over het functioneren van onze democratie. De banden met Washington werden warm gehouden door mijn congresman en senator, die hun taken als onze vertegenwoordigers serieus namen. Ze hielden periodiek kantooruren in de kelder van ons stadhuis. Ook was je altijd welkom om bij hen langs te komen in Washington; als je er was, werd je door hun staf vriendelijk ontvangen. Washington was zowel ver weg als dichtbij.

Als student met belangstelling voor politicologie en geschiedenis was Washington de aangewezen plek om te studeren. Ik keek mijn ogen uit – alles leek daar te gebeuren. Om geld te verdienen werd ik journalist van het alumniblad van mijn universiteit ­(Georgetown) en kreeg de kans om alle gebeurtenissen op de campus en in de stad te volgen. Ik woonde zelfs rechtszaken bij in het hooggerechtshof. Voor mijn werkstukken interviewde ik rechters en diplomaten en leerde veel over het reilen en zeilen van de Amerikaanse politiek.

Ongelijkheid

Als gevolg daarvan werd ik kritischer op de politiek in de VS. De ongelijkheid in de Amerikaanse samenleving was nergens zichtbaarder dan in Washington zelf. Ik woonde enige tijd ten oosten van het Capitool, letterlijk op de rand van twee werelden: in de voortuin aan een straat van welgestelden, door gentrificatie opgewaardeerd, terwijl de achtertuin grensde aan een armzalig public housing project. Het was net voor de tijd van de ‘crack’-epidemie, die Washington eind jaren tachtig zou teisteren, waardoor het stadsleven grimmiger werd en de ongelijkheid vergroot.

Maar dat leidde bij mij nog niet tot een vervreemding van de Amerikaanse politiek. Ik studeerde in Washington ten tijde van de Reagan-jaren, en hoewel ik een tegenstander van hem was, ging ik gretig in op een uitnodiging om zijn tweede inauguratie in januari 1985 bij te wonen. Reagan was tenslotte de president van ons allen, ook al was ik het met hem oneens. Het is erg moeilijk om die gevoelens van verbondenheid drie decennia later te repliceren.

Na mijn studietijd kwam ik geregeld terug in Washington. De afgelopen decennia ben ik er met mijn gezin drie keer geweest. Elke keer leidde ik ze vol trots door Washington – naar het Witte Huis, de Supreme Court, de schitterende monumenten en gratis musea. Washington bleek voor ons als aanschouwers bij de Kerst in 2019 nog magischer bij nacht dan overdag.

Stralend middelpunt

In dit alles straalde het Capitool glorieus als middelpunt van de stad. Niet alleen letterlijk – de kwadranten en straatnummers (1st Street en zo verder) beginnen allemaal daar – maar ook figuurlijk als hart van de Amerikaanse democratie. Meer dan andere gebouwen in de stad had het voor mij iets sacraals, iets heiligs.

Gaandeweg echter taande mijn ontzag voor Washington. Functioneerde de Amerikaanse democratie nog best goed in de jaren tachtig, vanaf de tijd van Newt Gingrich in de jaren negentig begon de polarisatie sterk toe te nemen. De checks and balances leidden steeds vaker tot confrontaties en impasses. Samenwerken tussen de twee partijen was nog steeds mogelijk in de tijd van Bill Clinton en zelfs George Bush junior. Maar met de groeiende invloed van de Tea Party, die de stemming vanaf 2011 begon te bepalen, werd dit langzamerhand onmogelijk gemaakt.

Mijn lage dunk van de nationale politiek is in het geheel niet uniek; de waardering die Amerikanen geven voor de politiek in Washington, en met name het Congres, is zeer laag. De eindeloze loopgraafoorlogen, de belangenverstrengelingen, de rampzalige ideologische leegte, het gebrek aan praktische politieke oplossingen maken mij afkering van een politiek systeem dat ik vroeger beschouwde als maatstaf voor de wereld.

Ik schrik er wel van als ik dit schrijf, want in hoeverre onderscheid ik mij hier van die medeburgers die op 6 januari het Capitool bestormden? Ook zij waren Washington zat – vooral het Congres en de Supreme Court – en wilden dat een buitenstaander president zou blijven, gefrustreerd omdat de politiek niet naar hen wilde luisteren. Wij zijn verbonden in onze vervreemding, hoewel ik Donald Trump niet beschouw als de redder van Amerika maar als haar verdelger.

Lafheid

Misschien is Washington niet het voornaamste probleem, al kan ik me erg boos maken over de lafheid van Republikeinse politici die Trumps ergste uitwassen mogelijk maakte, en een tweepartijenstelsel dat niet in staat is om de problemen van het land grondig aan te pakken. Het probleem ligt bij de burgers zelf, of ze nu afkomstig zijn uit Iowa of een van de andere 49 staten. Te vaak zijn ze verblind door hun eigen gelijk. De rede baat niet meer. De meute die een aanval uitvoerde op de Amerikaanse democratie laat zich alleen leiden door de woede, omdat zij bestolen zou zijn. Dat zou ik nooit van mijn landgenoten hebben gedacht als jonge student in Washington.

Ondanks dit alles heb ik juist als gevolg van deze hersenloze aanval een sprankje hoop – dat de grote meerderheid van de Amerikanen en vervolgens ook de politici in Washington deze aanslag te ver vindt gaan. Dat de weg die Trump was ingeslagen een dood spoor was en dat we elkaar weer kunnen vinden om elkaar voor de afgrond te behoeden.

Als dit lukt, kan Washington misschien weer een stad worden waar niet chaos en wanhoop overheersen, maar waar mensen geïnspireerd worden.

James Kennedy is hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Hij is geboren en opgegroeid in de VS.

Meer over