COLUMNTom Hofland

Tom Hofland mist een boek in zijn leven. Hij weet alleen niet welk boek. U kunt hem helpen

Beeld Aisha Zeijpveld

Ergens in mijn boekenkast, tussen Murakami en Gazdanov, bevindt zich een leegte. Een gat ter grootte van een gemiddelde roman. Al ruim acht jaar probeer ik erachter te komen welk boek het is dat daar moet staan, maar ik kom er niet uit. Voor de duidelijkheid: het gaat hier niet om een boek dat ik ooit heb uitgeleend en ben vergeten. Het gaat om een boek dat ik nooit heb gehad.

Ik weet er verder ook niets van. Geen auteur, geen titel, geen uitgeverij. Ik heb zelfs geen beeld van de omslag. Het enige wat ik heb om mijn zoektocht aan op te hangen is een slecht onthouden flaptekst.

Ik was begin 20 en volgde een studie tot schrijver (jazeker, die bestaan). Daar las ik op een middag bij het vak beschouwend schrijven een recensie van een boek. Een echt ijverige student was ik niet tijdens die lessen, en wat het oordeel was weet ik niet meer, maar ik heb een sterke herinnering aan het verhaal:

Een politieagent in een rustig alpendorpje vindt op een verlaten piste een arreslee. In de slee zit een handvol mensen. Ze zijn allemaal dood. De één is overleden aan ouderdom, de ander is vergiftigd, weer een ander is doodgeschoten en een volgende is gestorven aan de gevolgen van een haaienbeet.

De politieagent, die niets anders dan supermarktdiefstal en parkeerbonnen gewend is, moet dit surrealistische raadsel zien op te lossen.

Intrigerend, toch? Nu ik het zo opschrijf wil ik weer niets anders dan dit boek lezen. Maar destijds had ik blijkbaar toch andere voorkeuren. Ik vergat het.

En toch: om de zoveel maanden kwam het boek ineens weer bij me terug. Dan drong zich plotseling het beeld aan me op van die agent in dat mysterieuze alpendorpje: sneeuwvlokken op zijn hoed, zijn vermoeide blik op de arreslee vol lichamen. Hij stond bevroren in de tijd: wachtend tot ik het verhaal zou lezen en hij verder kon gaan met zijn onderzoek.

Na mijn afstuderen won eindelijk de nieuwsgierigheid.

Google bracht me niet ver, dus ik vroeg mijn oud-klasgenoten of zij nog wisten hoe het boek heette. Wat bleek: niemand had opgelet.

Ik zocht in oude notitieboekjes en mailwisselingen over huiswerk: niets.

De docent die het vak gaf kon ik het niet meer vragen; hij was treurig genoeg overleden.

Normaal gesproken had ik allang opgegeven, maar het mysterieuze boek werd langzaam een obsessie.

Oud-docenten met een grote boekenkast: ‘Geen idee’. Redacteuren van mijn uitgeverij: ‘Nooit van gehoord’. Ik wendde me in een laatste poging tot Facebookgroepen met schrijfschool-alumni. Er kwam één reactie: ‘Klinkt als een goed verhaal. Misschien moet je het zelf schrijven.’

Een rilling over mijn rug. Ineens voelde ik me de hoofdrolspeler in een Stephen King-verhaal: schrijver op zoek naar een boek dat hij zelf moet schrijven, en dan iets met moord en doodslag.

Mijn wens is simpel. Dat u nu denkt: ik ken dat boek, en dat u mij of de Volkskrant schrijft. Zo lost u het mysterie van het boek op, waarna ik en de agent het mysterie van de arreslee onder handen kunnen nemen. Of ik kom erachter dat ik daadwerkelijk een personage ben in een Stephen King-verhaal. 

Ik weet niet welke uitkomst mijn voorkeur heeft. 

Weet u meer? info@tomhofland.nl 

Meer over