ColumnDaniela Hooghiemstra

Toen D66 de burger aan de macht wilde helpen rook Beatrix al onraad

null Beeld

Toen het kabinet vrijdag viel over de toeslagenaffaire, werd steeds de vraag gesteld of de slachtoffers ‘genoegdoening’ voelden. Ik vroeg me af wat dat ertoe deed. ‘Genoegdoening’ dient bestuurlijk geen doel en in de landen die het als (staats)rechtelijk uitgangspunt beschouwen, is rechtvaardigheid doorgaans ver te zoeken. Het tekent de tijdgeest waarin burgerlijk sentiment vóór alles gaat en de paradox is dat de burger daar zélf meestal de klos van wordt. Ook de toeslagenaffaire ontstond uit politiek sentiment dat solide wetgeving voorbij holde.

De biografie van journalist Hubert Smeets over D66-leider Hans van Mierlo kwam vorige week op het juiste moment, want geen politiek leven biedt een beter aanknopingspunt om de crisis te begrijpen waarin burger en bestuur zijn beland, dan dat van de oprichter van de ‘Democraten ’66’. Mede dankzij Van Mierlo werd bijna dertig jaar geleden het door christen-democraten gedomineerde bestuurdersbastion gebroken dat Nederland sinds 1977 regeerde. Het Paarse kabinet dat in 1994 tot stand kwam, moest de verhoudingen radicaal omdraaien: de burger zou voortaan de macht krijgen over het bestuur, in plaats van andersom.

Wat mij in dit door Smeets mooi beschreven, spannende avontuur trof, was de rol van koningin Beatrix. Ik kan niet zeggen dat ik een fan van haar was. Ze gaf mij altijd het gevoel dat ze op andere mensen neerkeek. In haar kersttoespraken ­vertelde ze altijd wat we verkeerd deden: dat we te zelfzuchtig waren en niet genoeg voor elkaar over hadden. Ze maande ook eens tot het verlenen van ‘burenhulp’. Zelf hád ze niet eens buren, wel een miljoenensalaris en een heleboel lakeien.

Smeets beschrijft in zijn boek hoe de bevlogen, ambitieuze Van Mierlo om de koningin, als poortwachter van het oude bestel, heen moest toen hij in 1994 probeerde de burger aan de macht te helpen. Een ‘paleisruzie’ trotseerde hij. Met ‘haat in haar stem’ becommentarieerde zij de verkiezingsnederlaag van het CDA, haar trouwe bestuurlijke metgezel. Ze vroeg aan Van Mierlo of hij het land soms ‘onbestuurbaar’ ging maken door deze partij buiten de regering te houden en werd zelfs ‘vals’ toen ze zei dat ‘anderen’ vonden dat Van Mierlo ‘lang praat en weinig zegt’.

Politici moeten niet alleen besturen, hield Van Mierlo haar voor. Zij moeten ook ‘geloofwaardig’ zijn. Van Mierlo was niet naar Den Haag gekomen om technische wetten te maken, maar om als leider van bestuurlijke vernieuwing zijn eigen, wervelende plaats in de geschiedenis in te nemen. Charisma vond hij belangrijker dan bestuur. Beatrix overwon haar scepsis, omarmde ‘Paars’ en zij en haar man Claus kregen met Van Mierlo zelfs een ‘hartelijke band’.

Met dat charisma bestormde Pim Fortuyn acht jaar later ook het Binnenhof. Hij pleegde een nieuwe coup, maar nu tegen het bestuur én de koningin. Fortuyn onttroonde het paarse kabinet waarna een milieuactivist hém vermoordde en de volkswoede zich keerde tegen de hele bestuurlijke ‘elite’, ­inclusief Beatrix. De ‘paleisruzie’ was een monarchale zwanenzang geweest. Toen Beatrix in 2007 in haar kersttoespraak zei dat ‘grofheid in woord en daad de verdraagzaamheid aantast’ beval Geert Wilders, die het politieke vacuüm intussen had gevuld, haar ‘als een haas’ de regering te verlaten. De Kamer besloot de koningin in 2012 voortaan buiten kabinetsformaties te houden en toen Willem-Alexander haar in 2013 opvolgde, richtte hij zich alleen nog maar op ceremoniële taken.

Tot Van Mierlo’s ontluistering plaveide de door hem bepleitte burgerlijke emancipatie de weg voor een politieke messiascultuur die burgers de hemel belooft, maar van het bestuur een potje maakt. Uiteindelijk deed dit hem, de antibestuurlijke volksverleider, persoonlijk ook de das om. Toen het CDA ging regeren met de eurosceptische erfgenamen van Fortuyn, de LPF, moest hij zijn chique baan als Nederlands vertegenwoordiger bij de EU-conventie inleveren.

Sindsdien zijn de burgers doorgeëmancipeerd. Moord en brand roepend trekken ze over het internet. Ze betichten bestuurders van machtswellust en ‘graaigedrag’, claimen rechten vanwege eigen identiteit, ‘cancelen’ cultuur, verketteren geschiedenis, vermoeden complotten en belegeren met tractoren het Groningse provinciehuis. In Amerika bereikten ze onlangs het Capitool.

Shout-out naar koningin Beatrix, die de bui als eerste zag hangen.

Daniela Hooghiemstra is historicus en schrijver.

Meer over