COLUMNPeter Middendorp

Toe, zei ik. Sta op. Leef! Kon je konijnen eigenlijk hartmassage geven?

null Beeld

Toen ik van de week op een avond de achtertuin in liep om de konijnen het hok in te lokken – sinds een marter er eentje heeft doodgebeten, mogen ze ’s nachts niet meer vrij rondlopen – zag ik tot mijn schrik dat onze Pip het sierlijke kopje erbij had neergelegd.

Ik liep terug naar de achterdeur en keek door de ramen naar binnen. Daar zaten ze, mijn vriendin en onze dochter (9), samen op de bank, dicht bij elkaar. Knietjes opgetrokken, dekentje erover, theetje, mandarijntje, Klokhuisje, Jeugdjournaal. Ik kende weinig mensen die met zoveel liefde voor hun dieren zorgen als zij, zelden ook zag ik moeders en dochters het fijner hebben met elkaar.

Schuldgevoel overmeesterde me – al een paar dagen had ik in de gaten dat er iets niet goed was met het dier. Waarom was ik niet naar de dierenarts gegaan? Geen tijd, geen ruimte, werk, thuisonderwijs, 24/7 overprikkeld. Domheid ook, luiheid. Denken dat konijnen net als sommige herten ’s winters misschien wel in de spaarstand gaan.

Twee mensen op de bank, argeloos gelukkig, vlak voor een mentale dreun. Ik legde een hand op de deurklink, maar kreeg die niet goed omlaag. Ik wist wel wat er in het kinderhoofd zou bovenkomen als ik de dood eenmaal naar binnen had gebracht. Mijn vader, opa, zijn laatste dagen op de IC, zijn snelle, razendsnelle teloorgang. Hij had geen corona, maar het ziektebeeld kwam overheen; hij stikte er niet minder om.

Nog een paar minuten en ik zou het kind op schoot nemen en proberen mooie herinneringen op te halen. Helpen zou het niet. Ze mist hem. Nooit meer logeren, nooit meer samen de kippen voeren, kijken of er alweer eieren zijn. Zelf mis ik die rotzak ook. Nooit meer zeuren, nooit meer teleurgesteld, nooit meer duizend keer hetzelfde verhaal.

Ik liep terug naar het hok en duwde met een stokje tegen het lijfje. Toe, zei ik. Sta op. Word wakker. Leef! Kon je konijnen eigenlijk hartmassage geven? Mond-op-mondbeademing? Vast niet. Of wel, maar dan was het te laat en, gezien corona, ook niet verstandig. De hond van enkele huizen verderop was laatst ook al een paar dagen ziek. Hadden de katten van de buren ertussen soms corona in onze tuin gebracht?

Het begon te sneeuwen. Binnen kropen ze nog iets dichter tegen elkaar aan. Nog even en ik zou mezelf horen zeggen dat het konijn dankzij onze dochter een prachtig leven heeft gehad. Dat we dankbaar mochten zijn dat ze zo lang bij ons was. Zulke dingen zei ik ook toen mijn vader was overleden. Het werkte niet, maar ik bleef het roepen, een beetje verbaasd: mijn vader is 76 geworden. Ik heb altijd een gezonde vader gehad!

Ik keek naar mijn liefste twee en zuchtte eens diep. Nog heel even liet ik het huiselijke geluk voortduren, toen ging ik toch maar met mijn nieuws naar binnen.

Meer over