COMMENTAARSander van Walsum

Tijdens de tweede lockdown zijn creativiteit en ondernemingszin niet per definitie deugden

Corona is niet langer een gezamenlijk probleem, maar een splijtzwam in de samenleving.

Een damesmodezaak verhuist wat kleding in  Amersfoort De lockdown zorgt er voor dat alle niet-essentiële winkels hun deuren moeten sluiten. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Een damesmodezaak verhuist wat kleding in Amersfoort De lockdown zorgt er voor dat alle niet-essentiële winkels hun deuren moeten sluiten.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Een beetje paradoxaal is het wel: in het voorjaar, tijdens de zogenoemde intelligente lockdown, sloten winkels die eigenlijk open hadden mogen blijven, en kon premier Rutte nog volstaan met een beroep op het verantwoordelijkheidsgevoel van de Nederlanders. De strijd tegen corona – militaire metaforen werden niet geschuwd – voltrok zich zelfs in een sfeer van chauvinistische borstklopperij: wij deden het in Nederland net een beetje anders, en wellicht een beetje beter, dan de ons omringende landen.

Nu, met het verlossende vaccin in aantocht, heeft de opgewekte gemeenschapszin plaatsgemaakt voor verongelijktheid en chagrijn – al kan ook deze stemming zo weer omslaan. Nationale deugden, zoals creativiteit en ondernemingszin, dragen even niet bij aan de oplossing van problemen, maar lijken de oplossing juist in de weg te staan. Niet het oogmerk van de coronamaatregelen – contact zo veel mogelijk vermijden – is bepalend voor het gedrag van ondernemers en consumenten, maar de ruimte die deze maatregelen laten voor een creatieve interpretatie ten eigen bate. Ze maken het soort creativiteit los waarmee ook de gewiekste belastingbetaler is behept. En dat is niet het soort creativiteit waar de omstandigheden om vragen.

Tezelfdertijd hebben maar weinigen het gevoel dat ze de regels aan hun laars lappen. Luchtreizigers rechtvaardigen zichzelf met een verwijzing naar de anderhalve meter afstand die zij in acht nemen, de afzondering waarin zij hun vakantie zullen doorbrengen of de broze gezondheidstoestand van de familieleden die ze gaan bezoeken. Filiaalchefs van Action meenden zich met het afdekken van ‘niet-essentiële’ waren keurig aan de voorschriften van het kabinet te hebben gehouden. Mensen in winkelstraten zijn daar allemaal met een goede reden.

Ondertussen nemen ze elkaar wat bozig de maat. Dat het land weer in het slot is gegooid, is niet hun schuld maar die van de anderen. Op scholen wordt de mondkapjesplicht bewaakt met vermaningen als: ‘Wie ga jij vandaag besmetten?’ In kranten verschijnen brieven van lezers die precies weten aan wie zij de komende stille Kerst te wijten hebben. Corona is niet langer een gezamenlijk probleem, maar een splijtzwam in de samenleving. Ook op langere termijn: nog jaren zullen de gevolgen voelbaar zijn van de sociale en economische schade die corona heeft aangericht. En die crisis treft met name mensen die ook voorheen al in een wankele positie verkeerden. Corona heeft lang niet iedereen op dezelfde manier en in dezelfde mate geraakt.

Niet alleen het vertrouwen tussen burgers onderling is onder druk komen te staan, ook het vertrouwen in de overheid – al ligt dat in vergelijking met de meeste Europese landen nog op een hoog niveau. Of het nu ging om de beschikbaarheid van beschermingsmiddelen of de inrichting van testlocaties: steeds kon de overheid eerder gewekte verwachtingen niet waarmaken. Het relatief late begin van de vaccinatieprogramma draagt bij aan de enigszins ontmoedigende indruk dat Nederland slecht is toegerust voor grote logistieke operaties – al moet daar meteen bij worden aangetekend dat het in termen van effectiviteit weinig uitmaakt of de spuiten eind december of pas begin januari ter hand kunnen worden genomen.

Dat de afkondiging van de tweede lockdown ongeveer samenviel met de presentatie van het rapport over de toeslagenaffaire is een wrange samenloop van omstandigheden. Maar het versterkt wel het beeld van een onmachtige overheid. Hopelijk geeft Nederland de komende tijd, als het stof van de coronacrisis enigszins is gaan liggen, er blijk van lering te hebben getrokken uit een ongelukkig jaar waarvan de laatste week misschien wel de ongelukkigste was.

Meer over