ColumnKoen Haegens

Thuiswerken was tot de industriële revolutie de norm, en toch wringt het nu

Koen Haegens artikel columnBeeld .

U zou het niet zeggen, zwoegend te midden van vuile vaat en mopperende huisgenoten, maar volgens filosoof Paul B. Preciado bent u de afgelopen maanden op Playboy-oprichter Hugh Hefner gaan lijken. Decennialang stuurde die, in badjas en op slippers, zijn erotisch imperium aan vanuit zijn slaapkamer in de Playboy Mansion. Daar omringde hij zich met communicatietechnologie, van telefoon tot videocamera. ‘Zijn ronde bed’, schrijft Preciado, ‘was zijn werktafel, het bureau van de baas, een fotoshootset en een plek voor seksuele ontmoetingen’. 

Ziedaar de ‘horizontale arbeider’. Of de door de lockdown uit de kantoortuin verbannen IT’er, journalist of bankier inderdaad de hele dag op bed ligt, waag ik te betwijfelen. Maar het idee is duidelijk. Voor de thuiswerker spelen net als bij Hefner werk en privé, productie en reproductie zich op één en dezelfde plek af. En waarom ook niet?

Het idee om duizenden mensen samen te drijven in fabrieken en kantoren is minder vanzelfsprekend dan je zou denken. Tot de industriële revolutie was werken vanuit huis de norm − in sommige ontwikkelingslanden is het dat nog steeds. In de cottage industries weefden en naaiden gezinnen, er werd getimmerd en gesmeed. Dankzij laptop en internet beleeft die huisnijverheid een comeback. Al voor de coronacrisis verrichtten volgens het CBS bijna vier op de tien werkenden hun taken weleens vanuit de woning.

Die trend lijkt niet te stoppen – ook niet als er een vaccin komt. ‘De komende vijf tot tien jaar’ blijft de helft van zijn bijna vijftigduizend werknemers op afstand functioneren, zei Mark Zuckerberg van Facebook vorige week in een interview. Facebook kan op deze manier buiten het peperdure Silicon Valley schaars personeel werven. Bedrijven hoeven minder vierkante meters kantoorruimte te huren. En natuurlijk scheelt thuiswerken files en reistijd.

Toch wringt er iets. Sommige werkgevers zetten bigbrothertechnologie in om hun mensen thuis op de vingers te kijken. Data van hoe laat werknemers op het bedrijfsnetwerk in- en uitloggen, duiden erop dat ze alleen maar méér uren zijn gaan maken. ‘Mensen zijn overwerkt, gestrest en hunkeren ernaar terug te keren naar kantoor’, constateerde het financiële persbureau Bloomberg.

Hoe kan dat? Noem het de terreur van de tegelijkertijdigheid. Anders dan de cottage workers of boeren van vroeger, deelt de moderne mens zijn leven op in een publieke en een private sfeer. Op kantoor of in de fabriek wordt gewerkt. Eenmaal thuis begint de vrije tijd. Die grens was al aan het vervagen, de coronacrisis versnelt dat proces. Denk aan videovergaderen: met de ogen zijn we bij de collega’s, maar de rest van het lijf zit tussen jengelende kinderen. Of in een woning die erom schreeuwt opgeruimd te worden. Dat geeft stress.

Het bed als het kantoor van de toekomst klinkt paradijselijk. Maar het betekent net zo goed dat we nooit meer écht vrij zijn.

Meer over