ColumnThomas van Luyn

Thomas van Luyns laatste lockdownbevlieging: skaten

null Beeld Aisha Zeijpveld
Beeld Aisha Zeijpveld

Lockdown-dagboek, bevlieging nr. 31: Een YouTube-compilatie van blije rolschaatsers deed me besluiten dat ik het ook zou moeten kunnen. Ik googelde ‘rolschaatsleraar’ en vond er meteen eentje in de buurt. Stel je toch eens een lockdown voor zonder internet zeg. Het kan altijd erger.

Nog geen uur later wandelde ik een park in waar een leraar me opwachtte met inlineskates in mijn maat. Les 1: zeg nooit ‘inlineskates’, het zijn ‘skates’. Tenzij het natuurlijk ‘rollerskates’ zijn, de naam voor ouderwetse rolschaatsen, die laarsjes op vier wieltjes. Eerlijk gezegd had ik daar liever les in gehad, want mijn fantasie was om met een boombox op mijn schouder waar Le Freak uit knalde over Palm Beach te zweven, slechts gehuld in gouden hotpants en dito rolschaatsen. Helaas heb je daar een geasfalteerd land in een warm klimaat voor nodig, en wij hebben door wind en regen gegeselde straten vol scheve klinkers. Bovendien staan rollerskates supergay, hetgeen je kunt compenseren door er steengoed op te skaten, maar voorlopig kan ik het heel slecht. Lang verhaal kort: ik oefen inline totdat ik virtuoos ben en dan ga ik misschien naar LA voor het disco-en-hotpants-gebeuren.

Toen ik mij eenmaal gehesen had in alles waarin een skater zich moet hijsen, besefte ik dat ik een enorme fout had gemaakt. We stonden op keihard beton, beton dat leek te zeggen: ‘Ik ga straks je knieën verbrijzelen, je polsen breken en je tanden uit je muil slaan. En dat is alleen als je vóórover valt. Als je achterover valt, dat wil je echt niet weten.’ Van dat soort gedachten wordt een mens een beetje wankel, iets wat hij nu juist niet moet zijn wanneer hij op soepel glijdende wieltjes staat. Het werd er niet beter op toen de leraar zei dat we gingen beginnen met het oefenen van vallen. Ik verzekerde hem dat dit niet hoefde, daar ik reeds bekend was met het het fenomeen ‘vallen’. Sterker nog, ik had er een dusdanig ruime ervaring mee, dat ik met enige autoriteit kon stellen dat het een activiteit was die zelfs geheel vermeden diende te worden.

Het mocht niet baten. Ik moest opnieuw leren vallen, blijkbaar. Eerst vanuit hurkzit, en allengs steeds hoger op de skates. Naar voren, naar links en naar rechts. Naar achteren vallen hoefde niet, want ‘daar is geen goede methode voor’. Wie naar achteren valt, moet gewoon halverwege de val in de lucht om zijn eigen as zien te draaien als een kat.

Na een halfuur uit allerlei posities naar allerlei kanten geflikkerd te zijn, kreeg ik een compliment. Niet een kleintje ook, dus ik aarzel hem hier op te typen. Nou vooruit: natuurtalent. Dat zei hij, dat ik een natuurtalent was. In vallen dan, maar toch. Het is bizar hoe goed zoiets werkt bij mij. Ik wist dat hij overdreef, ik vermoedde dat hij het tegen iedereen zei, ik hield er zelfs rekening mee dat het sarcasme was – maakte allemaal niet uit. Ineens begon ik, van alle angst bevrijd, als te rolschaatsen als een baas. Glijden, sturen, remmen, bochtjes en een paar keer uitstekend en pijnloos vallen.

Veel geleerd. Vooral dat ik, hoewel ik slecht tegen kritiek kan, ook geweldig reageer op complimenten. U weet wat u te doen staat.

Meer over