OPINIEThe Queen's Gambit

The Queen’s Gambit is ook een ode aan mannen die gewoon oké zijn

Netflix-serie The Queen’s Gambit is meer dan een fictief emancipatiesucces van een vrouwelijk schaaktalent, betoogt Mirjam Janssen.

Scène uit The Queen's Gambit. Beeld Phil Bray/Netflix
Scène uit The Queen's Gambit.Beeld Phil Bray/Netflix

De populairste Netflix-serie van het moment, The Queen’s Gambit, is in de armen gesloten als een feministisch sprookje: een jonge vrouw wordt wereldkampioen schaken. En dat in de jaren zestig. En toch is dat eigenlijk niet het opvallendste aan de serie, want dat zijn de sympathieke rollen voor mannen. In standaardverhalen over vrouwen op weg naar de top zijn mannen steevast de slechteriken: ze tonen zich bekrompen, handtastelijk en ronduit afwijzend.

The Queen’s Gambit weet dit soort clichés behendig te omzeilen: mannen zijn net gewone mensen en dat is een verademing in deze tijd van identiteitspolitiek.

Heldin

Iedere keer helpt een man de heldin verder. De Amerikaanse Beth Harmon belandt als 9-jarige wees in een kindertehuis. Bij toeval komt ze in contact met de conciërge, een morsige man die in z’n eentje in de kelder zit te schaken. Hij leert haar de regels van het spel en ze is meteen gegrepen. Ze keert vervolgens steeds terug om tegen hem te spelen. De ervaren kijker verwacht #MeToo-achtige taferelen telkens als Beth naar de kelder afdaalt. Want wat wil deze vent van haar? Waarom is hij zo toeschietelijk? Dat kan toch niet pluis zijn? Maar er gebeurt niets onoirbaars. De man is pedagogisch een kluns, maar niet gemeen of pervers. Hij herkent het talent van Beth en introduceert haar bij de voorzitter van een schaakclub, die haar de kans biedt simultaan te spelen tegen jongens van de middelbare school. Beth verslaat ze allemaal en vanaf dat moment rijst haar ster.

Op toernooien neemt ze het als enige vrouw op tegen talloze mannen, die voorbijkomen als leden van een goeiige kudde, verbijsterd door haar slimheid en schoonheid, maar ongevaarlijk. Beth raakt met sommigen van hen bevriend, ze geven ruimhartig advies hoe ze haar spel kan verbeteren.

Terwijl de andere vrouwen in de serie moeite hebben los te komen van hun traditionele rol, ontsnapt Beth aan alle beperkingen. Heeft ze dan helemaal geen problemen? Natuurlijk wel, en grote ook. Zo worstelt ze met nare herinneringen aan haar moeder, een alleenstaande vrouw die haar dochter het contact met haar vader heeft onthouden en wantrouwend heeft gemaakt tegenover mannen – eigenlijk een orthodoxe feministe. Wanneer haar moeder zich in de nesten heeft gewerkt, kan ze niets anders bedenken dan zich met een auto te pletter te rijden.

Zwaarste gevecht

Het zwaarste gevecht levert Beth uiteindelijk met zichzelf. Pas als ze met zichzelf in het reine komt, mede dankzij de steun van aardige mannen, is ze onverslaanbaar. De moraal: werk hard en reken af met de spoken in je hoofd, dan kun je alles. En zo is Beth niet alleen een aantrekkelijk voorbeeld voor jonge vrouwen, ook voor minderheden – en zelfs voor oude, witte mannen. De les klopt immers: het heeft geen zin je eigen falen vooral te wijten aan anderen, aan maatschappelijke structuren en complotten die nooit aan te wijzen zijn. Veel barrières creëer je zelf en zul je zelf moeten overwinnen.

Schaduwman

Het mooist is de laatste scène als Beth na haar grote zege door Moskou wandelt. In een park zitten bejaarde mannen te schaken en stormen op haar af, als echte fans. Een van hen nodigt haar uit voor een potje schaak, waar ze op ingaat. Daarmee is de cirkel rond: Beth zit weer tegenover een man van het type conciërge. Zo is de The Queen’s Gambit niet alleen een ode aan een geniale jonge vrouw, maar ook aan aardige, soms knoestige mannen die een leven lang in de schaduw ploeteren zodat anderen kunnen schitteren. Ook zij verdienen het te worden gezien. Het geeft de serie een welkome, verzoenende toon in deze periode van polarisatie.

Mirjam Janssen is historicus en journalist.

Meer over