columnJulien Althuisius

Terwijl onze minister van Defensie wegduikt, verwoordt haar Britse evenknie zijn hulpeloosheid

null Beeld

Sneller dan de schaduw van het vertrekkende Amerikaanse leger kregen de Taliban Afghanistan in handen. Terwijl Talibanstrijders lachend rondliepen in de verlaten Groene Zone in Kabul en poseerden bij het bureau van de gevluchte president Ghani, bestormden wanhopige massa’s het vliegveld, beklommen ze vliegtuigen of klampten ze zich vast aan de vleugels van een vertrekkend transportvliegtuig. De beelden kwamen tot ons in een niet aflatende stroom video’s op sociale media.

Dat de machtsgreep van de Taliban zich zo snel heeft kunnen voltrekken, analyseerde Martine van Bijlert van het Afghanistan Analysts Network (AAN) in deze krant, komt enerzijds door de grondige voorbereiding van de Taliban en anderzijds door de ‘surrealistische bubbel’ waar Afghaanse leiders in leefden. ‘Zij hadden weinig besef van wat er in het land gebeurde, net als menig westerling die zich met Afghanistan bemoeide.’ Onthoud die laatste zin even.

Nu zeggen de Taliban dat ze geen kwaad in de zin hebben. Dat de bevolking zich geen zorgen hoeft te maken. Dat ze gematigder zijn dan vroeger. Dat mensen niet hoeven te vrezen voor afrekeningen. Het relaas van een Afghaanse studente in de Britse krant The Guardian toont hoe serieus we die beloften kunnen nemen. De vrouw kon, nadat de Taliban op zondag Kabul hadden veroverd, de bus naar huis niet meer nemen omdat de chauffeurs geen vrouwen meer durfden te vervoeren.

Ondertussen lachten mannen haar en haar medestudentes uit. ‘Ga je boerka aantrekken’, riep er een. ‘Het is je laatste dag buiten op straat’, zei een ander. ‘Ik zal vier van jullie in één dag trouwen’, zei een derde. ‘Na twintig jaar vechten voor onze rechten en vrijheid, worden we gedwongen op jacht te gaan naar boerka’s en onze identiteiten te verstoppen.’

Het is moeilijk toe te geven en nog moeilijker te verkroppen dat die twintig jaar in Afghanistan, al die burgerdoden, al die soldaten die zijn omgekomen of verminkt zijn voor het leven, al die honderden miljarden dollars, al die discussies, al dat politieke getouwtrek, al die oorlog; dat het uiteindelijk voor niets is geweest. Het moet waarde hebben gehad, toch? Er moet iets goed gegaan zijn. Daarom vertellen we onszelf, dat ‘de situatie echt is veranderd’.

Of nou ja, wij vertellen dat onszelf niet, minister Ank Bijleveld van Defensie probeert ons dat wijs te maken. ‘We hebben laten zien dat er perspectief is’, zei ze in een reactie tegen RTL Nieuws. ‘Afghanen weten nu dat het anders kan.’ Kijk aan, de surrealistische bubbel in zijn puurste vorm. Behalve ongeïnformeerd en naïef, zijn de woorden van onze minister van Defensie nog op een andere manier kwalijk. Ze nemen een voorschot op het ontduiken van verantwoordelijkheid. Wij hebben het goede voorbeeld gegeven, nu is het aan jullie. Als het weer misgaat: eigen schuld.

Dat het anders kan, toonde haar Britse evenknie Ben Wallace in een interview bij een radioprogramma. ‘Sommige mensen zullen niet terugkomen’, zei de Britse minister van Defensie, terwijl hij zich verzette tegen de tranen. Waarom het hem zo emotioneerde, vroeg de presentator. ‘Omdat het verdrietig is en het Westen heeft gedaan wat het heeft gedaan. We moeten onze uiterste best doen om mensen daar weg te krijgen en onze verplichtingen na te komen. Twintig jaar opoffering…’

Hij pauzeerde even om naar woorden te zoeken die niet voorhanden waren. Uiteindelijk vond hij ze. Het waren niet de beste woorden, maar in hun eenvoud omvatten ze de hopeloosheid van dit alles. ‘Het is wat het is.’

Meer over