Terugkomst

Terug uit Frankrijk, fijn in Nederland

Bij het passeren van de grens bij Hazeldonk gaat de radio aan. Een oude gewoonte die afgezworen zou moeten worden, maar die er toch ook een beetje bij hoort. Je komt terug van een reis naar het buitenland, en om het thuiskomen te benadrukken, wil je Nederlandse stemmen horen.

Vreemd, want die stemmen stellen altijd teleur, en nog voor de afslag naar Utrecht wil je de radio tot zwijgen brengen.

Wat een land!

Gaat het door je heen.

Wat doe ik hier?

Dat denkend sla je af richting Utrecht, want daar ben je geboren, en wat is er dan logischer? De afrit voert langs een watertje waar ’s zomers kinderen zwemmen. De Galderse meren. Een grote naam voor klein water dat er stil en grijsbruin bij ligt.

Ach, waarom ook niet.

Uit de radio klinkt intussen de stem van Mariëtte Hamer, fractieleider van de PvdA. ‘Waar ik mij vanochtend echt wel aan gestoord heb, is het hele gebeuren van het Haagse gedoe.’ Zo’n zin maakt dat je meteen, onvoorwaardelijk, thuis bent. Het hele gebeuren van het Haagse gedoe. Er is geen ontsnappen mogelijk. Als het aan de PvdA ligt, zal er nooit iets veranderen.

Maar ja, dat komt ervan als je tegen heug en meug wilt regeren.

Nee, dan de echte oppositie: de blonde reus uit Venlo, en de man met de meeste praatjes, en nog elegant ook: Alexander Pechtold. Wilders had het debat over de plannen van de regering de rug toegekeerd omdat hij er niet voor Piet Snot bij wilde zitten.

Alexander had het over Spek en Bonen, en uit zijn mond klonk het als een mooie naam voor een wielrenner die vorig seizoen nog bij de amateurs fietste: Spek Boonen uit Sommelsdijk, zo’n jongen die je gunt alles te winnen wat er maar te winnen valt.

Ineens verdringen andere beelden zich, het lijkt alsof ze roepen om aandacht. Er is immers altijd meer onder de zon dan het vaderland.

Zo zat een dag eerder een jonge moeder met drie kinderen in een snackbar annex pizzeria in Étretat, een oude badplaats aan de Franse kust. Het jongste kind had ze op schoot, de middelste zat naast haar en de oudste holde met een punt pizza in de hand door de zaak.

De vrouw staarde naar het enorme parkeerterrein buiten. Er stonden maar een paar auto’s op. Als de wind een paar tandjes bij zou zetten, konden de golven tot bij de pizzeria komen, maar dat was niet waar de vrouw aan dacht.

Nee.

Ze begon voor het kind op schoot een stukje pizza af te snijden. Het ging moeilijk. Het jongetje naast haar maakte van de gelegenheid gebruik om te ontsnappen. Hij gleed soepel van zijn stoel af. De snee pizza die hij mee wilde nemen, zat nog vast aan de rest van de pizza, die dan ook op de grond viel.

De vrouw vloekte hartgrondig. De dikke uitbater van de zaak haalde zijn schouders op. Hij was misschien gewend aan pizza’s op de vloer.

De vrouw wurmde een stukje pizza in de mond van het kind op schoot. Haar gezicht stond zoals alleen het gezicht van een afgepeigerde, tot op het bot vermoeide vrouw kan staan, maar ouder dan dertig was ze beslist niet. Zij was als het ware door haar eigen leven ingehaald. Er kon niets gebeuren dat zij niet al had beleefd.

Er nadert nu in werkelijkheid een brug en de weg wordt smaller. Door het grijs van de wolken piept voorzichtig de zon, voyeur pur sang. De vrouw en haar leven zijn opgeslagen in je hoofd.

En dat is ook wat waard.

Meer over