Terug op aarde

De astronauten die veertig jaar geleden voor het eerst op de maan landden, pleitten er gisteren tijdens een herdenkingsbijeenkomst in Washington voor om in de geest van toen een expeditie naar Mars te organiseren. Met het aanhalen van Obama’s slogan ‘yes, we can’, probeerde de 79-jarige Buzz Aldrin de nieuwe president alvast voor zijn idee te winnen.


Veel enthousiasme voor de ruimtevaart heeft Obama, die in afwachting is van een advies over de voortzetting van het spaceshuttleprogramma, nog niet aan de dag gelegd. Hij heeft goede reden sceptisch te zijn.

In feite ebde het enthousiasme voor het Amerikaanse Apolloproject al vrij snel weg na de eerste maanlanding. Anderhalf miljard mensen keken destijds naar de korrelige zwart-witbeelden uit de ruimte en hoorden Neil Armstrong, toen hij als eerste mens een voet op de maan zette, de historische woorden spreken: ‘een kleine stap voor een mens, maar een reuzensprong voor de mensheid.’

De eerste landing op de maan was zeker een prestatie van formaat, maar een reuzensprong zou het niet blijken te zijn. De verwachting dat de mens binnen enkele decennia op weg zou zijn naar verre planeten is nooit uitgekomen. De belangrijkste reden zijn de extreem hoge kosten van bemande ruimtevluchten. Voor de mens blijft de ruimte een zeer vijandige omgeving waarin hij slechts met veel technische hulpmiddelen kan overleven. Ook dan blijven de risico’s groot. Dat bemande ruimtevluchten nooit routine zijn geworden, onderstreepten de ongelukken met de Challenger (1986) en Columbia (2003).

Geregeld wordt de vraag opgeworpen waarom het nodig is mensen de ruimte in te sturen. Al vele jaren wordt door verschillende landen gebouwd aan het International Space Station (ISS), maar de meeste kennis over de planeten en ons zonnestelsel komt van onbemande ruimtevaartuigen en waarnemingen met telescopen vanaf de aarde.

Wat robots uiteraard niet kunnen, is onderzoeken hoe de mens zelf reageert op een langdurig verblijf in de ruimte, kennis die nodig is voor nieuwe ruimtereizen. Dat veronderstelt dat die reizen, naar de maan, Mars of misschien nog verder, ook gemaakt zullen worden. Het aanbod creëert hier als het ware de vraag. Vooralsnog kan men zich afvragen hoe realistisch het is een expeditie naar Mars te willen uitrusten. De astronauten zullen in dat geval een kleine twee jaar onderweg zijn.

Zoals president Kennedy bij de lancering van het Apolloproject in 1961 de hete adem van de Sovjet-Unie in zijn nek voelde, zo zal Obama zich realiseren dat nu niet alleen Rusland, maar ook China klaar staat het initiatief van de VS over te nemen. Geen tak van wetenschap is zo verbonden met nationaal prestige.

Dat rechtvaardigt nauwelijks de enorme kosten die met de bemande ruimtevaart zijn gemoeid. Het directe nut mag uiteraard niet de enige drijfveer zijn. Ruimteonderzoek gaat ook om het vergaren van kennis als doel op zich. Op een filosofischer niveau is er nog altijd de hoop ooit antwoord te krijgen op de vraag: zijn wij alleen? Het is onwaarschijnlijk dat er elders in ons zonnestelsel leven is. Bemande ruimtevluchten zullen dat antwoord dus niet kunnen geven. Er zijn betere manieren om onze nieuwsgierigheid naar het heelal te bevredigen.

Meer over